Kredietcrisis? Niet in Canada

Ze wilden zelf megabanken worden. Maar de toenmalige Canadese regering verhinderde dat. Een briljante zet, blijkt achteraf. De grote Canadese banken zijn kerngezond gebleven.

Tevreden kijkt Sue Graham Parker uit het raam van haar kantoor. Zij heeft uitzicht op het financiële hart van Canada: een vierkante kilometer in Toronto met glimmende hoofdkantoren van de grote Canadese banken. Stuk voor stuk staan ze er fier bij, aan een ordelijk geblokt stratenpatroon waar oranjerode taxi’s toeterend voorbijrazen. Een bankencrisis? Hier niet. „Wij zijn zeker niet verwaand”, begint Graham Parker, vicepresident bij de Scotiabank, de derde bank van Canada. „Het zit niet in de Canadese cultuur om op te scheppen, we doen liever onopvallend onze zaken.” Maar toch, na enig aandringen: „We zijn trots op het feit dat wij onze stabiliteit hebben behouden. We zijn trots dat we worden gezien als het meest gezonde bankenstelsel ter wereld.”

Welkom in het land zonder bank bailouts.

Hoewel er tussen Canada en buurland Amerika, waar de kredietcrisis begon, nauwe economische banden bestaan, is Canada een van de weinig grote westerse landen waar geen banken door de overheid zijn gered. Hoewel de Canadese banken sinds het begin van de kredietcrisis in totaal zo’n 17 miljard Canadese dollar (10,7 miljard euro) hebben afgeschreven, is dat een fractie van de honderden miljarden die banken wereldwijd verloren hebben.

De Canadese regering pompt geen geld in de banken. Zij heeft geen belangen in de financiële instellingen genomen. Weliswaar stelde ze op het dieptepunt van de kredietcrisis een fonds in om hypotheken van de banken over te nemen, maar dit is om de banken in staat te stellen leningen te blijven verstrekken op de bevroren kredietmarkt. Het gaat om gezonde hypotheken, geen stortvloed aan uiterst riskante subprime hypotheken zoals in de VS. In maart al lieten de banken weten geen behoefte meer aan de voorziening te hebben.

Volgens de Canadese premier, Stephen Harper, heeft Canada nu „het meest op de vrije markt gerichte financiële stelsel ter wereld”. Sterker, de Canadese banken boeken nog aldoor flinke winst (1,9 miljard euro over het eerste kwartaal van dit jaar voor de ‘Grote Vijf’ van de Canadese banken). In 2008 leed maar een van de vijf verlies, de andere vier boekten samen aanzienlijke winst (8,5 miljard euro), toen in de rest van de westerse wereld banken zware verliezen leden.

Alle Canadese banken blijven ook onveranderd dividend uitkeren en kunnen op eigen kracht nieuw kapitaal blijven aantrekken. En het gaat, zeker na de (bijna-)instorting van grote banken en verzekeraars in de VS, niet om kleintjes: gemeten naar marktwaarde zijn de ‘Grote Vijf’ (Royal Bank of Canada, Toronto-Dominion Bank, Bank of Nova Scotia, Bank of Montreal en Canadian Imperial Bank of Commerce) allemaal doorgedrongen tot de toptien van Noord-Amerika.

Dat trekt in het huidige financiële klimaat de aandacht. De Canadese banken, nooit opzichtige instellingen, worden opeens geprezen om hun degelijke manier van bankieren. Volgens het World Economic Forum heeft Canada het gezondste financiële systeem ter wereld. De Amerikaanse president Barack Obama stelde onlangs dat „Canada een goede manager is gebleken van het financiële systeem, zoals wij niet altijd zijn geweest in de VS”. Zijn financiële adviseur Paul Volcker heeft gepleit voor regulering in de VS „die meer lijkt op het Canadese stelsel”. En de G20, de groep van rijke en opkomende industrielanden, stelt het Canadese model tot voorbeeld aan de rest van de wereld.

Wat is de succesformule van de Canadese banken? In het kort: een systeem van bankieren volgens ouderwetse basisprincipes, zonder wilde risico’s en binnen relatief strakke regels van de overheid. „De Canadese banken danken hun succes aan voorzichtige groei en conservatisme”, zegt Laurence Booth, hoogleraar financiën aan de Universiteit van Toronto. „In tijden van economische voorspoed is dat niet spectaculair, maar in slechte economische tijden als nu ziet dat er goed uit.”

In tegenstelling tot de VS met hun banken per staat heeft Canada altijd nationale banken gekend. De Canadese banken hebben elk een bereik van vele honderden filialen van kust tot kust in het reusachtige land. Ze vormen een stabiele oligopolie, door en door bekend bij nationale toezichthouders en gekenmerkt door behoedzame kredietpraktijken. Dat heeft te maken met de Canadese cultuur: „Canadese leners zijn verantwoordelijke leners”, zegt Maura Drew-Lytle van de Canadian Bankers Association, de Canadese bankiersvereniging. „Canadezen gaan niet snel een lening aan die ze niet kunnen terugbetalen.”

De gezondheid van de banken blijkt uit hun kapitaalbuffers, hun solvabiliteit. Voor de grote Canadese banken bedraagt het eigen vermogen gemiddeld 9,8 procent van de uitstaande activa, ruim boven de 7 procent die is vereist vanwege de Canadese toezichthouders. Dat is hoger dan de gewone Amerikaanse banken en aanmerkelijk hoger dan het gemiddelde onder zakenbanken in de VS en gewone banken in Europa.

„Als je kijkt naar de manier waarop we geld uitlenen, dan zie je bepaalde principes die we altijd zijn blijven volgen”, zegt Sue Graham Parker van Scotiabank. „We bekijken altijd of klanten het zich kunnen veroorloven om een huis te kopen. We zien hen niet als bronnen van kapitaal dat wij kunnen doorverkopen aan investeerders. De uitstaande kredieten blijven op onze balans staan.”

Op naleving van de regels wordt toegezien door de Office of the Superintendent of Financial Institutions (OSFI), een federaal agentschap. Dat geldt in gelijke mate voor gewone banken en zakenbanken, want die zijn al ruim twintig jaar geleden in de gewone banken opgegaan; elk van de ‘Grote Vijf’ heeft sindsdien een zakenbank onder haar hoede. In de VS bestond minder toezicht op onafhankelijke zakenbanken. Door overnames als die van zakenbank Merrill Lynch door Bank of America is het Amerikaanse stelsel meer gaan lijken op het Canadese.

Ook op andere manieren houdt de Canadese overheid de banken in het gareel. Toen de ‘Grote Vijf’ eind jaren negentig wilden fuseren tot enkele megabanken, werden ze tegengehouden door de federale regering, destijds gevormd door de liberalen, omdat de fusies in strijd zouden zijn met het nationale belang. De banken haalden hun internationale concurrentiepositie aan als motief om te fuseren. Maar de rol van de banken is in de eerste plaats om geld te beheren en leningen te verstrekken aan Canadese klanten en ondernemingen, oordeelde de regering – niet om wereldwijd naam te maken.

Die blokkering van de fusies was zeer omstreden, maar wordt achteraf beschouwd als een belangrijke reden dat Canadese banken geen dwaze dingen zijn gaan doen. „De regering wilde voorkomen dat de Canadese banken te groot werden, met alle risico’s van dien”, zegt professor Booth. „Ze wilde meer concurrentie op de Canadese markt, niet minder. En dat blijkt een briljant besluit te zijn geweest, want anders had het met de Royal Bank of Canada kunnen aflopen als met de Royal Bank of Scotland of Fortis, die meer risico’s zijn aangegaan dan ze aankonden.”

De Royal Bank of Canada is nu de elfde bank ter wereld naar marktwaarde, Toronto-Dominion is nummer 20, Scotiabank is 26, en ook de rest van de ‘Grote Vijf’ staat in de mondiale top-50. Premier Harper, een neoconservatieve econoom, heeft de banken aangespoord om hun vleugels uit te slaan. Vele banken op de internationale markt zijn nu goedkoop en er zijn nauwelijks bieders. „Ik hoop dat onze banken dit zien als een kans om het merk te verspreiden – het Canadese merk, hun eigen merk”, zei Harper onlangs tegen de Britse zakenkrant Financial Times.

Royal Bank en Toronto-Dominion bezitten al een groeiend aantal regionale banken in de VS, en Scotiabank concentreert zich op Latijns Amerika en het Caribische gebied. Toch voorspelt Booth geen drastische stappen zoals een overname van een grote Amerikaanse bank. Want, nog los van de vraag of Washington dat zou toelaten na zijn kostbare steunmaatregelen, dat zit volgens hem niet in de aard van de Canadese banken: „Het zijn geen agressieve opkoopbanken, maar banken gericht op gestage groei. Zo zullen ze doorgaan, met gezonde winsten en vrij van misstappen.”

Graham Parker van de Scotiabank beaamt dat. Een vlaag van internationale glorie is volgens haar geen reden om nu de fundamenten los te laten. De laatste jaren is er in het Westen „veel creativiteit” in de financiële sector geweest. Er is niets mis met creativiteit, maar de fundamenten en risico’s moeten niet uit het oog worden verloren, zegt zij. „Dat zijn we aan onze klanten verplicht, want we gaan om met hun geld.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Canadese banken

Boven de grafiek bij het artikel Crisis? Niet in Canada (12 mei, pagina 14) staat de kop Vier Canadese banken in N-Amerikaanse top-10 . Dat moet zijn vijf Canadese banken.