Oppositieleider in Japan stapt op

De Japanse oppositieleider Ichiro Ozawa (66) treedt terug. Ozawa wil voorkomen dat zijn partij, de Democratische Partij van Japan (Minshuto), bij de komende parlementsverkiezingen wordt belast door het fraudeschandaal waarin de partij is terechtgekomen.

Ozawa heeft dat vandaag op een persconferentie bekendgemaakt. „Om de eenheid van de partij te versterken heb ik besloten me op te offeren”, zei hij. De oppositieleider was in zijn eigen partij onder grote druk komen te staan nadat in maart zijn financieel secretaris werd gearresteerd. Deze zou fondsen van het bouwbedrijf Nishimatsu Construction Co. naar de partijkas van Minshuto hebben geloodst. De afgelopen weken werd de roep om Ozawa’s vertrek steeds luider.

Tot de arrestatie had Ozawa in de opiniepeilingen een grote voorsprong op de Liberale Democratische Partij van premier Taro Aso. De premier had nog maar weinig krediet bij de Japanse bevolking, door zijn weifelende aanpak van de financiële crisis die de tweede economie ter wereld ernstig heeft getroffen. Aso, de derde Japanse premier in twee jaar, bleef in de peilingen zelfs onder de 10 procent steken.

Onder leiding van Ozawa had de oppositie goede hoop het machtsmonopolie van de LDP te doorbreken. Deze partij is de afgelopen vijftig jaar vrijwel onafgebroken aan de macht geweest. De parlementsverkiezingen moeten uiterlijk dit najaar worden gehouden.

Toen Ozawa op 21 september vorig jaar werd gekozen tot partijleider, zei hij deze termijn te zien als zijn laatste grote kans om de Japanse politiek te veranderen. „Ik zal mijn uiterste best doen, in aanmerking genomen dat dit mijn laatste kans is een einde te maken aan de regering die geleid wordt door de LDP.” (AP, Reuters)