Fris, modern, anders dan de stijve Russische traditie

In de Rotterdamse Operadagen zijn de komende jaren telkens voorstellingen van de eigentijdse Stanislavsky Opera Company uit Moskou.

Madama Butterfly: de Japanse Cio-Cio-San (Natasja Moeradimova) en haar zoontje, spelend met het schip dat een symbool is voor de andere wereld, waarin zijn Amerikaanse vader verkeert Foto V. Lapin Lapin, V.

Op het bal van Flora Bervoix trekken langbenige danseressen in rijlaarzen en strings ineens hun bh uit en zwaaien met hun borsten. Daarna laten ze zich op de speeltafel door een gespierde neger en een gewichtheffer met biljartkeus bevredigen. Het negentiende-eeuwse Parijs van Verdi’s La traviata ligt ineens middenin het wellustig kloppende hart van Moskou.

Het optreden van de danseressen is een knipoog naar het heden, die het publiek even uit zijn droom over liefde en verraad moet halen. Wel zingt Alfredo gewoon zijn verdriet weg over de vermeende ontrouw van zijn minnares Violetta. De scène is typerend voor de Moskouse Stanislavsky Opera Company, die eind mei op de Rotterdamse Operadagen een al even spectaculaire Madama Butterfly opvoert. Het operagezelschap van het Stanislavski en Nemirovitsj-Dantsjenko Theater blinkt uit met moderne vormgeving en ‘method acting’ van de zangers.

Stanislavski was in de 19de eeuw een nog altijd legendarische Russische theaterhervormer. De decors hebben altijd iets sprankelend eigentijds, het licht is strak blauw, rood of groen en lijkt de emoties extra te accentueren, de zangers acteren net zo goed als ze zingen. Dankzij die elementen hebben Tsjajkovski’s Jevgeni Onjegin, Mozarts Così fan tutte, Prokofjevs De verloving in het klooster en vooral Bizets Carmen, met een hoogblonde Carmen, de doorgaans nogal stijve en traditionele Russische operatraditie een fris gezicht gegeven.

Om die reden is impresario Wolter Lommerde naar Moskou gekomen om het gezelschap uit te nodigen voor de Operadagen Rotterdam 2009. Een dag na het bijwonen van La traviata lijkt hij in de hal van het Stanislavski en Nemirovitsj-Dantsjenko Theater nog betoverd door wat hij heeft meegemaakt. „Twee jaar geleden heb ik hier Jevgeni Onjegin gezien”, zegt hij. „Op verzoek van een paar grote Nederlandse theaters was ik op zoek naar reizende operagezelschappen die moderne voorstellingen gaven. Nederlandse operagezelschappen reizen niet zo vaak. In Oost-Europa is dat anders, maar die voorstellingen zijn vaak heel ouderwets. De Onjegin maakte diepe indruk op me, dankzij de enscenering en de kwaliteit van de zangers.”

Lommerds bracht vervolgens enkele Nederlandse theaterdirecteuren naar Moskou, die al even enthousiast waren. „Rob Wiegman van het Luxor Theater wilde de Stanislavsky Opera Company daarna als hoogtepunt van de Operadagen 2009 presenteren. En omdat het thema dit jaar ‘Confrontatie’ is – op alle mogelijke manieren – koos artistiek leider Guy Coolen voor Puccini’s Madama Butterfly.”

Madama Butterfly (1904) is bij uitstek geschikt voor de Stanislavsky Opera Company. Het zich in Japan afspelende drama over de Amerikaanse marineofficier Pinkerton, die verliefd wordt op de Japanse Cio-Cio-San (Butterfly), met haar trouwt, haar verlaat, terugkeert met een ander en het kind opeist dat zij tijdens zijn afwezigheid heeft gebaard, wordt door het Moskouse gezelschap heel anders uitgevoerd dan veel operaliefhebbers gewend zijn. „Ik heb veel voorstellingen van Madama Butterfly gezien, maar geen een lijkt op die van ons”, zegt regisseur Ljoedmila Naljotova. „Puccini had een heel goed inzicht in de vrouwelijke psyche, hij is een vrouwelijke componist. In al zijn opera’s zie je dat terug. In Madama Butterfly gaat het niet alleen om de Oost-West-tegenstelling, maar ook om die tussen man en vrouw. Daarom laten we op het podium geen etnografisch Japan zien, maar een poëtisch minimalisme.”

„De kleuren zijn bij Puccini heel belangrijk”, zegt tenor Michaïl Vekoea, die Pinkerton zingt. „Zijn muziek benadrukt het bijbehorende gevoel. Wit licht speelt daarom bij ons een grote rol.”

Naljotova: „Puccini’s muziek maakt zoveel emoties los dat ik altijd moet huilen aan het eind. Ik heb Madama Butterfly al zeker dertig keer gehoord en al die keren was ik in tranen. Tegen de zangers zeg ik daarom altijd dat ze goed naar die muziek moeten luisteren. Dat is genoeg om te weten wat ze op het podium moeten doen.”

Een sleutelrol in de productie van de Stanislavsky Opera Company is weggelegd voor het oorlogsschip USS Abraham Lincoln, waarop Pinkerton dient. Aan het eind van de opera, als Butterfly haar kind afstaat aan Pinkertons nieuwe vrouw, vaart zij met dat schip weg, terwijl zij in andere uitvoeringen op het podium met het zwaard van haar vader zelfmoord pleegt. „Dat schip is een metafoor voor een andere wereld”, zegt Naljotova. „Aan het begin van onze voorstelling vliegen Pinkerton en Butterfly als vlinders de boot in en aan het eind vertrekt Butterfly in haar eentje. Het schip symboliseert op dat moment de dood.”

De jonge sopraan Natasja Moeradimova vertolkt de rol van Butterfly. Ze is een van de sterren van het gezelschap en zingt in negen opera’s die het gezelschap op zijn repertoire heeft staan. „Puccini heeft zo goed de emoties van de liefde weergegeven dat je als zangeres helemaal niet zoveel hoeft te doen”, zegt ze over haar rol.” Vekoea: „De taal der liefde is altijd dezelfde, alleen de woorden zijn anders geworden. Dat maakt Puccini tot zo’n groot componist. Historische opera’s als Aida zijn erg tijdgebonden, die moet je spelen zoals ze zijn.”

Artistiek leider Aleksandr Titel komt binnen. Hij is de grote man achter het succes van zijn gezelschap. Een succes dat volgens hem ook afhangt van twee andere factoren: het acteer- en zangtalent van zijn zangers. „Ons repertoire stelt ons in staat om bij iedere herhaling van een voorstelling hun kwaliteit te vergroten. Ze zijn allen tussen de vijfentwintig en dertig jaar, maar hun ervaring overstijgt hun leeftijd.”

Dan vertelt Titel over de geschiedenis van het Stanislavski en Nemirovitsj-Dantsjenko Theater, waar de traditie van het stilistisch minimaliseren al sinds de oprichting in 1941 bestaat. „Voor veel regisseurs is het uitdagen van het publiek heel belangrijk”, zegt hij. „Alles in het theater moet zich verenigen tot een hedendaags moment. Dat is kunst. Voorstellingen moeten daarom na vijf à zes jaar worden veranderd, want dan zijn ze verouderd. Eigenlijk bestaat een kunstwerk maar één dag.”

Rotterdamse Operadagen 2009: 22 t/m 31/5. Inl.: www.operadagenrotterdam.nl. Madama Butterfly: 26, 28, 30/5 Nieuwe Luxor Theater.