Slijpen, schuifelen, schuren, zwemmen

Slijpen kan tot zoenen leiden Foto AP A couple kisses while dancing at the PM club and bar in Mexico City's trendy Condesa neighborhood, early Friday, May 8, 2009. Roughly two weeks since the swine flu outbreak forced the closure of bars, restaurants, and other places where people mingle, Mexico City's vibrant night life is returning to normal. (AP Photo/Brennan Linsley) Associated Press

Ik weet niet hoe we erop kwamen, maar ik was dit weekend op een feestje en opeens ging het gesprek over slijpen. Er deden wel tien mensen mee aan het gesprek, mannen en vrouwen, allemaal boven de vijfenveertig.

Slijpen, voor wie het niet weet, is een intieme manier van dansen, dicht bij elkaar, op langzame muziek. De meesten van ons hadden voor het eerst geslepen aan het eind van de jaren zestig of het begin van de jaren zeventig. Op klassenfeestjes of op feestjes bij iemand thuis. Er hingen indertijd in tienerkamers visnetten aan het plafond en mandflessen. Als er een zogenoemd slijpnummer werd opgezet – Samba Pa Ti van Santana bijvoorbeeld, of A whiter shade of pale van Procol Harum – dan was dat een beslissend moment: óf je nam de benen naar de cola en de chips (de waaghalzen dronken een glaasje rosé d’Anjou) óf je ging slijpen.

Voor slijpen bleken in het gezelschap verschillende woorden te bestaan. Slijpen was het bekendst, samen met schuifelen, maar anderen hadden het over slowen, soften en kleffen. Voor enige hilariteit zorgde een vrouw die was opgegroeid in Eindhoven, die bezwoer dat deze intieme manier van dansen daar zwemmen werd genoemd. Hier werd met zoveel ongeloof op gereageerd („Zwemmen? Gatver, wat een raar woord in deze context”) dat zij zich even terugtrok om haar zus te bellen, die haar onmiddellijk bijviel.

Nu weet ik ook weer hoe we erop kwamen, want de huidige jeugd slijpt of schuifelt niet, maar schuurt – zo begon het gesprek. Tussen slijpen en schuren bestaat een essentieel verschil. Bij slijpen sta je met de gezichten naar elkaar toe. Hoe intiem de dans werd, hing af van je danspartner. Je kon op volle armlengte met elkaar schuifelen, of juist heel dichtbij. De brutalen of voorlijken onder ons duwden daarbij de heupen naar voren, maar die bleken in dit gezelschap in de minderheid. „Ik hield mijn heupen juist angstvallig naar achter”, vertelde een man, „want ik was als de dood dat een meisje zou voelen dat ik een erectie had. Daardoor kreeg je een rare, gebogen houding; met je kont een beetje naar achter, en met je gezicht in de nek, of beter: in het lange haar van het meisje, heel onaangenaam eigenlijk.”

Nee, dan het huidige schuren. Dat doe je niet met de gezichten naar elkaar toe, maar van elkaar af. Het meisje gaat ruggelings voor de jongen staan en duwt al heupwiegend haar billen stevig in zijn kruis. Dat kan op álle muziek, zodat je een heel feestje lang kunt staan schuren, niet met één maar met al je danspartners. We hebben hier een dertienjarige in huis die helemaal uitgelaten terugkwam van zijn eerste zogenoemde Fris-feest (een feest waar alleen frisdrank wordt geschonken): „Ik heb wel met twintig meisjes geschuurd!”

Slijpen, schuifelen, slowen, soften, kleffen, zwemmen – we waren het erover eens dat dit woorden waren die je vooral achteraf gebruikte, om te vertellen wat je had gedaan. Je zei niet, als bijvoorbeeld het hijgnummer Je t’aime... moi non plus werd opgezet: „Zeg, zullen wij even gaan slijpen?” Wat dat betreft is er overigens niet veel veranderd, want bij mijn weten hebben jongeren nu dezelfde reserve bij het woord schuren.

    • Ewoud Sanders