Bonnetjes voor luiers

Veel Britse parlementariërs en kabinetsleden declareerden er jarenlang lustig op los.

Premier Goron Brown en oppositieleider David Cameron bieden excuses aan.

Ze spreken elkaar bij debatten nog altijd aan als „het geachte lid”, maar achter de schermen blijken veel leden van het Britse Lagerhuis minder honourable dan ze voorwenden. Een reeks pijnlijke onthullingen over de declaraties van de parlementariërs heeft de toch al aangetaste reputatie van de volksvertegenwoordiging nieuwe schade berokkend.

Gisteren was het weer raak. The Daily Telegraph, die vrijdag al uitpakte over de declaraties van kabinetsleden op kosten van de belastingbetaler, kwam ditmaal met een gedetailleerd overzicht van vooraanstaande Conservatieven. Net als Labour-leden bleken velen de losse declaratieregels voor een tweede woning naar hartelust te hebben gebruikt om er zelf zoveel mogelijk profijt van te hebben. Dit hoewel de Lagerhuisleden toch al kunnen rekenen op een inkomen van zo’n 64.000 pond (71.000 euro) per jaar.

Waarom, zo kunnen Britse burgers zich afvragen, moeten ze ook nog eens opdraaien voor de kosten van het hondenvoer van het Conservatieve Lagerhuislid Cheryl Gillian, of voor de reparatie van het drainagesysteem onder de privétennisbaan van Oliver Letwin? Om nog maar te zwijgen van de luiers voor het kroost van Phil Woolas, staatssecretaris voor Migratiezaken, of twee nieuwe wc-brillen in even zo vele jaren voor de voormalige vicepremier John Prescott.

Veel parlementariërs manipuleerden ook naar believen het adres van hun tweede woning. Zo presteerde Hazel Blears (minister van Lokaal bestuur) het in een jaar tijd voor drie verschillende woningen onkosten te declareren. Minister van Financiën Alistair Darling gaf in vier jaar tijd vier keer een ander adres op als tweede woning. „We handelden niet tegen de regels”, luidt het verweer van de betrokkenen. Dat moge zo zijn, het neemt niet weg dat ze zich hiermee in de ogen van veel Britten hebben laten ontmaskeren als schaamteloze zakkenvullers.

Het uitbundige declaratiegedrag zal de animo om te stemmen op anti-establishmentpartijen, zoals de extreem-rechtse British National Party, aanwakkeren. Vooral Labour maakt zich hier zorgen over. Er wordt al ernstig rekening mee gehouden dat de BNP bij de aanstaande Europese verkiezingen één of meer zetels zal halen.

De regels schrijven voor dat Lagerhuisleden onkosten voor een tweede woning mogen declareren tot een maximumbedrag van 24.000 pond per jaar (26.600 euro). Dit omdat velen vaak de helft van de week in Londen moeten zijn en de rest in hun kiesdistrict. Tot voor kort hoefden voor items beneden de 250 pond (278 euro) geen bonnetjes te worden overlegd.

Zelfs premier Brown, die bekend staat als een sober man, deed wenkbrauwen fronsen met zijn declaratie van 6.500 pond (7.235 euro) aan schoonmaakkosten over een periode van twee jaar voor een flat in Londen, al kan hij al twaalf jaar gebruikmaken van ambtswoningen.

Eerder was al aan het licht gekomen dat minister van Binnenlandse Zaken Jacqui Smith de woning van haar zuster in Londen had opgegeven als haar hoofdverblijf. In werkelijkheid gebruikt ze er slechts een kamer. Ook bleken sommige parlementariërs een toelage voor hun kantoor te besteden aan familieleden die niets uitvoerden voor dat geld.

Zowel Brown als oppositieleider David Cameron heeft zijn excuses namens hun partijen aangeboden. Een grondige herziening van de declaratieregels is op komst. Een commissie komt binnenkort met voorstellen. Cameron pleitte zondag voor een transparant systeem, dat ook op internet zou zijn te raadplegen door het publiek.

Sommigen, onder wie de vooraanstaande jurist Lord Bingham, verwijten het Lagerhuis dat het zich steeds volgzamer is gaan opstellen jegens de regering. Hij pleit voor een Lagerhuis met meer tanden, dat zich bijvoorbeeld verzet tegen verdere pogingen van de regering om de burgerrechten te beperken. De bonnetjesaffaire verzwakt de positie van het parlement echter alleen maar verder.

    • Floris van Straaten