Hand geven mag worden verplicht

Leraren in een multi-etnische school mogen door de leiding worden verplicht tot handen schudden. Deze uitspraak deed de Centrale Raad van Beroep gistermiddag in een arbeidsconflict tussen een moslimdocente en het Utrechtse Vader Rijncollege. De docente besloot in 2006 bij aanvang van het nieuwe schooljaar om geloofsredenen stante pede geen handen meer te willen geven en werd daarop geschorst en ontslagen. De multi-etnische school met hoofdzakelijk kansarme leerlingen wilde geen uitzonderingen op de begroetingsregel om segregatie tussen leerlingen te voorkomen.

Ook zei de school leerlingen met uniforme normen te willen voorbereiden op Nederlandse omgangsvormen op de arbeidsmarkt. De docente kreeg in 2006 gelijk van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). Die oordeelde dat de school met het ontslag verboden onderscheid maakte op grond van godsdienst. De omgangscode van de school schreef volgens de CGB bovendien alleen een ‘respectvolle’ wijze van begroeten voor. De CGB vond dat omgangsvormen binnen de islam ook als respectvol mogen gelden.

De Centrale Raad van Beroep volgt dit advies van de CGB niet. Volgens de Centrale Raad is het belang van een multiculturele openbare school bij uniformiteit in deze omstandigheden veel zwaarder dan het belang van de docent die ruimte voor diversiteit wil. De docente fungeert als voorbeeld voor de leerlingen. Bij ouders en buitenstaanders vertegenwoordigt zij de school. Dus hoort de wijze van begroeten ook bij haar functie. Een hand weigeren omdat de docente dat als ‘seksuele intimidatie’ wenst te beschouwen kan dan als ‘confronterend en onaangenaam’ worden ervaren. Ook kan dat de ‘relaties onder druk zetten’. In een multiculturele school waar duidelijkheid wordt nagestreefd en het ‘actief propageren’ van een eigen politieke of religieuze voorkeur wordt ontmoedigd, mag een uniforme begroetingsregel worden opgelegd. Ook als dat indirect onderscheid maken naar godsdienst betekent. Een onderwijsambtenaar moet zich dan aanpassen.