De stille kracht van Marokko

Afhankelijk van uw politieke voorkeur en uw ervaringen zult u zo uw eigen associaties bij Marokko hebben. Van pestende en ontsporende jongetjes in Vogelaarwijken, gesluierde vrouwen met amandelvormige, smachtende ogen, of bedeesd schuifelende bejaarde mannen in djellaba op de Albert Cuyp, tot de adembenemende met jasmijn overgroeide middeleeuwse binnenplaatsen van Marrakech of Fez, en het roze goud van de zonsopgang in de woestijn.

Nederlanders grossieren in clichés over Marokko, positief en negatief. Het is alsof ze het over een ander land hebben als ze het woord Marokko uitspreken. Zij die die ‘rot-Marokkanen’ van alles de schuld geven, en de opgetogen, met keramiek en zilverwerk beladen toeristen. Dat is ook niet zo gek, want tussen de Marokkanen uit het Rifgebergte en uit de grote steden met hun eeuwenlange hoftraditie valt ook weinig overeenkomst te vinden. Het is de aloude tegenstelling tussen stad en platteland. Een even grote kloof gaapte tussen een zeventiende-eeuwse boer uit het Centraal Massief en het hof van Lodewijk XIV. Onbegrip voor die kloof verklaart een groot deel van de problemen en misverstanden omtrent Nederlanders van Marokkaanse afkomst.

Beide visies – de toeristische en de xenofobe – doen echter geen recht aan de veelzijdige natie die Marokko is en aan de grootschalige en snelle modernisering die er plaatsvindt, alle complexe politieke en sociale kwesties te spijt. De combinatie van krakkemikkige wagentjes getrokken door muilezels, rijdend naast de nieuwste energiezuinige automodellen, staat symbool voor dat proces, dat overigens op een vergelijkbare manier speelt in andere delen van Noord-Afrika of Turkije. En die modernisering zien we ook in Nederland, waar steeds meer studenten, met name meisjes, van Marokkaanse afkomst studeren en succesvol zijn in het bedrijfsleven en bij de overheid.

Maar er is één ding dat Marokko in absolute zin uniek maakt en het land een ongeëvenaarde economische macht in de wereld geeft, en waar slechts weinig mensen zich van bewust zijn. Die macht ligt in het feit dat Marokko beschikt over 60 en misschien wel 70 procent van alle fosfaatvoorraden ter wereld. Je zou het een geologisch schandaal kunnen noemen, hoewel die term meestal voor het grondstoffenrijke Congo wordt gebruikt. Maar terwijl de rijkdom van Congo vooral tot corruptie, armoede en burgeroorlogen heeft geleid, heeft Marokko veelal een exemplarisch beleid gevoerd. De grondstoffen zijn wettelijk eigendom van alle Marokkanen en moeten worden aangewend ten gunste van de ontwikkeling van het land.

Nu begrijp ik dat u bij het woord fosfaat niet onmiddellijk opspringt van enthousiasme. Toch is dat onterecht. Fosfaat is echt belangrijk, om het maar eens indringend te formuleren, voor de toekomst van de mensheid. 80 procent van de fosfaat wordt in de landbouw gebruikt, en zo’n 13 procent in wasmiddelen, de rest in industriële toepassingen. Fosfaat is een van de drie essentiële ingrediënten in kunstmest. Zonder fosfaat geen landbouw, zelfs geen ecologische landbouw, want er zijn nauwelijks groeiprocessen in bacteriën, planten en dieren die geen fosformoleculen vereisen. In tropische landen hebben bijna alle bodems een acuut fosfaatgebrek. Bodems die van nature rijk aan fosfaat zijn, zijn zeer schaars.

In de discussie over de uitputting van hulpbronnen wordt fosfaat in één adem genoemd met fossiele brandstoffen. Alarmisten spreken al over de fosfaatcrisis in de komende dertig jaar waarbij hoge landbouwproductie onmogelijk zal worden.

Maar zo ver zal het zeker niet komen. Ten eerste zullen de huidige reserves bij gemiddelde prijzen nog enkele eeuwen meegaan. Ten tweede zullen we steeds slimmer worden in het opvangen en recyclen van fosfaat uit afval en oppervlaktewater. Het idee dat fosfaat eindig is zoals olie eindig is, berust op een misverstand. Er gaat namelijk geen fosfaat verloren, het spoelt alleen van de akker de zee in, of gaat van de grond naar ons bord en dan naar het riool. Op onze planeet raakt fosfaat nooit op. Het is het elfde meest voorkomende element op aarde. Hoewel er overal wel fosfaat is, zijn geconcentreerde afzettingen van fosfaat (dat niet te veel vervuild is met andere elementen) zeer zeldzaam. En dat verklaart de macht van Marokko. Nu zou u nog uw schouders kunnen ophalen en denken dat er wel meer landen zijn die onevenredig beschikken over grondstoffen. Ook Saoedi-Arabië kan de wereld in een houdgreep houden, maar dan met olie.

Die ongelijke verdeling tussen landen blijft oneerlijk. In mijn beeld van een ideale, duurzame wereld zouden alle grondstoffen tot het collectieve eigendom van de gehele mensheid verklaard moeten worden. Ongeacht op of onder wiens grondgebied ze zich bevinden, zouden we ze dan als internationaal publiek goed exploiteren. Helaas is dat voorlopig dagdromerij.

Niettemin is het bijzondere van Marokko dat het land bezig is zijn overmacht aan fosfaat om te zetten in een model van sociaal en milieukundig verantwoord grondstoffenbeheer. Daarbij gaat het om het terugwinnen van fosfaat, het gebruik van andere bijproducten, energiezuiniger verwerking in de kunstmestindustrie en transport, hulp aan Afrika door aangepaste kunstmestverpakkingen en -samenstelling, het ontwikkelen van ‘groene’ mijnen door mijnafval in sleuven weg te werken met daarop inheemse bomenaanplant.

De echte stille kracht van Marokko is niet zijn fosfaatmijnen en -industrie zelf, maar technologische innovaties en goed beheer. Dat – meer dan de al of niet eindige fosfaatvoorraden – is een exportproduct aan het worden. En daarin lijkt Marokko onverwachts weer op Nederland, dat immers ook innovatie en sociaal en milieukundig beheer ziet als economische zwaartepunten ten opzichte van de concurrentie elders in de wereld. Nu u dat weet, kijkt u toch anders naar Marokko.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/fresco