Nu nog wat meer media-aandacht

Het aantal geregistreerde wielrensters in Nederland groeit.

En hoewel de mannen de laatste jaren weinig presteren, zijn de vrouwen succesvol.

Deelneemsters bij de zesde Omloop door Middag-Humsterland in het Groningse Aduard. Foto Rien Zilvold aduard wielrenwedstrijd voor vrouwen foto rien zilvold Zilvold, Rien

„Je ziet mannen ontspannen grappen maken, vrouwen staan nerveus aan de start. Die willen meteen vooraan zitten”, vertelt Marten de Lange, organisator van de Holland Ladies Tour, bij de start van de zesde Omloop door Middag-Humsterland in het Groningse Aduard, afgelopen zaterdag. „Als je als jury niet oppast, rijden ze zo de spiegels van je auto.”

Terwijl de Nederlandse mannen op de weg de laatste jaren weinig successen behalen, winnen de vrouwen geregeld: Marianne Vos dit jaar de Waalse Pijl, Kirsten Wild een rit in de Ronde van Qatar. Uit cijfers van de Koninklijke Nederlandse Wielren Unie (KNWU) blijkt dat het aantal licenties dat de bond de laatste vijf jaar aan vrouwen verstrekte, is gestegen van 1.039 in 2004 naar 1.336 dit jaar. Ook het aantal eliterijdsters nam in vijf jaar toe, van 215 naar 276.

Aan de start van de 133 kilometer lange omloop door het vlakke land staan, geheel toevallig, 133 vrouwen. Ook de vier Nederlandse commerciële ploegen zijn vertegenwoordigd: DSB Bank-LTO, Flexpoint, RedSun en Leontien.nl, de nieuwe ploeg van Leontien Van Moorsel. „Het gaat goed met het Nederlandse vrouwenwielrennen”, vertelt de viervoudig olympisch kampioene. „Meiden willen de toppers nabootsen.”

Er is de laatste jaren veel gedaan om de Nederlandse wielrensters naar de top te helpen. Tot tien jaar terug waren er weinig internationale wedstrijden in Nederland, vertelt Thijs Rondhuis, oud-coach van Marianne Vos en medeorganisator van de Omloop Middag Humsterland, die deel uitmaakt van de in 2003 opgerichte KNWU-topcompetitie. „Rensters konden geen punten voor de internationale ranglijst verdienen. Nu kan dat bij de topcompetitie wel.”

Die internationale ranglijst wordt aangevoerd door Marianne Vos, sinds vandaag ook leidster in het UCI-wereldbekerklassement. Daarin staan nog zes Nederlandse rensters bij de eerste twintig.

Eliterenster Claartje Schouwenaar (29) van vereniging Het Stadion uit Nieuwegein begon drie jaar geleden zonder sportervaring met fietsen. Omdat haar relatie uit was en iemand haar vertelde dat fietsen hielp tegen de artritis in haar knieën. „Die licentie kun je kopen, je hoeft niks te bewijzen. Maar je moet wel mee kunnen komen met de rest.” Schouwenaar fietst vijf dagen per week, inclusief wedstrijden op zaterdag en zondag.

Schouwenaar had geen voorbeelden nodig om op de fiets te stappen. „Ik wist niks van de wielerwereld voor ik begon, terwijl mijn vader al dertig jaar fietst. Een belachelijke sport vond ik het, al die geoliede benen en dat gerochel.” Intussen heeft Schouwenaar wel een voorbeeld: Ellen van Dijk. „De beste tijdrijdster van Nederland en nog leuk en aardig ook. Maar de pers let alleen op Vos.”

Vos heeft haar ploeg DSB-LTO dit jaar onder haar hoede genomen. Hoewel de bank van Dirk Scheringa nog een contract had, wilden ze hun actieve sponsoring stoppen. Vos kreeg een som geld en mocht zelf een ploeg vormen. „De rensters dragen nog wel de sponsornaam op hun shirts, maar staan onder contract bij Vos”, vertelt De Lange, die dit jaar de twaalfde editie van de Holland Ladies Tour organiseert (1 tot 6 september), de grootste vrouwenwielerronde van Nederland. Scheringa liet eerder dit jaar weten de sponsoring van de vrouwenploeg niet voort te zetten als de sport niet vaker op tv te zien zal zijn.

„Er gaan geruchten dat Vos deze regeling heeft getroffen omdat de Rabobank plannen zou hebben om volgend jaar een grote ploeg rond Vos op te zetten”, aldus De Lange. Nu is de bank, naast sponsor van een eigen mannenploeg, sponsor van de bond, de nationale vrouwenselectie en lokaal bij verschillende rondes.

Niet alleen met de commerciële ploegen gaat het goed, bij de wielerverenigingen worden meisjes en vrouwen goed begeleid, zegt Johan Lammerts, bondscoach van de wielrensters. „Soms spring ik vanuit de nationale selectie bij met extra trainingskampen. Het gaat goed, maar het kan altijd beter. Meer trainers, meer adviezen zijn altijd welkom. En de salarissen moeten omhoog. Sommige goede rensters rijden alleen voor een onkostenvergoeding.”

Het probleem van het vrouwenwielrennen is volgens velen de geringe publiciteit die de sport krijgt. Van Moorsel vindt het „belachelijk” dat de NOS wel drie uur live de Waalse Pijl voor mannen uitzond, terwijl de zege van Vos eerder die dag alleen in het Sportjournaal werd vermeld. „Zo kort, als je net wat uit de keuken haalde, had je het gemist.”

„Aandacht was er wel voor Van Moorsel, vooral tijdens de Spelen en de WK’s”, relativeert Lammerts. Nu is er soms aandacht voor Vos. „Het mannenwielrennen werd de laatste tijd in columns negatief belicht. Dat snap ik best, maar je kunt ook iets zeggen over het succes van de vrouwen.”

Waarom de NOS veel minder zendtijd besteedt aan vrouwen dan aan mannen is moeilijk te zeggen, vindt Joost de Vries, redactiechef bij Studio Sport. Hij erkent dat de verhouding schever is dan bij het baanwielrennen en veldrijden. „Vrouwen hebben de pech vaak op zaterdag te moeten fietsen, terwijl Studio Sport op zondag meer zendtijd heeft. Het verschil is zo gegroeid, denk ik, maar de laatste jaren schenken we de wielrensters zeker meer aandacht.”

Keetie van Oosten-Hage, wereldkampioene op de weg in 1968 en ’76, en een succesvolle baanrenster, weet nog hoe het vroeger was. Zij fietste in een tijd dat het wielrennen voor vrouwen nog niet olympisch was, een tijd zonder commerciële ploegen. „Een vrouw hoort achter het aanrecht, zeiden ze dan. Ze kunnen niet fietsen. Het is niet elegant genoeg. Dat is nu wel anders. Het is natuurlijk nog steeds geen balletvoorstelling, maar het is toch net zoiets als schaatsen?”

Iemand die twintig jaar geen vrouwen heeft zien fietsen, kan het nog steeds over dikke konten hebben. Maar de rensters zijn tegenwoordig net zo professioneel en afgetraind als de mannen, verzekeren insiders. Van Moorsel zoekt met haar rensters nog altijd naar de balans: ze wil laten zien dat wielrennen een heel vrouwelijke sport kan zijn. Maar ze laat ook haar oor hangen naar de dikkekontencritici. „Onze broekjes hebben met opzet geen brede witte banen, want daar krijg je nou een dikke kont van. Wij laten de benen mooi uitkomen.”

    • Ieke Oud