Zelfs 1.000.000.000.000 dollar was niet genoeg

Dambisa Moyo: Dead Aid. Penguin, 288 blz. € 21,-. De vertaling, Doodlopende hulp, verschijnt in augustus bij Contact. * * *

Dambisa Moyo: Dead Aid. Penguin, 288 blz. € 21,-. De vertaling, Doodlopende hulp, verschijnt in augustus bij Contact. * * *

Hulp is zelf de ziekte die het zegt te genezen; in deze tien woorden is Dead Aid samen te vatten. Wangedrag van Afrikaanse elites – corruptie en zelfverrijking – komt volgens Dambisa Moyo door ontwikkelingshulp. Omdat slechte bestuurders onvoldoende investeren in onderwijs, gezondheidszorg, stroom of wegen, blijft economische groei uit.

Veel feiten lijken Moyo gelijk te geven. De Afrikaan is nu slechter af dan 20 jaar geleden. Tussen 1970 en 1998, toen de hulpstromen het grootst waren, nam de armoede toe van 11 naar 66 procent. De levensverwachting stagneerde. Van de zeven kinderen sterft er een voor zijn vijfde. Van de tien meest ‘falende staten’ liggen er zeven in Afrika. In zestig jaar ontving Afrika 1 biljoen dollar ontwikkelingshulp. Het is volgens Moyo niet ondanks, maar dankzij dat biljoen dat Afrika niet vooruitkomt, domweg omdat er niks terug wordt verwacht. Al wordt donorgeld gejat of verbrast, de volgende cheque komt gewoon weer binnen.

Het afleggen van verantwoording hoort bij een democratie. Een andere valkuil is een economische: hulp trekt de aandacht weg van de ‘productieve economie’. In een ontwikkelingsland werken de slimsten aan het binnenhalen van donorgeld. En: hulpgelden worden geconsumeerd en te weinig geïnvesteerd. Door de grote instroom van dollars wordt de eigen munt duurder en zo ook de export – motor van economische groei.

Kortom: hulp brengt geen groei, maar corruptie, luie politici, een impotente economie, meer conflictpotentieel en een vicieuze cirkel van hulpafhankelijkheid. Maar hoe goed het boek ook werkt als campagnemateriaal, in zijn analyse laat het steken vallen. Moyo verabsoluteert de hulp als kwade kracht. En die alles verklarende variabele maakt haar blind voor de ingewikkelde transformatie die een samenleving moet doormaken om van de derde wereld naar de eerste te komen. Ze draait oorzaak en gevolg om als ze het opvallende succes van Botswana verklaart: ‘Botswana slaagde doordat het zijn afhankelijkheid van hulp stopte.’

Nergens bespreekt ze sociaal-culturele kenmerken die ontwikkeling hinderen: kortetermijndenken, wantrouwen, directe consumptie, een ander arbeidsethos. Evenmin analyseert Moyo hoe de politieke ordening van Afrikaanse staten economische groei frustreert. Corruptie, bijvoorbeeld, is geen vrucht van de hulp, maar onderdeel van een patronagesysteem dat geweld voorkomt doordat alle sterke mannen delen in de poet. Hulp maakt de buit groter.

Het getuigt van moed dat Dambisa Moyo een alternatief aandraagt. Afrikaanse landen moeten voor geld de markt op. Wanneer ze hun ontwikkeling financieren met staatsobligaties, buitenlandse investeringen en microkredieten, disciplineert de kapitaalmarkt de bestuurders. Eén keer de zaak bedonderen en die geldkraan gaat voorgoed dicht.

Marcia Luyten