Misleiding door een vriendenclub

Landis is al jaren failliet. Gedupeerden kunnen nu in het enquêterapport lezen hoe dat kwam. Misschien kunnen ze nog iemand aansprakelijk stellen.

Het heeft even geduurd – bijna zes jaar – maar gedupeerde aandeelhouders van Landis hebben nu wel een document in handen waarmee zij uitzicht hebben op financiële genoegdoening. Gisteren werd het enquêterapport publiek over het onderzoek dat de ondernemingskamer in oktober 2002 had bevolen naar de gang van zaken die leidde tot het faillissement van het beursgenoteerde automatiseringsbedrijf. De Vereniging van Effectenbezitters (VEB), die om het onderzoek had gevraagd, kondigde gisteren meteen aan terug te gaan naar de ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof om ‘wanbeleid’ te laten vaststellen. Daarmee kan de weg naar schadeclaims worden ingeslagen. Daarnaast overweegt de VEB om direct naar de civiele rechter stappen om, met hetzelfde rapport in de hand, de voormalige bestuurders en commissarissen aansprakelijk te stellen.

In het rapport van de enquêteurs wordt een onthutsend beeld geschetst over de manier waarop Landis vanaf de beursintroductie in 1998 „als een vriendenclub van topman Paul Kuiken” werd geleid. De twee onderzoekers, Leendert van den Blink en Lou Traas, zetten in ruim tweehonderd pagina’s de feiten op een rij. Dat doen zij in onderkoelde stijl, met nu en dan een rake vergelijking.

Landis gedroeg zich „als een man die kaartjes verkoopt voor een theatervoorstelling waarvan hij geen idee heeft of die ooit zal plaatshebben”, omschrijven zij de manier waarop het bedrijf kostbare overnames bij beleggers introduceerde zonder zich af te vragen of de miljoeneninvesteringen ooit zouden zijn terug te verdienen. Over de overnamesom van 6,7 miljoen euro voor het IT-opleidingsinstituut 4U Group, in december 1999, schrijven ze droogjes: „Dit is een erg hoge prijs voor een technisch failliete onderneming”.

Landis was in 1991 via een managementbuy-out losgeweekt van HCS, een ander destijds ook zieltogend automatiseringsconcern. In 1998 ging Landis naar de beurs in Amsterdam, waarmee het enkele tientallen miljoenen ophaalde om de eigen groeiambitie te kunnen financieren. In rap tempo kocht Landis andere ICT-bedrijven op. Het wilde veranderen van een Nederlandse ‘dozenschuiver’ (distributeur van automatiseringsproducten) tot een breed ICT- en telecombedrijf met een belangrijke positie in West-Europa. Deze ambitie past in het tijdperk van de internethype. Op het hoogtepunt, 2001, werkten er ruim drieduizend mensen. Door het faillissement in april 2002, berekenden de twee curatoren Willem Jan van Andel en Rinke Dulack indertijd, is 600 miljoen euro verdampt: 160 miljoen aan uitstaande schulden en 440 aan geïnvesteerd kapitaal.

Volgens het enquêterapport heeft Landis met zijn expansiedrift gevaarlijk spel gespeeld. Omdat het financieel, administratief en organisatorisch het huis niet op orde had heeft Landis „bewust risicovol” geopereerd. Het bedrijf uit Den Bosch wordt omschreven als een vriendenclub van directeur-grootaandeelhouder Paul Kuiken. De man, die bij de beursgang ruim 30 miljoen gulden verdiende, was de almachtige baas die alleen het beleid bepaalde.

De meeste overnames – de enquêteurs bespreken er tien – werden voor „absurd hoge” prijzen gedaan, vooral door een superhoge goodwill. Zelden ging er deugdelijk boekenonderzoek aan vooraf. Omdat de overnamesommen van het eigen vermogen afgingen, verzwakte de balans snel.

Ook ontbrak een zorgvuldige administratie, en notulen van bestuursvergaderingen werden niet of nauwelijks gemaakt. Naar de buitenwereld – de media, de beleggers – werd „een fraaier beeld van de financiële prestaties” getoond dan realistisch was. In de jaarrekeningen van 1999 en 2000 werden omzet en winst ruim en ten onrechte naar boven bijgesteld.

Hoewel Landis op een gegeven moment volgens de onderzoekers „onafwendbaar” op zijn ondergang afstevende, gingen er nergens alarmbellen af. De tweekoppige raad van commissarissen was niet berekend op haar taak: controle van een beursgenoteerde vennootschap. De raad constateerde bij zichzelf ook een gebrek aan financiële kennis maar weigerde versterking aan te trekken.

Meest onthutsend is de rol van president-commissaris Cees de la Haye. Dat is niet alleen een goede vriend van topman Kuiken, hij profiteert ook persoonlijk van de omstreden overname van de 4U Group. Bij dit bedrijf was hij indirect voor 25 procent aandeelhouder. De enquêteurs voeren een e-mailwisseling tussen de twee vrienden op, waarin de president-commissaris aan zijn bestuursvoorzitter suggereert de betaling als een managementvergoeding te storten in een aparte bv. „Dan kan ik privé feestvieren met turbo effect.”

    • Philip de Witt Wijnen