Vraag me niet meer vader te zijn dan zoon

In sneltreinvaart heeft zich een obsessie met ‘onze identiteit’ ontwikkeld.

Als je kiest voor Europa ben je tegen Nederland, en andersom.

Vraag me niet meer vader te zijn dan zoon En zo ben ik ook Nederlander én Europeaan Illustratie Milo Milo

Het is mijn diepste overtuiging dat je alleen kunt weten waar je naartoe op weg bent als je ook weet waar je vandaan komt. Zonder geschiedenis geen toekomst. Maar de obsessie met ‘onze identiteit’ die wij in sneltreinvaart lijken te hebben ontwikkeld in Nederland, ontneemt ons daarnaast het zicht op het belang van de ander, het nieuwe, het vreemde, juist voor het bewust zijn van onze identiteit.

Weten wie een ander is, om te ontdekken wie je zelf bent, om zo te kunnen worden wie je wilt zijn. De vrees voor de ander is even menselijk als de liefde voor de ander. Beide lopen als een rode draad door de menselijke geschiedenis. Met name als je in de ander een bedreiging ziet voor je identiteit, steekt vrees de kop op.

Kennis van onze geschiedenis kan ons helpen zaken in perspectief te plaatsen, niet te schrikken van uitdagingen, maar ook waakzaam te zijn voor het vervallen in oude fouten. Sommige landen hebben te veel geschiedenis en gaan daar voortdurend onder gebukt, andere landen, waaronder helaas Nederland, kennen hun verleden bijna niet. En wie zonder geschiedenis is, is gevangen in het hier en nu.

Bovenop onze fixatie op identiteit lijken we de heilzame werking die invloeden die van buiten op ons afkomen eeuwenlang hebben gehad, vergeten te zijn. Van de Portugese Joden eeuwen geleden tot de Antilliaanse schrijvers, van de Franse hugenoten tot de Turkse arbeiders op onze scheepswerven en van Italiaanse ijsmakers tot Indonesische koks. Allemaal hebben ze met hun handen, smaak, cultuur en ideeën een bijdrage geleverd aan ons land, wat ook hun land werd. Het Nederland van de zeventiende eeuw veranderde door invloeden van buiten in het Nederland van de achttiende eeuw en het Nederland van de twintigste eeuw is met weer andere nieuwe invloeden het Nederland van de eenentwintigste eeuw aan het worden.

Nieuwe invloeden moeten we zeker niet gelaten over ons laten komen. We moeten ze wegen, vervolgens verwerpen of verwelkomen, naar gelang het oordeel. Kritisch, maar met een open houding. Zo houden we onze cultuur dynamisch, zo brengen we zuurstof in de longen van onze samenleving. En zo herinneren we ons ook weer dat je Nederlander en Europeaan tegelijk kunt zijn. De vraag die mij in de afgelopen jaren het meest is gesteld luidt: ‘Bent u in de eerste plaats Nederlander, of bent u Europeaan?’ Na een paar honderd keer wordt zo’n vraag best vermoeiend, want er zijn uiteindelijk maar enkele manieren waarop ik het antwoord kan formuleren.

Toen ik de kans kreeg stelde ik de vraag zelf eens aan de Italiaanse schrijver Claudio Magris: „Professor, bent u nu Italiaan of Europeaan?” Zijn antwoord was even eenvoudig als sprekend: „Wat een gekke vraag! Het is alsof u mij zou vragen: ‘Bent u vader of bent u zoon?’ Ik ben zowel vader als zoon en een keuze tussen die twee is absurd. Ik ben Italiaan en dus ook Europeaan, ik ben van Trieste en dus ook Italiaan, al spreek ik thuis geen Italiaans, maar het dialect van Trieste.”

De worsteling met de ander, het nieuwe, het vreemde lijkt ook ons beeld over de verhouding tussen Nederland en Europa te hebben beïnvloed. Voor een deel weerspiegelt de vraag ‘Bent u in de eerste plaats Nederlander, of bent u Europeaan?’ de Nederlandse traditie die stamt uit de periode van de verzuiling: je kiest ervoor ergens bij te horen en dan kun je nergens anders bijhoren. Maar voor een deel wordt aan de vraag, zeker de laatste tijd, in toenemende mate een loyaliteitskwestie verbonden: als je kiest voor Europa, kies je tegen Nederland en andersom. Terwijl voor mij de keuze voor Europa juist een patriottische keuze is, omdat Europa ons helpt een soevereiniteit te herwinnen, die door de globalisering dreigt weg te spoelen.

Ik ben Europeaan omdat Europa en de Europese samenwerking ons helpen te borgen wat wij zo koesteren aan Nederland. Omdat wij Europa nodig hebben voor de bestendiging van ons sociaal-economisch model. Omdat Europa ons kan helpen ook in de snel veranderende wereld een maatschappelijke ordening te bouwen die recht doet aan de wensen en dromen van de Nederlanders. De Europese overheid is net als de nationale en gemeentelijke overheden niet meer uit ons bestaan weg te denken. Nederland kan niet zonder.

De keuzes waarvoor wij staan zijn, misschien tot verdriet van sommigen, niet te reduceren tot ‘voor of tegen’ of ‘minder of meer’ Europa. Het gaat om complexe zaken die wij alleen niet kunnen oplossen. Velen van ons verdienen hun boterham dankzij de interne markt en de sterke positie van Europa in de wereld op tal van terreinen zal ons in staat stellen sterker en duurzamer uit de crisis te komen.

Hoe we dat doen, met welke visie, bepaal jij – Nederlander en Europeaan – mede met je stem op 4 juni.

Frans Timmermans (PvdA) is staatssecretaris van Europese Zaken

    • Frans Timmermans