Groene afspraken moeten deal Essent redden

Instemmen met de deal tussen Essent en RWE zonder dat Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant struikelen. Dat lijkt de inzet van het spel dat achter de schermen plaatsvindt.

Om een politieke crisis binnen de provincie Noord-Brabant te voorkomen, is er meer tijd nodig om tot een besluit te komen wat betreft de verkoop van de aandelen Essent. Dat zei VVD-gedeputeerde Onno Hoes (ecologie) afgelopen weekend.

Wat is er aan de hand? De aandeelhouders van energiebedrijf Essent – zes provincies en 140 gemeenten – zouden morgen definitief beslissen of zij hun aandelen Essent aan de Duitse concurrent RWE verkopen. RWE heeft er 9,3 miljard euro voor geboden. Het concern laat de overname alleen doorgaan als het meer dan 80 procent van de aandelen in handen krijgt.

Cruciaal is het standpunt van Noord-Brabant, dat met een belang van 30,8 procent de grootste aandeelhouder is in Essent. Als de provincie besluit af te zien van verkoop van haar aandelen, gaat de overname niet door. In een Statendebat stemde een kleine meerderheid (28 - 26) vorige maand tegen verkoop van de Noord-Brabantse Essent-aandelen. En het komt zelden voor dat Gedeputeerde Staten een advies van Provinciale Staten naast zich neerleggen, zegt Douwe Jan Elzinga, hoogleraar staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Overname dus van de baan? Niet per se.

Het college van GS van Noord-Brabant, een coalitie van CDA, VVD en PvdA, is aandeelhouder en mag het oordeel van de volksvertegenwoordigers naast zich neerleggen. Elzinga verwacht dat dit zal gebeuren. Voor GS is er bijna geen weg terug meer, omdat de opbrengst van de verkoop – voor Noord-Brabant is dat 2,3 miljard euro – op papier al is besteed. „Er liggen talloze plannen, onder meer om de gevolgen van de kredietcrisis te bezweren.” Ook Hoes zei afgelopen weekend dat er „geen weg meer terug” is.

Maar als GS het advies van de volksvertegenwoordiging naast zich neerleggen, riskeren ze wel een motie van wantrouwen, en een politieke crisis. Dat is precies wat er aan de hand lijkt. De Noord-Brabantse SP, tegenstander van de overname, heeft al een motie van wantrouwen aangekondigd als GS de tegenstem van de volksvertegenwoordiging negeren. Elzinga: „Binnen de coalitie zal vervolgens gelobbyd worden om alle fracties te laten instemmen met het standpunt van GS, zodat een motie van wantrouwen geen meerderheid krijgt.” Gedeputeerde Onno Hoes zei afgelopen zaterdag in het Brabants Dagblad: „Wij moeten als bestuurders natuurlijk wel weten of wij de coalitiefracties mee kunnen krijgen met een eventueel besluit vóór overname door RWE. En wat zij vervolgens gaan doen als de oppositie een motie van wantrouwen tegen ons indient”.

Elzinga voorspelt dat GS van Noord-Brabant wat extra toezeggingen van Essent en RWE bedingen. „Als pleister op de wonde.” Maar die toezeggingen zijn slechts „ketelmuziek. Franje om het aantrekkelijk te maken, maar die in wezen weinig voorstelt”.

Het provinciebestuur wilde vanochtend niet ingaan op de uitspraken van Hoes. Vanavond praten de belangrijkste aandeelhouders van Essent, onder voorzitterschap van de Brabantse gedeputeerde Annemarie Moons (economie, PvdA), over de toekomst van het energiebedrijf. Moons: „We gaan kijken waar we staan. Hoeveel aandeelhouders op dit moment ja zeggen.” Noord-Brabant en Overijssel zullen willen spreken over garanties van RWE om in duurzaamheid te investeren. „Ik kan me voorstellen dat RWE ons op dat punt tegemoetkomt.”

Fractievoorzitter Piet Verrijt van de PvdA, een coalitiepartij waarbinnen vier leden voor en vier leden tegen de verkoop van aandelen stemden, biedt al een opening: „We moeten nu de beslissing van Gedeputeerde Staten afwachten. Ik denk dat het belangrijk is als die komen met garanties voor duurzaamheid.”

Hans Engels, hoogleraar gemeenterecht in Leiden en Eerste Kamerlid voor de D66 gelooft, net als collega-hoogleraar Elzinga, dat het voor de hand ligt dat GS de Essent-aandelen verkopen. „GS zullen nu aan het sonderen zijn bij de fracties of het gedonder zal opleveren als ze toch instemmen met de verkoop van de aandelen.” Hij vindt het „een aantasting” van de dualistische politieke cultuur dat een coalitie vier jaar lang kan bepalen wat er gebeurt.