Het gaat goed met de autobranche in India

Terwijl autofabrikanten in de Verenigde Staten en Europa op de been moeten worden gehouden met overheidsgeld en slooppremies, zien hun branchegenoten in India hun export sterk stijgen. Al verbloemen de groeicijfers dat de verkoop van de veelal kleine Indiase personenwagens in absolute aantallen nog klein is.

Het nieuws over de wereldwijde autosector wordt overheerst door massaontslagen, lege fabriekshallen en een consolidatieslag waarin de ene kwakkelende fabrikant de andere, nog ongezondere, concurrent tracht in te lijven. India biedt een lichtpuntje: de nieuwkomer op de automarkt exporteerde in april bijna 34 procent meer personenwagens dan een jaar eerder.

Marktleider Maruti Suzuki, een dochteronderneming van het Japanse Suzuki, dat al nagenoeg de helft van de Indiase markt in handen heeft, verdrievoudigde vorige maand zijn verkoop op de buitenlandse markt. Het automerk profiteerde van de export van het A-Star model, een compacte familiewagen, naar Europa.

Toch zullen de Indiase varianten van kleine klassiekers als de Alto en de Swift nog slechts sporadisch opduiken op Europese snelwegen. Ondanks de sterke groeicijfers verscheepte Maruti Suzuki vorige maand minder dan 7.000 personenauto’s naar het buitenland. In totaal exporteerde India minder dan 30.000 wagens.

Op zoek naar nieuwe kansen hebben oude zwalkende reuzen zoals General Motors, Ford en Volkswagen hun investeringen in India opgeschroefd, in de hoop een graantje mee te pikken van de snelgroeiende binnenlandse markt. Het ongebruikte potentieel van de Indiase markt is groot. In een land van ruim 1 miljard inwoners werden vorig jaar 1,6 miljoen personenauto’s verkocht. In China en de Verenigde Staten worden net zo veel auto’s verkocht in een maand. En dan wel in een slechte maand, zoals april.