Invoelbare weemoed in Parijs

In het Fotomuseum in Rotterdam zijn drie exposities van invloedrijke fotografen.

Grijp je kans. Dit is de laatste week dat ze daar samen te zien zijn.

Twee foto’s van Robert Frank, gemaakt in Parijs, rond 1950. Het Nederlands Fotomuseum toont zeventig foto’s van Frank. Foto’s Robert Frank/Nederlands Fotomuseum Frank, Robert;Nederlands Fotomuseum

Het mag dan nog steeds recordbrekend druk zijn bij het overzicht van de Amerikaan Richard Avedon in het Amsterdamse FOAM, dé fototentoonstelling van 2009 hangt in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Ze is getiteld Why Not en bevat foto’s die de Nederlander Otto Snoek de afgelopen tien jaar maakte van ‘feestgebeuren’ in de Maasstad. Wát er precies te feesten viel, wordt uit Snoeks foto’s – gemaakt op zonovergoten straten, in winkels of in nachtclubs – lang niet altijd duidelijk. Soms wapperen er vlaggetjes of dwarrelt er confetti. Meestal echter laat het ‘vieren’ zich vooral destilleren uit de wolk van extroverte vrolijkheid waarin de foto’s gehuld gaan; het in benauwende gezamenlijkheid lachen, grimassen, lummelen, dansen, graaien, eten, drinken, roken, flirten.

Het destillaat van die tien jaar fotograferen, pakweg honderd foto’s plus bijbehorende catalogus, is even hilarisch als verbijsterend. Niet zozeer wegens dat wat Snoek fotografeerde – zeker zijn straatfoto’s zullen iedere grotestadsbewoner of -bezoeker bekend voorkomen –, maar wegens het feit dat hij ondanks het overvolle karakter van zijn foto’s de essentie van de massaliteit zo haarscherp heeft weten vast te leggen: de leegheid.

Het bekijken van Why Not is een bijna fysieke aangelegenheid. Dat gevoel wordt mede opgewekt doordat de foto’s net even lager hangen dan je in een museum gewend bent. Je kijkt recht vooruit. Al snel krijg je het gevoel zelf middenin de feestende meute te staan.

Die ooghoogte is een van de uitgekiende, perfect bij de foto’s passende elementen van het tentoonstellingsontwerp dat werd verzorgd door Lenny Oosterwijk. In de grote expositiehal van het museum liet hij een minimetropool verrijzen. Langs twee grote ‘hoofdstraten’ bouwde hij ‘woonblokken’ en daartussen weer zijstraten, steegjes en doodlopende pleintjes. Je kunt er naar believen doorheen wandelen (er wordt een heuse plattegrond verstrekt) en als je niet oplet zelfs verdwalen. Zodat je jezelf twee, drie keer terugvindt voor een foto van even strak als schaars geklede jongedames die zometeen de lancering van een erotisch magazine gaan opfleuren.

Een andere keer denk je in hetzelfde doodlopende straatje te zijn beland om bij nader inzien te ontdekken dat je nu voor een bejaardenuitstapje staat. Hooguit de broodjes kroket zijn eender. Zoals ook de her en der opduikende ontblote jongenslijven, tatoeages, geblondeerde koppen, zonnebrillen, kinderwagens, uithangborden en T-shirtjes aan elkaar doen denken. Je kunt er zo studie maken van de duizenden manieren waarop mensen elkaars blik ontwijken, een plastic bekertje bier vasthouden of een boodschappentas dragen.

De misschien wel opmerkelijkste foto maakte Snoek van een jonge vrouw op het een of andere feest. Slechts gekleed in kniehoge laarzen, laat ze zich op de dansvloer een vuurtje geven door een meneer in een pak. Opmerkelijk – vooral omdat iedereen om haar heen doet alsof haar ongekleedheid de gewoonste zaak van de wereld is.

Snoek heet ‘straatfotograaf’ te zijn en daar is wel iets voor te zeggen. Maar eigenlijk is hij visueel antropoloog. Op een gedistantieerde, nergens neerbuigende manier fileert hij een al bijna gewoon geworden aspect van het moderne dagelijks leven: de massaliteit waarin het persoonlijk vertier gegoten wordt door arm en rijk, oud en jong, blank en anderszins.

Er zijn maar weinig fotografen die zoiets kunnen. Alleen dat al zou een reden moeten zijn voor overweldigende belangstelling. Maar nee, het loopt geen storm in Rotterdam, bevestigt de museumdirectie. Dat is jammer. En gek. Ook al omdat het museum tegelijkertijd een subtiele tentoonstelling biedt van Robert Frank, maker van The Americans, een van de beroemdste fotoboeken van de 20ste eeuw, en in die eeuw minstens zo invloedrijk als de in Amsterdam zo drukbezochte Avedon. Zeventig deels niet eerder getoonde zwart-witfoto’s bevat Franks expositie, rond 1950 gemaakt in Parijs. Naast Frank is er nog een kleine selectie van de foto’s die Ed van der Elsken rond dezelfde tijd maakte in dezelfde stad en nadien verwerkt in Een Liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés, een van de beroemdste boeken uit de Nederlandse fotogeschiedenis. Zodat je kunt vergelijken: de invoelbare weemoed van de een, de zichtbare vrolijkheid van de ander. Een leerzame combinatie is het.

Maar ook bij die (dubbel)tentoonstelling is het rustig. Waarom? Misschien ligt het antwoord verscholen in de foto’s van Snoek: waar en waarom het feest is, weet geen mens, maar pas als het druk wordt, wordt het drukker.

Tentoonstelling

Otto Snoek: Why Not (t/m 17 mei), Robert Frank: Paris (t/m 7 juni), Ed van der Elsken (t/m 7 juni) in: Nederlands Fotomuseum, Rotterdam. Open: di t/m vrij 10-17, zat en zon 11- 17. * * * * *

    • Eddie Marsman