Wie weert loverboy van school?

Een oud-leerling eist een schadevergoeding en smartegeld van een Zwolse school, die haar niet voldoende zou hebben beschermd tegen loverboys. „Ze namen ons nooit serieus”, zegt haar moeder.

Midden in een les op het Thorbecke Scholengemeenschap in Zwolle komt een jongen de klas binnen stormen. Een van de meisjes, Maria Mosterd, moet onmiddellijk meekomen. „Haar nichtje heeft een ongeluk gehad!”, zegt hij. Op deze manier wordt Maria opgehaald door een van de handlangers van haar loverboy. Ze moet weer aan het werk.

Niet alleen Maria Mosterd, ook andere meisjes op andere scholen worden op een slimme manier van school opgepikt door loverboys. Ze staan met auto’s nabij de school meisjes op te wachten die langsfietsen. De school weet van hun aanwezigheid, maar doet niets.

Dat constateren Maria Mosterd, nu 19 jaar, en haar moeder Lucie, die een rechtszaak tegen de school hebben aangespannen. Zowel moeder als dochter schreef een boek over de tijd dat Maria in handen viel van loverboy Manou. Beide boeken, Ik stond laatst voor een poppenkraam en Echte mannen eten geen kaas, werden bestsellers.

Volgens Mosterd heeft de school tussen 2001 en 2005 geen veilige omgeving geboden en schoot het absentiebeleid tekort. Ze eist smartegeld en een schadevergoeding van 74.000 euro. Bovenal wil ze excuus van de school en een verplicht loverboybeleid voor middelbare scholen. „Ik heb de school volop de tijd gegeven ons erkenning te geven, ze namen ons nooit serieus”, zegt Lucie.

In 2006 diende Lucie Mosterd al een klacht in bij de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs (LKC), die gegrond werd verklaard. Met dit succes is de rechtszaak, die uniek is, nog niet gewonnen. Het is de vraag of een school aansprakelijk gesteld kan worden voor nalatigheid als leerlingen ten prooi vallen van loverboys.

De advocaat van Mosterd, Ernst Muller, denkt van wel. „Scholen moeten ingrijpen als leerlingen niet komen opdagen. De moeder van Maria werd na drie jaar op de hoogte gesteld. Ook de leerplichtambtenaar was niet ingelicht.”

Afgezien van absentiebeleid moet de school volgens Muller veiligheid waarborgen, waarin ze ook niet is geslaagd. „Ze namen onvoldoende maatregelen om het risico te verkleinen dat meisjes in aanraking kwamen met de loverboys.”

De school is van mening dat het niet tekort is geschoten en dat Maria buiten de schooltijden in handen viel van een loverboy. Dat zei de directeur, Hans Schapenk, tegen de regionale krant de Stentor. Hij wil verder niet op de zaak ingaan. Wel zegt hij ‘het liever om te draaien’. „Waar ligt de verantwoordelijkheid van de ouders? Het zou te gek voor woorden zijn als je de school voor alles verantwoordelijk stelt.”

Volgens Lucie kon zij haar verantwoordelijkheid juist niet nemen, omdat zij niets afwist van het spijbelgedrag van haar dochter. Het maatschappelijk probleem van loverboys is daarnaast veel groter dan tot nog toe wordt aangenomen, zegt Lucie. „En een duidelijke aanpak ontbreekt.”

Dit wordt bevestigd in het onderzoek Weerbaar en Divers, dat de Onderwijsinspectie in april publiceerde. In het rapport staat dat de meeste scholen nauwelijks een beleid hebben dat zich expliciet richt op ‘seksuele weerbaarheid’, waar het loverboy fenomeen onder valt.

En dat terwijl een groot deel van de scholen wel met loverboys te maken krijgt, blijkt uit het onderzoek. In het praktijkonderwijs is het percentage waar leerlingen problemen hebben met seksuele weerbaarheid zelfs 80 procent.

De school geeft wel degelijk aandacht aan het probleem rondom loverboys, zegt Schapenk. „We geven voorlichting over loverboys met cursussen en toneelstukken.”

Toch is dat niet genoeg, vindt Lucie. „Scholen moeten verplicht worden een loverboybeleid in te voeren. Als ze zien dat meisjes in flitsende auto’s worden opgepikt, moeten ze de nummerborden noteren. Als ze die jongens zien rondhangen, moeten ze hen aanspreken. Daar waar nodig moeten ze ook de politie inschakelen.”

Dat vindt Aline Tigchelaar, projectmedewerker van het advies en meldpunt loverboys en jeugdprostitutie Fier Fryslan, een goed idee. Tigchelaar geeft voorlichting op scholen en trainingen aan docenten. In Friesland kwamen vorig jaar heel veel meldingen van loverboyslachtoffers binnen. Volgens Tigchelaar zijn loverboys niet alleen de verantwoordelijkheid van de school. „Maar op scholen komen wél veel signalen naar voren”, zegt Tigchelaar. Docenten moeten daarom beter getraind worden die signalen op te pikken, vindt Tigchelaar. „Bijvoorbeeld meisjes die zich anders gaan gedragen en kleden, en opgepikt worden in opvallende auto’s.”

Scholen lijken bang te zijn voor een slecht imago als zij met programma’s komen die zich specifiek richten op seksuele weerbaarheid, waar loverboys onder vallen. Dat staat in het rapport van de Onderwijsinspectie. Lucie herkent dit. „Toen ik een dergelijk beleid voorstelde aan de toenmalige directeur van de school, reageerde hij met ‘maar als wij de enige zijn, lijkt het net alsof het bij ons op school veel voorkomt’.”

Schapenk zegt intussen een beetje moe te worden van de hele discussie. „Het meisje heeft hier jaren geleden op school gezeten, maar iedere keer wordt het weer opgerakeld.” Wat dat betreft is een rechtszaak misschien niet onwenselijk, denkt Schapenk. „Dan wordt nu voor eens en voor altijd helder waar de verantwoordelijkheid van de school ligt.”

Commentaar: pagina 7

    • Marijke Groeneveld