De Boy Edgarprijs

Ernst Glerum Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Ernst Glerum winnaar Boy Edgarprijs 2009 Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 4-5-2009 Boyer, Maurice

„In mijn hoofd kan ik hele stukken laten klinken. Van vier minuten, een kwartier. Dan sta ik voor het aanrecht met een sigaret uit het raam te staren. Ik heb een speciaal ideeënboekje met op de kaft een plaatje van een gloeilamp. Het staat vol notities en noten in alle soorten mogelijkheden en volgordes. Ideetjes om op terug te grijpen. Het wordt tijd om dat boekje eens open te doen.”

Bassist en componist Ernst Glerum (1955) krijgt vanavond in het Bimhuis de VPRO/Boy Edgar Prijs, de belangrijkste prijs in Nederland op het gebied van jazz en geïmproviseerde muziek. Glerum vertegenwoordigt, volgens de jury, „op een bijzondere wijze alle deugden van een improviserende jazzmuzikant”. De bassist, vanaf eind jaren zeventig een verbindende figuur in de Nederlandse jazz, is te horen in toonaangevende bands als ICP, Bennink/Borstlap/Glerum Trio en Sean Bergin’s Mob. Zijn bas heeft nadrukkelijk geen dienende rol. Glerum kan de muziek, plukkend op de bas of strijkend met stok, opmerkelijk doen kantelen.

„Ik ben geen muzikant van het grote gebaar zoals musici als Han Bennink, Michiel Borstlap en Sean Bergin. Hun muziek is voortdurend aan invloeden onderhevig. Ik ben veelal de sideman die verbinding maakt. Volgens de jury kan ik een band beter laten klinken. ‘Opvallend onopvallend maar steeds merkbaar effectief.’ Dat vind ik mooi gevonden. Ik houd inderdaad niet van vol in de zon. Doe mij maar de lichtschittering tussen de bladeren door.

„De prijs geeft mij een positieve boost: ik ga me muzikaal meer uitdrukken. In de tournee met mijn nieuwe trio, met drummer Joost Patocka en pianist Ruben Hein, ben ik bandleider. Niet het baasje, maar de regisseur van de muziek die besluit over de tijdsduur, de opbouw, de variatie van de ingrediënten. Waar liggen de zwaartepunten, en wat zijn de warme en vollere smaken? Ik verheug me op weemoedige muziek met tranen op heerlijk hevige swing, maar ook humorvolle jazz.

„Het plukken aan de snaren van de bas is gewoon in de jazz. Het is het rauwe spel van de straat. Een bas die klinkt als strijkinstrument refereert aan het hogere. Het is onderscheidend in de baswereld. Mijn geluid is zijdeachtig, mooie lange noten die binnen komen. Met een strijkstok kan ik een heel liedje spelen – laat staan een concert. Het idee dat je er als bassist altijd een ander instrument bíj moet hebben, drums of een piano, heb ik helemaal bijgesteld.

„Sinds een paar jaar ben ik gestopt te spelen op de grote contrabas. Ik ben ontzettend gehecht geraakt aan mijn kleine, slanke basje. Mensen zien haar vaak voor een cello aan. Ze is wendbaar en biedt ongelofelijk veel comfort, mits je de snaren flink bewerkt. Hoge noten zijn makkelijk bereikbaar, je staat niet in zo’n onhandige knik en ik speel zittend op een gewone stoel.

„Het heeft mij tijd gekost mijn eigen sound te vinden. Qua spel voel ik me meer verbonden met saxofonisten dan bassisten. Iemand als Lester Young : elegant, muzikaal, een unieke toon. De sax kan zingen. De bas heeft geen adem nodig, de noten duren altijd door. Ik vind het inspirerend om mijn strijkstok mee te laten ademen. Zo plaats ik komma’s en punten zoals een sax dat kan. Het is bijna als acteren, je probeert de muzikale tekst te interpreteren en spreekt dan alles duidelijk uit.”

De VPRO zendt Glerums speciale concert in het Bimhuis, Amsterdam vanavond live uit op Radio 6 en op vprojazzlive.radio6.nl. (20-24 uur)

    • Amanda Kuyper