Paus noch president

De president van de Verenigde Staten en de paus hebben allebei iets goed te maken tegenover de islamitische wereld. Barack Obama’s voorganger viel zonder internationaal mandaat een islamitisch land binnen. En moslims verwijten de VS dat zij partij kiezen in de honderdjarige oorlog om Palestina.

Paus Benedictus XVI citeerde in 2006 een Byzantijnse keizer, die Mohammed min neerzette en de islam in één adem noemde met geweld. Het was maar een citaat, zei de paus wat zwakjes, maar de verhouding tussen de twee grootste religies van de wereld was verstoord.

Obama zei afgelopen week dat hij een toespraak voor de islamitische wereld zal houden tijdens zijn bezoek aan Egypte, in juni aanstaande. De paus begon zijn bezoek aan bijbelse bodem vrijdag in Jordanië. Hij betuigde er zijn ‘diepe respect’ voor de islam en bezocht de nieuwe Koning Hoessein Moskee in Amman.

De paus spreekt voor een wereldkerk en als er één politicus aanspraak kan maken op het woordvoerderschap namens ‘het Westen’ is het de Amerikaanse president. Beide handreikingen stellen dus iets voor, maar wie kan die aanvaarden of afwijzen in naam van de islam?

Koning Abdullah van Jordanië? Zijn Hasjemitische dynastie zegt af te stammen van Mohammed en voerde eeuwenlang de titel ‘sharif van Mekka’. Maar in 1925 werd de laatste telg, Ali, verdreven door de bedoeïenenvorst Ibn Saoed. Ook de aanspraken van het Saoedische koningshuis op het leiderschap van de islamitische wereld worden door lang niet alle moslims erkend.

President Mubarak van Egypte dan, straks de gastheer van Obama? Hij onderdrukt de islamitische oppositie, voorop de Moslim Broeders. En als een leider van die beweging in Jordanië zegt dat „wij Christus, het Vaticaan en de pausen respecteren, maar niet deze paus”, dan rijst de vraag: wie zijn ‘wij’, moslimbroeder?

Sinds de opheffing van het kalifaat in 1924 heeft de umma, de gemeenschap der gelovigen, paus noch president. De titel amir al-mu’minin (aanvoerder der gelovigen) wordt alleen nog gevoerd door het Marokkaanse koningshuis, maar dit vindt weinig weerklank buiten de landsgrenzen.

Als moslims zich gekwetst voelen, reageren ze vaak als één man, maar ze spreken zelden met één mond.

Dirk Vlasblom