Berlusconi's etatisme funest voor de Italiaanse economie

Het Italiaanse kapitalisme zal niet ongeschonden uit de jongste manoeuvres van Fiat tevoorschijn komen. Het tijdperk van de grote families, die via belangen over en weer omvangrijke delen van de industriële sector van het land controleerden, loopt ten einde.

De Agnelli’s waren meer dan alleen maar de controlerende aandeelhouders van Fiat. Zij waren de feitelijke koninklijke familie van het Italiaanse kapitalisme. Gianni Agnelli, de patriarch die in 2003 overleed, zat in het centrum van een web van kruisverbanden, dat een kleine groep ondernemers en bankiers onevenredig veel macht gaf over de Italiaanse industrie. De groep werd de salotto buono – ‘de mooie salon’ – genoemd.

De kleinzoon van Gianni, John Elkann, is bereid om het belang van 30 procent van de familie in Fiat Auto te laten verwateren – naar verluidt naar 10 procent – om de autoproducent in staat te stellen met GM Europe te fuseren. Dat zou het definitieve einde van het web betekenen.

In principe is dit goed nieuws. De salotto buono had zo zijn nut na de Tweede Wereldoorlog, toen een gedemoraliseerd en verdeeld land erdoor op weg werd geholpen naar industrialisering en democratie. Maar twee generaties later neigt de ‘salon’ ertoe de meritocratie te smoren en de concurrentiekracht te ondermijnen.

De crisis heeft een paar van de oude machtsinstituten hard getroffen. Zakenbank Mediobanca, die door zijn strategische belangen onevenredig veel in de melk te brokkelen had, meldde een forse daling van de winst, na 281 miljoen euro te hebben moeten afschrijven op belangen in Telecom Italia en RCS Mediagroup.

Maar het oude netwerk zou wel eens vervangen kunnen worden door iets ergers: Berlusconisme. Silvio Berlusconi is premier, rijkste man van Italië en baas van het grootste deel van de media in het land. De oppositie is ontstellend zwak. En het uit de gratie raken van het ‘Angelsaksische financiële bestel’ laat ruimte voor het soort etatisme dat hij voorstaat.

Berlusconi heeft zich al rechtstreeks bemoeid met luchtvaartmaatschappij Alitalia en telecomconcern Telecom Italia. Zijn indirecte invloed wordt zelfs gevoeld bij oude bastions van financiële macht als Mediobanca, waar zijn dochter onlangs een zetel in het bestuur verwierf.

Italië heeft het niet al te slecht gedaan met het ‘gemengde’ privaat-publieke economische model dat het na de oorlog heeft gevolgd. Maar de versie van Berlusconi lijkt daar een aparte draai aan te geven. Uit zijn staat van dienst blijkt dat hij ervan houdt over hervormingen te praten, maar dat zijn daden een ongezonde belangstelling verraden voor het uitbouwen van zijn persoonlijke imperium. Nu het bruto binnenlands product van Italië dit jaar naar verwachting met 4 procent zal krimpen, is deze benadering het laatste wat het Italiaanse bedrijfsleven kan gebruiken.