Dodelijke pandemie geen lariekoek

‘Mediavirologen’ mogen wel degelijk een dreigende pandemie vergelijken met de Spaanse griep. Want penicilline helpt dan niet, meent M.C.P. Braat.

Dodelijke pandemie geen lariekoek. Illustratie Ris van Overeem Overeem, Ris van

Miquel Ekkelenkamp schrijft schadelijke onzin (Opinie & Debat, 9 mei). Zeker, hij heeft gelijk wanneer hij meent dat de huidige Mexicaanse griep geen virulente pandemie is – de epidemiologie in Mexico was van begin af aan duister en er zijn buiten Mexico nauwelijks doden te betreuren. Veel maatregelen van locale overheden zijn daarom slecht geïnformeerde paniekreacties.

Maar Ekkelenkamp slaat de plank volledig mis als hij de dreiging van een echt virulente grieppandemie bagatelliseert. Dat hij daarbij probeert ‘mediavirologen’ belachelijk te maken en hun kwalijke intenties (onderzoeksgelden) toedicht, siert hem niet.

Ekkelenkamp meent dat het „lariekoek” is dat de dodelijke grieppandemie van 1918 zich kan herhalen en dat „het ‘Spaanse griepscenario’ definitief iets uit het verleden [is] omdat wij nu over penicilline beschikken”.

Maar wie tijdens de Hongkonggriep van 1969 machteloos aan het bed stond bij het overlijden van tot voor kort kerngezonde patiënten van middelbare leeftijd, ondanks penicilline, zuurstof, beademing, corticosteroïden en universitaire setting, zal zijn luchthartigheid niet licht onderschrijven.

De mortaliteit van die vogel-op-mensinfectie bedraagt volgens het rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie nog steeds 60 procent, ondanks antibiotica en andere moderne behandelingen (Cumulative Number of Confirmed Human Cases of Avian Influenza A/(H5N1), 2009). Deze hoge mortaliteit lijkt niet veroorzaakt door een bacteriële vervolginfectie (longontsteking), maar vooral door een ‘cytokinenstorm’, een heftige reactie van een gezond immuunapparaat op het nieuwe virus, een reactie die het hele lichaam treft. De patiënten overlijden als gevolg van een gezamenlijk falen van longen, hart, nieren, lever, bloedvormende organen en hersenen. De long verdrinkt in eigen afweer, daar helpt geen antibioticum tegen. Beschrijvingen van ooggetuigen van de Spaanse griep in 1918 duiden op soortgelijke ernstige reactie. (Zie voor een overtuigende beschrijving hiervan het boek van John M. Barry: The Great Influenza: The Epic Story of the Deadliest Plague In History.)

Ook Ekkelenkamps stelling dat het hoge dodental in 1918 mede het gevolg was van uitputting en ondervoeding door de Eerste Wereldoorlog, is allang achterhaald. De mortaliteit in de VS, waar geen ondervoeding heerste, verschilde niet wezenlijk van die in Europa.

Het is natuurlijk niet zo dat het zeker is dat er een nieuw subtype mens-op-mensinfluenza met ernstige virulentie gaat ontstaan. Maar influenza-experts wereldwijd achten die kans wel groot. Het is ook niet zo dat de mortaliteit van de H5N1 vogel-op-mensinfectie zo hoog blijft wanneer dat virus naar een mens-op-mensvariant muteert – het virus verliest bij mutatie meestal veel virulentie.

De geschiedenis leert dat men ook de gevolgen van een mild virulente pandemie niet mag bagatelliseren. In de afgelopen drie eeuwen zijn tien ernstige grieppandemieën beschreven. De mortaliteit van de Spaanse griep, met vijftig tot honderd miljoen doden, was vergelijkbaar met de pandemie in 1830-1832. Alleen betrof het toen een veel kleinere wereldbevolking. Als een virus met dezelfde pathogeniciteit als het Spaanse griepvirus terugkeert, zullen wereldwijd waarschijnlijk meer dan honderd miljoen doden vallen, ondanks alle moderne antivirale en antibacteriële geneesmiddelen, vaccins en preventie. Met een huidige wereldbevolking van 6,7 miljard kan zelfs een matig virulente pandemie miljoenen mensen doden, volgens Taubenberger en Morens in 1918 influenza: the mother of all pandemics. Daarbij komen dan nog de economische gevolgen van een ontwrichtende pandemie met wereldwijd 1,6 miljard zieken.

Ik ben dus geweldig blij met onze ‘mediavirologen’, die zich inzetten om een influenzaramp te voorkomen. Dankzij hun werk zijn sedert 2004 snelle diagnostische technieken ontwikkeld en is de waakzaamheid wereldwijd sterk verbeterd via een netwerk van moderne laboratoria.

Nu moet nog de antieke vaccinatieproductie op de schop: het influenzavaccin wordt sedert 1950 op kippeneieren geproduceerd. De productie duurt zes maanden en langer – een beetje pandemie is dan al achter de rug. De ontwikkeling van snelle productiemethoden op celculturen is dus van groot belang. En ja, daar zijn onderzoeksgelden voor nodig.

M.C.P. Braat is oud-internist en -longarts.

    • M.C.P. Braat