Moederdag

Kleinzoon Glenn meldde zich zaterdag aan de telefoon. Hij kent de toets waaronder hij ons kan vinden en maakt daar dankbaar gebruik van op willekeurige momenten, bijvoorbeeld als ik bezig ben aan een verbitterd gevecht tegen de deadline van de krant.

Gelukkig kreeg hij ditmaal zijn grootmoeder aan de lijn.

„Morgen is het moederdag”, zei zij, „en dat betekent dat je je moeder de héle dag moet verwennen.”

Het bleef even stil. „Dat is wel heel erg lang”, zei hij.

Ik vroeg me af waarom mijn vrouw me deze anekdote vertelde. Dat wij de trotse grootouders waren van het geestigste jongetje ter wereld, dat wisten we zo langzamerhand wel.

Was het misschien om mij duidelijk te maken dat zij ook wel eens zo’n héle dag verwend wilde worden? Maar wij deden toch niet meer aan moeder- en vaderdag sinds de kinderen de deur uit waren? Al was het alleen maar om te voorkomen dat je zo’n stel wordt dat ‘moeder’ en ‘vader’ tegen elkaar zegt.

Goed, maar dat betekende nog niet dat ik mijn vrouw mocht verwaarlozen op zo’n goddelijk mooie moederdag. Ik bood haar aan naar het Westerpark te gaan. Dat klinkt niet erg sensationeel. Zelfs de meeste bewoners van Amsterdam, waarin dit park gelegen is, hebben er geen hoge dunk van. Zij zweren bij het Vondelpark. Daar moeten ze vooral mee doorgaan, want alleen op deze manier kan het Westerpark blijven wat het is: relaxed.

Het park heeft de afgelopen jaren een metamorfose ondergaan. Het kon profiteren van een drastische opknapbeurt van het hele gebied rond de oude Westergasfabriek.

Daar vind je nu alles wat je uitgaanshart begeert: cafés, terrassen, zonneweiden, kunstateliers en de bioscoop Het Ketelhuis.

Je kunt een boek meenemen naar het Westerpark, maar je zult er nauwelijks aan toekomen, want er is altijd wel wat te zien.

Daar staat een vrouw les te geven aan honden en hun bezitters. Hoe zeg je overtuigend ‘zit’ en ‘blijf’ tegen een jonge hond die heel andere plannen heeft? „Je moet eisender zijn”, zegt de trainster tegen een vrouw die te lief blijft. Een andere bezitter krijgt te horen dat zijn hond te mollig is – daarom is hij niet begerig naar de beloning met een snack.

Verderop wordt getennist en gekorfbald. We hebben zelden naar korfbal gekeken en het valt ons op wat een aardige, nauwelijks agressieve sport het is. Omdat je niet mag lopen met de bal is er weinig lichaamscontact. Iets voor de voetballerij?

We eten een goed broodje op het Westergas Terras, lopen het park in en stuiten op het jazzcombo van Farah Day, die in het gewone leven Marijke Faber heet.

Ze maken prima jazzmuziek uit de jaren dertig. De trompettist is geweldig op dreef en Farah klinkt soms bijna als naamgenote Doris. Ze zingt dan ook hetzelfde type evergreen, zoals: You’d be so nice to come home to. Met als tweede regel: You’d be so nice by the fire.

Een perfect moederdaglied.

„Hoe was moederdag?” vraagt mijn vrouw ’s avonds telefonisch aan Glenn.

„We zijn naar het piratenschip geweest, maar er waren geen piraten.”

„Die waren zeker naar moederdag.”

Hij lijkt het een waardeloze suggestie te vinden.

„Ik leg nu maar neer”, zegt hij, „anders komt er te veel gepraat in huis.”