Nederlandse ruiters willen ook wel graag zo'n toppaard

Liefhebbers richtten een fonds op om de talenten voor Nederlanders te behouden.

„We willen niet meer op de Spelen worden verslagen door onze eigen paarden.”

Het weemoedige stemgeluid van John Denver rolt over de springweide als Varanka SFN op de oxer afstormt. „Een heel lekkere bascule”, zegt oud-springruiter Emile Hendrix vol bewondering tegen de toeschouwers. „Schitterende uitdrukking, deze merrie. Kijk eens naar het overspel... Deze merrie is zeer attent, een klein beetje sensibel. Makkelijk vermogen... Los over de sprong... Prachtige techniek.” De inspanningen van het dier op het zonovergoten Drentse landgoed Dijkstandiger Huizen worden gewaardeerd met een beschaafd applaus.

Dit zijn ze dus, de springpaarden die het de komende jaren moeten doen voor Nederland. Ze luisteren naar namen als Rapide Viando SFN, Utascha SFN, Kadans Webster SFN. De afkorting verwijst naar het Springpaarden Fonds Nederland, dat drie jaar geleden werd opgericht om toppaarden in Nederland te houden. Inmiddels telt het fonds zeven jonge paarden. Afgelopen weekeinde werden ze op het twaalf hectare metende landgoed van paardenhandelaar en oud-olympiër Johan Heins getoond aan tachtig hippische beleggers.

De exodus van Nederlandse toppaarden naar het buitenland lag ten grondslag aan de oprichting van het fonds, waarin 3 miljoen euro zit. „We willen niet meer op de Olympische Spelen worden verslagen door onze eigen paarden”, zegt Paul Nouwen, president-commissaris van het fonds. „Er zitten Amerikaanse of Japanse ruiters op. Dat is toch zonde.”

Hij verwijst naar de uitslag van het olympische springconcours in Hongkong vorig jaar, waar alle medailles voor Nederlandse paarden waren – in buitenlandse dienst. Eén ervan, Authentic, kwam uit de stallen van Heins, hofleverancier van de Amerikaanse ploeg.

Het Springpaardenfonds werd in 2005 bedacht door hippisch journalist Jacob Melissen tijdens een duizend kilometer lange autorit naar huis, vanuit La Baule in Frankrijk. Daar had de Amerikaanse equipe met vier Nederlandse toppaarden de Super-Leaguewedstrijd gewonnen. „En Nederland werd laatste”, zegt Melissen tussen de stallen van Heins’ kolossale trainingscentrum. „Toen dacht ik: nu moet er wat gebeuren.”

Een dag later riep hij in een column in het blad Hoefslag zes gerenommeerde Nederlandse paardenhandelaren op tot actie. Met hulp van zakenbank Van Lanschot kwam het fonds van de grond. Zes ‘selecteurs’, paardenscouts, onder wie oud-kampioenen als Heins, Hendrix, Henk Nooren en Hans Horn, gingen op zoek naar jonge, talentvolle springpaarden.

„Er zitten fantastische paarden bij”, zegt Heins na de presentatie van de dieren. Aan zijn zwembad speelt een bandje zwoel Just the two of us terwijl de certificaathouders onder een glas wijn de bloedlijnen van hun beleggingen bespreken. Sommigen staken 10.000 euro in het fonds, anderen 100.000. Heins: „Ik denk dat één of twee paarden nu al waard zijn wat ze bij elkaar kostten.”

Zoals de merrie Utascha SFN, die tien dagen geleden met Eric van der Vleuten op haar rug de Grote Prijs van Mierlo won. „Op magistrale wijze”, zegt Hendrix. „Dit paard kan straks elke proef in de wereld aan.”

Het sportieve rendement staat voorop. Melissen: „Als een koper een jaar voor de Spelen in Londen 4 miljoen euro biedt voor Utascha SFN, zeggen we ‘nee’. Maar het kan best zijn dat ze in 2013 wel wordt verkocht.” De opbrengst wordt verdeeld over de certificaathouders, of geherinvesteerd in talenten. In 2018 moeten alle paarden zijn verkocht. „Het is geen sponsoring, maar investeren. We willen het kapitaal terugbetalen, met heel veel sportief rendement.”

Het succes van het Nederlandse paard staat niet op zichzelf. Niet alleen topsportpaarden zijn gewilde handelswaar, weet Bert Wassenaar, stalmeester van de Koninklijke Stallen en commissaris van het Springpaardenfonds. „Paarden vormen een groot aandeel in de Nederlandse export.”

De Nederlandse springpaarden staan al jaren aan de wereldtop, de dressuurpaarden van het Koninklijk Warmbloed Paardenstamboek Nederland (KWPN) nu ook. Voor Nederlandse ruiters zijn toppaarden bijna niet te houden, zegt Wassenaar. „Er worden miljoenen geboden. Dat is nogal wat voor zo’n eigenaar.”

Met het fonds bestaat nu een alternatief voor de Nederlandse eigenaar die, in de woorden van paardenliefhebber Paul Nouwen, „een bod uit Japan krijgt dat hij niet kan afslaan”. Hij voorziet dat er een tweede fonds wordt geopend als het eerste slaagt. „De belangstelling is groot. Wij bedienen ons van de grootste paardenhandelaren in Nederland, allemaal beroemde ex-ruiters. Dat is uniek. Het geeft ons de garantie dat de beste paarden naar het fonds gaan. Hun naam staat op het spel.”

Dat weet ook Heins, die meedoet omdat hij het „leuk vindt iets terug te doen” voor de sport. „Het gaat ons allemaal goed door de springsport. De handelaren bijten elkaar niet, wij werken eerder samen. Als de Nederlandse springsport het goed doet, is dat voor ons alleen maar positief.”

    • Rob Schoof