Radu Lupu speelt een soms Schubertiaanse Beethoven

Klassiek Radu Lupu, piano. Gehoord: 10/5 Concertgebouw, Amsterdam. ****

Hij houdt van boeken, musea, films en bridgen, maar wegdromend achter de Steinway wekt hij de indruk dat het dagelijkse leven volledig aan hem voorbijgaat. Radu Lupu, wereldwijd bewonderd om zijn delicate pianistiek en zijn heilige toewijding aan de muziek en in staat de subtielste nuances in een partituur op te sporen en de wonderlijkste klankkleuren aan de vleugel te ontlokken, heeft de uitstraling van een mysticus.

In de serie Meesterpianisten concentreerde de Roemeense maestro zich op werken van Beethoven en Schubert. Achterover leunend, de blik van zijn weerbarstige Raspoetin-hoofd gericht op oneindig, bijna achteloos ‘aaiend’ over de toetsen, begon Lupu vanuit de diepte stem te geven aan Beethovens Sonate nr. 9. Wars van alle vormen van muzikaal effectbejag opteerde hij voor eenvoud, zonder pathos, indrukwekkend in zijn geraffineerde verfijning, maar ook een beetje eentonig door zijn bijna nukkige gemompel in de binnenkamers van de sonate.

Ook de Sonate nr. 10 leek Lupu meer voor zichzelf dan voor het publiek te spelen, ingetogen en mijmerend. Maar tijdens zijn dynamische vertolking van Beethovens Sonate nr. 8 ‘Pathétique’ was er actie in het hier en nu: dwingend en overtuigend, maar soms ook een beetje slordig. Lupu’s uitgebalanceerde vertolking neigde bij vlagen toch naar het ‘vormeloze’, alsof hij de componist op zijn luidruchtigste momenten onbewust de mond wilde snoeren.

Zo kwam Lupu’s Beethoven een beetje Schubertiaans over. Pas tijdens zijn magistrale vertolking van de echte Schubert deed hij zijn zijn faam als een van de grootste nu levende musici werkelijk eer aan. Zwevend door het schaduwrijke universum van Schuberts melancholieke Sonate riep Lupu een aangrijpende droomwereld in klanken op, wankelmoedig, maar toch vloeiend, hartverscheurend in zijn broze tederheid.

    • Wenneke Savenije