Lucie Mosterd, de moeder van Maria Mosterd

Lucie Mosterd: Ik stond laatst voor een poppenkraam (van Gennep, € 14,95) –

Maria Mosterd en haar moeder eisen 74.000 euro van de school waar Maria als twaalfjarige werd geronseld door een loverboy die haar jaren in zijn greep houdt. De publiciteit wordt bewust gezocht in de hoop dat er meer bekend wordt over de slachtoffers van loverboys.

Het succes was groot toen Maria Mosterd vorig jaar zelf met Echte mannen eten geen kaas kwam. Authentiek en onopgesmukt, oordeelde recensent Arjen Fortuin toen. En: ‘Ontluisterend is de gedachte dat de reguliere omgeving van Mosterd vier jaar lang niet merkte wat er gaande was. De moeder raakt verkikkerd op die dikke, vriendelijke Manou die naast haar dochter op de bank plaatsneemt. De school trekt ondanks haar kolossale verzuim niet aan de bel. Na vier jaar gebeurt dat wel. Dan bekent ze aan een docente dat ze enkele dagen eerder door een groep jongens is verkracht en wordt ze gedwongen dat ook aan haar moeder te vertellen. Die reageert geschokt: „Dit is het allerergste wat je kan overkomen.” Waardoor de onthutsende onwetendheid van de moeder alleen maar sterker wordt geaccentueerd – want de lezer weet hoe váák haar dat allerergste is overkomen. Later klaagde de moeder van Mosterd de school aan omdat die het schoolverzuim niet had gemeld. Tja.’

Wat de moeder, Lucie Mosterd, wel en niet wist, hoe ze ermee omging vanaf het moment dat ze hoorde van de groepsverkrachting, daarover schreef ze Ik stond laatst voor een poppenkraam (van Gennep, € 14,95) – het boek staat al tien weken in de top-20 van de best verkochte boeken.

Waarom heeft Lucie Mosterd na het relaas van haar dochter haar verhaal nog willen vertellen? ‘Publiciteit genereren lijkt me nog steeds een goed preventief middel tegen wraak vanuit organisaties zoals die van Manou’. Lucie hoopt dat meer meisjes gaan vertellen wat ze is overkomen. De tweede reden: laten zien hoe alle hulpinstanties hebben gefaald. En tot slot: uit schuldgevoel. Maria heeft bewust meisjes in de val van Manous netwerk gelokt. ‘Dat feit zit me behoorlijk dwars’. Als ware woordvoerster van meisjes die het slachtoffer worden van pooiers eindigt Lucie haar voorwoord met ‘Geef alsjeblieft nooit de moed op. Ik denk aan jullie.’

Bij elke bladzijde die je in dit boek leest, bekruipt je een ongemakkelijk gevoel. Waarom moest Lucie Mosterd nog een keer over het verhaal van haar dochter heen? De argumenten die ze geeft, gaan al op voor het boek van haar dochter, al heeft die het niet expliciet in een voorwoord gezet. Moet je het verhaal dat toch in de eerste plaats van je dochter zelf is, zo naar je toe trekken? En hoe zit het met haar eigen rol? Vragen genoeg: hoe kan het dat een school geen duidelijk beleid heeft, waarom blijven excuses van de schoolleiding uit of waarom wordt er geen contact gezocht, ook wanneer bekend is wat er is gebeurd? Waarom falen de hulpinstanties? De vragen worden ten dele beantwoord, maar nergens de vraag: hoe kan het dat de moeder zich vier jaar zó om de tuin heeft laten leiden – doordat haar dochter gehersenspoeld was, is hier een gedeeltelijk antwoord. Het is geen verwijt, maar toch: als je dan toch zo uitgebreid en intens terugkijkt op die rampzalige periode, wil je toch ook laten zien wat een moeder anders kan doen?

Toef Jaeger

    • Toef Jaeger