Fannie en Freddie moeten volledig worden genationaliseerd

Te midden van het geroezemoes over de stresstests van Bank of America, Citigroup en andere banken, zou je zomaar kunnen vergeten wie de grootste zombies van de Amerikaanse financiële sector zijn: de hypotheekbanken Fannie Mae en Freddie Mac. Fannie heeft in het eerste kwartaal een verlies geleden van 23 miljard dollar. Het ministerie van Financiën zal de bank solvabel houden en heeft voor Fannie en Freddie samen 400 miljard dollar opzij gelegd. Beide banken zouden van de beurs moeten worden gehaald en ten laste moeten komen van de overheidsbegroting.

Het verlies van Fannie was kleiner dan de verliezen die Fannie en Freddie in het derde en vierde kwartaal van vorig jaar leden. Die verliezen waren het gevolg van het onderhouden van gigantische portefeuilles, gevuld met inmiddels in zware problemen verkerende hypotheken, met heel weinig kapitaal achter de hand. Beide firma’s zijn daar jarenlang mee weggekomen, ook als beursgenoteerde bedrijven, door impliciete overheidsgaranties en invloedrijke vriendjes in Washington.

Een deel van deze poppenkast eindigde in september, toen de regering beide banken overnam. Het ministerie van Financiën beloofde ze ieder 100 miljard dollar – veel meer dan ze mogelijkerwijs nodig zouden kunnen hebben. Maar omdat de rest van het bankstelsel het nog steeds moeilijk had, hebben Fannie en Freddie sindsdien een zelfs nog prominentere rol gespeeld op het gebied van de hypotheekfinanciering, grotendeels op aandringen van de overheid. Nu heeft het ministerie van Financiën de garantie voor toekomstige verliezen uitgebreid naar 400 miljard dollar voor beide firma’s en de hoeveelheid bezittingen en schulden verhoogd die ze allebei mogen hebben.

Beide firma’s hebben nog steeds aandeelhouders. De beurs van New York zou ze kunnen dwingen hun notering op te geven, maar heeft daarmee tot nu toe opmerkelijk veel geduld getoond, ook al houden beleggers de beurskoers al maandenlang beneden de drempel van 1 dollar per aandeel.

Het is toeval dat dit de regering helpt de onwaarschijnlijke bewering staande te houden dat Fannie en Freddie particuliere ondernemingen zijn en daarom niet in de federale begroting hoeven te worden opgenomen. Als dat zou kloppen, zou je denken dat ze dezelfde stresstests zouden moeten hebben ondergaan die aan andere grote Amerikaanse banken zijn opgelegd – maar dat is niet gebeurd.

Hoewel die stresstests voor een deel theater waren, hebben ze uiteindelijk redelijk realistisch uitgepakt. Een soortgelijk realisme ten aanzien van de ‘ondode’ Fannie en Freddie zou ertoe leiden dat de aandeelhouders uit hun ellende worden verlost en dat de verplichtingen van de bedrijven voortaan die van de staat zouden zijn. Dat zou overheidsfunctionarissen ertoe dwingen na te denken over de ideale oplossing: een ordelijke vorm van euthanasie, of een opsplitsing in kleinere delen, gevolgd door herprivatisering – deze keer volledig zonder overheidsgaranties, impliciet of expliciet.

Richard Beales

    • Richard Beales