Coke

Tom Boonen is betrapt op cocaïnegebruik. Tijdens de tv-biecht zei hij iets moois over zijn voorjaar: ‘Ik heb drie, vier maanden als een pater geleefd.’

In het land van Boonen wonen veel paters. Ze zitten achter de dikke muren van de abdij. Ze bidden en ze brouwen. Ze maken bier met hoge percentages alcohol.

Jaren geleden ging ik met een vriendenclub elk jaar naar België. Onder het mom van fietsweekeinde werd er genadeloos veel Mort Subite gedronken. Loodzwaar spul. Als je er drie achterover goot, hoorde je de klok van de abdij in je hoofd galmen.

Met bonkende slapen gingen we in de nacht naar het hotel. Drie uur later stonden we aan de start van onze eerste tocht. Witte koppen, opspelend maagzuur. Met dank aan de paters en hun gemene brouwsel. België is het land van de dubbele moraal: veel bidden, veel zuipen.

In het land waar alcoholgebruik een gewoonte is, doet men panisch over een lijntje coke. Cocaïnegebruik is bij wet verboden. Je kunt er de bak voor in. Quickstep is de sponsor van het wielerteam van Boonen. Het bedrijf levert laminaat. Nephout. Dát zou nou eens verboden moeten worden.

De volksheld Boonen was het eenzame rennersbestaan een dagje beu. Hij ging met vrienden op stap. Er werd stevig ingenomen. Bij een onverwachte controle vond men sporen van coke in het lichaam van Boonen.

Iedereen weet dat je met cocaïne in het lijf geen koersen wint. Boonen pakte het spul ter ontspanning, niet tijdens inspanning. Het is een partydrug, geen middel om harder te fietsen.

België is in rep en roer. Mijn eerste gedachte: waarom bemoeit men zich met het privéleven van Tom Boonen? Als andere Belgen eerlijk zouden zijn over hun cokegebruik, zouden de handen van sommige gerespecteerde musici, politici en zakenlui misschien omhoog moeten gaan.

Intussen ‘genieten’ we mee van de ellende van Boonen. Onbedoeld kregen we tijdens de persconferentie een kijkje in de hersenpan van de beroemde renner. ‘Het lijkt wel of ik het niet doe, of er door veel drank iets verandert in mijn kop. Blijkbaar moet ik dan toch iets gebruikt hebben.’ Meesterlijke laatste zin. Trieste zin ook. De alcohol en coke falsificeren de werkelijkheid. De gebruiker treedt buiten zichzelf. Hij liegt in het volle daglicht tegen zijn spiegelbeeld. En hij weet dat hij liegt, maar kan het niet tegenhouden.

Ik heb enorm genoten van Boonen dit voorjaar. De gretigheid waarmee hij in de laatste Parijs-Roubaix de kasseienstrook van Carrefour de L’Arbre reed, staat me nog helder voor de geest. Hij heeft er manisch voor geleefd. Het lullige cokelijntje staat in geen verhouding tot de lengte aan witte strepen op de weg die aan hem voorbijgleden op trainingsdagen.

Boonen was de stoere koning van het voorjaar. Sinds dit weekeinde toont hij ons zijn breekbare ziel. De druk is hem soms te veel, dan moet hij er kennelijk één keer per jaar uitbreken. Begrijpelijk. Ik zou zeggen, België, maak er een nationale feestdag van: de Boonen-nacht.

Boonen keerde terug uit Monaco, hij ging weer wonen in zijn geboorteland. Vlaming pur sang. Hij wint Parijs-Roubaix voor de derde keer. Hij, de grote volksheld, geeft cocaïne- en alcoholgebruik toe. Wat wil je als natie nog meer? Hier staat een vent van vlees en bloed. Kwetsbaar, fout en steengoed tegelijk.

Verdomme. Flandriens, paters, laminaatverkopers, coureurs, sportliefhebbers: legaliseer Boonen.