Van den Berghe debuteert sterk

Theater Messen in Hennen van David Harrower door Theater Frascati. Regie: Julie van den Berghe. Gezien: 9/5 Theater Frascatia Wilhelminagasthuis, Amsterdam. Inl.: www.theaterfrascati.nl ****

Er ligt wat hooi verspreid op de grond, er staat een houten kermispaard, de achterwand is zwart en een geheimzinnige man zit op een kistje. Een gelukkig bruiloftspaar maakt zijn entree. Zij is dartel en vol levenslust; hij een stoere boer die zijn jonge vrouw vergelijkt met een akker. Maar de vrouw gelooft niet in vergelijkingen, zij is geen akker, net zo min als de schijnende maan een kaas is, ook al zeg je: „Kijk, de maan is als een kaas”.

Zo begint een van de mooiste theaterteksten van de laatste tijd, Messen in Hennen (Knives in Hens, 1995) van de Schotse schrijver David Harrower. Regisseur Julie van den Berghe (1981) kiest het stuk als afstudeervoorstelling van de Amsterdamse Theaterschool. Eerder, in 2000, bracht het Noord Nederlands Toneel Messen in Hennen. Ook het Nationale Toneel uit Den Haag voerde een stuk van Harrower op, Blackbird. De uiterste, zuivere soberheid die Van den Berghe nastreeft past prachtig bij het schrijftalent van Harrower. In Messen in Hennen draait alles om de taal. Regisseuse Van den Berghe heeft drie schitterende acteurs gevonden voor haar eerste grote regie: Wendell Jaspers als de boerin, Jaap Spijkers als de boer en Sabri Saad el Hamus in de rol van molenaar. Julie van den Berghe was eerder verbonden aan het Over het IJ -festival. Ze speelde in Psychose van Sarah Kane en bewerkte Kentering van een huwelijk voor het toneel; in Gent werkte ze bij jazzcafé Hotsy Totsy, bekend van de roman Het verlangen van Hugo Claus.

Het platteland van Harrower is zwart en dreigend, net een duistere poel, daar moet vooral niet romantisch over worden gedaan. De dorpsgemeenschap is als een bekrompen samenleving van xenofobe lieden, die elk afwijkend gedrag beschimpen. Wendell Jaspers als de jonge vrouw proeft de taal op haar lippen: ze spreekt woorden uit die voor ons vanzelfsprekend zijn.

In haar regie benadrukt Van den Berghe de prilheid van elke eerste ervaring; de tedere liefde evengoed als de genadeloze. Het lezen van boeken evengoed als het ploegen van een akker. Het loflied van de molenaar op zijn steen, is weergaloos poëtisch. Diezelfde molenaar is verstoten door de dorpsgemeenschap. Spijkers en Sabria Saad el Hamus vertolken krachtig de verschillende mannenrollen: hij een bizarre boer die de liefde voor paarden prefereert boven de liefde voor zijn eega. En de molenaar als een geletterd man die boeken leest. De moord op de boer gebeurde destijds bij het Noord Nederlands Toneel met een omlaag tuimelende de molensteen. Van den Berghe kiest voor een verstilde vorm: donker, een kreet.

De mooiste vondst in Messen in Hennen komt aan het slot. De vrouw vindt in de molenaar haar nieuwe liefde; hij schrijft woorden op haar lichaam, en zij op dat van hem. Nu heeft de vrouw de taal gevonden, maar het maakt haar niet gelukkig. Ze voorvoelt dat de dorpelingen haar gaan verstoten, en ze vlucht. Met de molenaar. Op de zwarte achterwand schrijft ze in witte krijtletters: „Het dorp heeft een molenaar nodig.” Wendell Jaspers maakt een gedicht van haar theatertekst: „De wind beweegt de takken, een lamp danst, het krijt schrijft een witte punt.” Het gezelschap NTGent heeft al belangstelling getoond voor Van den Berghe. En terecht.