Mannen en groenten

‘Neem nog wat van die sperziebonen”, zei ik aanmoedigend tegen de man aan mijn tafel. Hij deed het braaf. Prikte er wat aan zijn vork. Kauwde. „Ze zijn erg lekker”, zei ik. Iemand moet het toch zeggen. En ze waren ook lekker, met daslookpesto die door wat zure room en olijfolie geroerd was eroverheen.

„Hmm”, zei de man. Hij prikte lusteloos in nog een boontje, besloot het toen niet naar zijn mond te brengen. Bekende: „Ik houd niet zo van sperziebonen. Ik vind ze zo grof.”
„Oh”, zei ik. Wat zijn lievelingsgroente dan wel zou kunnen zijn wilde me even totaal niet te binnenschieten, terwijl ik ervaring genoeg heb met deze man.

Zijn gedachten gingen blijkbaar langs dezelfde lijnen want ineens zei hij: „De groente die mannen echt lekker vinden, ik spreek maar even namens de hele soort, moet nog uitgevonden worden.”
Ik zuchtte. Doe ik wel vaker. En eigenlijk moet je er niet over zuchten, en gewoon denken: nou dan niet. Als ze ( ‘ze’) nu eenmaal liever uitsluitend spaghetti en kaas en vlees en vis eten, en groenten alleen als je die verstopt in de soep of de ragout, fijnmaalt, met kaas en noten onherkenbaar maakt enz., laat ze (‘ze’).

Wat zijn wij vrouwen (ik spreek ook maar even namens de soort) ook vervelend met altijd die sla van ons en die nadruk op het bijzonder verrukkelijke van half of geheel rauwe groenten die knersend en piepend naar binnen worden gewerkt en wij daar maar bij zitten met Madonna-allures omdat het allemaal zo goed voor iedereen en de hele wereld is als er groenten gegeten worden. En dat wij van nature dus eigenlijk wel iets beter zijn, want gek op groenten. Ook als er geen kaas over zit.

Maar zulke meegaande momenten zijn kortstondig, want even later denk ik weer dingen als: maar je kunt toch niet gezond eten met bijna geen groenten. En ze zijn wél lekker. Hij zal dat zien!
De mens is merkwaardig veerkrachtig. 30 jaar zonder opmerkelijk enthousiasme voor enigerlei groente - hoewel: asperges en doperwtjes kunnen wel - heeft toch nog altijd niet voor definitieve ontmoediging gezorgd.

Integendeel: nu moet er juist iets met sperziebonen. Iets waardoor hij zal toegeven dat ze geweldig zijn.
En laat ik nu precies dat recept hebben. Ik vind het zelf zó gevaarlijk lekker dat het eigenlijk nauwelijks zin heeft om er iets anders bij op tafel te zetten, want ik rust toch niet voor de schaal leeg is, zo heerlijk pittig vind ik het en de olijfolie is er zo lekker in en het smaakt zo zomers en mediterraan. Een visje kan er trouwens helemaal geen kwaad bij.

Mannen lusten het ook. Best.

Sperziebonen-Aardappelsalade (voor 4 personen)

  • 1 pond krieltjes
  • ½ pond sperziebonen

    dressing:

  • 1 theelepel komijn
  • 1 rode peper
  • 1 teentje knoflook
  • 1 el rode wijnazijn
  • 6 el olijfolie

Kook de krieltjes ongeveer 15 minuten, ze moeten niet te zacht zijn. Stoom de bonen of kook ze, een minuut of vijf. Tot ze nét niet meer piepen als je erin bijt, zeg maar.

Rooster de komijn even in een droge koekenpan, haal de zaadjes uit de pepers en snijd ze fijn, hak ook de knoflook fijn. Meng dat alles met de rode wijnazijn, doe er zout bij en giet de olie er al kloppend in een dun straaltje bij.

Snijd de aardappelen doormidden, doe ze met de sperziebonen in een schaal, meng met de dressing en bestrooi royaal met koriander.

Extra onweerstaanbaar als het nog een beetje lauw is.