Hoeren en lentezieke nachtegalen

Waarom wordt Berlijn ‘hoofdstad der nachtegalen’ genoemd? Het park Tiergarten biedt antwoord .

Berlijn heeft speciale nachtegaalexcursies in mei. Illustratie Milo Rottinghuizen Rottinghuizen, Milo

Het avondverkeer raast over de Strasse des 17. Juni, onderdeel van de belangrijke oost-westverbinding in Berlijn. Het is tien uur en onbewolkt. Boven fonkelen de sterren. Op het fietspad ruikt het naar seringen. Aan onze rechterhand zijn de struiken en bomen van Tiergarten, het park dat door de verkeersader wordt gedeeld.

Het is een uitgestrekt groengebied met een interessante geschiedenis. De Pruisische koning Frederik de Grote schonk dit voormalige jachtterrein als Lustpark aan de Berlijnse bevolking, nadat zijn landschapsarchitect Von Knobelsdorff het toegankelijk voor het publiek had gemaakt. In de Tweede Wereldoorlog werd het grotendeels door bommen en houtkap vernietigd. Nu groeit en bloeit alles weer en maakt Tiergarten zijn naam als tuin der lusten ook in een andere betekenis waar.

Onder een lantarenpaal staan twee hoeren. Ze wachten op klanten. ’s Avonds verandert Tiergarten van een familiepark waar veelvuldig wordt gebarbecued, in een openluchtbordeel voor hetero’s en homo’s. Toeristen die dan nog een kijkje bij de Siegessäule willen nemen, kunnen het park maar beter mijden. Verscholen in de bosjes staat een jongeman met een trainingspak aan. Een jogger wellicht die z’n zinnen heeft gezet op iets anders dan rennen. Het is een merkwaardig gezicht, die twee vrouwen met hun korte rokjes aan en een man die zich met zijn houding geen raad weet, en in het struikgewas een halfbakken poging tot kniebuigen doet. Een paar meter verder zingt een vogel in het struweel. Hij overstemt met gemak het verkeer en de stadsgeluiden. Zijn zang is rijk, luid en muzikaal. We weten zonder het te weten dat dit de nachtegaal moet zijn. Zo zingt er maar één.

In Petersons Vogelgids is z’n zang aldus beschreven: „Een vloeiend uwiet, een luid tek, een scherp en hoog fiet en een laag, alarmerend karr. Iedere toon wordt snel enige malen herhaald; meest karakteristiek een diep opwellend tsjoek-tsjoek-tsjoek en een langzaam duu, duu, duu oplopend naar een prachtig crescendo”. Hiermee is geen woord te veel gezegd. Om de vrouwen en hun klanten niet te storen, fietsen we een paar honderd meter verder. Ook daar is het raak. Weer een zingende nachtegaal. Het is betoverend. Je moet luisteren, of je wilt of niet. De avond wordt steeds mooier. De volgende dag vertelt een kennis dat Berlijn bekendstaat als de ‘hoofdstad der nachtegalen’. Tiergarten spant de kroon. Nergens komt de zangvogel zo veel voor als in dit park. Kenners verklaren dit door een combinatie van factoren: het juiste vochtige parkklimaat en een goede biotoop door de aanwezigheid van struikgewas, omgevallen bomen, brandnetels en ander onkruid waar tuinlieden een hekel aan hebben, maar waarvan de nachtegaal juist houdt. Tiergarten is niet erg aangeharkt. En ’s nachts is het er rustig en aardedonker. Goed voor de nachtegaal, maar het trekt ook het eerder genoemde publiek aan. Wie dat wil mijden en toch het vogelgezang wil horen, kan in mei deelnemen aan een speciale nachtegaalexcursie in groepsverband, van de Berlijnse vogelbond. Het verzamelpunt is bij de Berliner Philharmonie, thuisbasis van een van de beste symfonieorkesten ter wereld, de Berliner Philharmoniker. Als je geluk hebt kun je het op één avond doen: luisteren naar Beethovens Der Gesang der Nachtigall, uitgevoerd in de Philharmonie. En dan snel Tiergarten in om naar het ‘prachtig crescendo’ van het beestje zelf te luisteren.

    • Joost van der Vaart