Beloon scholen niet langer voor fusies

Zolang het voor scholen financieel goed uitkomt om te fuseren, zal een verplichte fusietoets weinig uithalen, meent Jan Willem Lackamp.

Beloon scholen niet langer voor fusies. Illustratie Bas van der Schot Schot, Bas van der

De ministerraad heeft besloten dat er een wetsvoorstel komt om scholenfusies door een verplichte fusietoets aan banden te leggen. Dit volgt op de brief van de minister van Onderwijs van november over de menselijke maat in het onderwijs. De fusietoets zal in het voortgezet onderwijs echter een machteloos middel blijken als een zeer krachtige financiële prikkel om te fuseren niet verdwijnt.

Die prikkel is ingebakken in de systematiek van bekostiging. Het Mondriaan College in Oss bijvoorbeeld, waarvan ik rector ben, is een zelfstandige openbare school voor theoretische leerweg (voorheen mavo), havo en vwo, met vijftienhonderd leerlingen. Doordat het geen deel uitmaakt van een zogeheten brede school heeft het Mondriaan per jaar bijna 600.000 euro minder te besteden. Op een totaal van 7,1 miljoen euro is dat 8 procent.

Dat is het gevolg van de regeling waarin ‘smalle’ scholen als het Mondriaan per leerling een lagere financiering krijgen dan scholen die ook beroepsgericht onderwijs aanbieden. Een collega-school voor havo en vwo in Oss vormt op papier één school met locaties die andere vormen van onderwijs bieden en krijgt daarom een veel hogere vergoeding per leerling, zonder dat het onderwijs er duurder is. Mijn school en andere die in hetzelfde schuitje zitten, worden afgeknepen. Het is niet voor niets dat veel scholen om financiële redenen de afgelopen vijftien jaar zijn gefuseerd. Deze fusieprikkel bestaat nog steeds.

Elk jaar 8 procent minder krijgen dan je toekomt, betekent dat je structureel minder docenten kunt aanstellen. Als je niet wilt beknibbelen op de kwaliteit van het onderwijs, dan kan dat alleen door leraren meer lessen te laten geven of de klassen groter te maken. En dus vergroot je de werkdruk van docenten. Een fusie met een school die ook beroepsgericht onderwijs biedt, zou aan deze achterstelling een eind maken. Maar het opofferen van de zelfstandigheid van de school is een hoge prijs. Het zou spijtig zijn als een bloeiende school haar zelfstandigheid zou moeten opgeven om van die financiële achterstelling af te komen. En toch is dat geen taboe meer. Met ieder jaar zes ton erbij wordt het heel wat gemakkelijker de eindjes aan elkaar te knopen.

Het probleem is niet nieuw. In 2005 richtte ik mij tot minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA), de Tweede Kamerfracties en de onderwijsorganisaties om de achterstelling in de toen voorgenomen herziening van de bekostigingssystematiek ongedaan te maken. Daarop kwam het ministerie met het onzalige plan de achterstelling weg te nemen door de brede scholengemeenschappen te korten. Massaal protest was het gevolg en deze bezuinigingsmaatregel verdween van tafel. Het probleem van de achterstelling van scholen zoals het Mondriaan, verdween in de ijskast. En daar ligt het nog steeds.

Het tij lijkt gunstig om de zaak weer op de politieke agenda te plaatsen, gezien het standpunt van het kabinet over de menselijke maat in het onderwijs. Echter, het probleem is dat het moeilijk is zó aan de knoppen te draaien dat de nadelige effecten voor andere scholen binnen de perken blijven.

In november haalde minister Plasterk in zijn brief aan de Tweede Kamer over de menselijke maat in het onderwijs de conclusie van de commissie-Dijsselbloem aan: in het onderwijs moeten betrokkenen en belanghebbenden zeggenschap en keuzevrijheid hebben en zich samen verantwoordelijk kunnen weten voor de school, met korte lijnen van besluitvorming. Schaalgrootte, stelde hij, is een belangrijke factor in het realiseren van een menselijke maat op scholen; invloed kunnen uitoefen op het beleid (‘legitimatie’) en vrijheid van keuze zijn de meest relevante aspecten.

In Oss valt wat te kiezen. Er zijn drie florerende scholen van drie besturen die goed onderwijs aanbieden. Het schoolbestuur van het Mondriaan, een openbare school, is echter het enige dat geworteld is in de lokale gemeenschap. Ouders, leerlingen en andere belanghebbenden kunnen invloed uitoefenen op het schoolbeleid. Bij uitstek op die punten onderscheidt het Mondriaan zich. Niet voor niets is het motto van de school ‘De mens is de maat’.

In Noordoost-Brabant hebben dit jaar al twee besturen van zelfstandige scholen besloten hun school over te dragen aan een groter schoolbestuur. De trein van schaalvergroting dendert door. Een fusietoets houdt die niet tegen als de financiële prikkels zo krachtig blijven.

Ik vrees dat noch van de minister, noch van de onderwijsorganisaties beweging te verwachten is. Daarom heb ik mij tot de commissie Onderwijs van de Tweede Kamer gericht. Mijn vraag is simpel: draag er aan bij dat er een eind komt aan de gewraakte fusieprikkel, stop de achterstelling van mavo/havo/vwo-scholen zonder beroepsgericht onderwijs. De mooie woorden over de menselijke maat verplichten daartoe.

Met zes ton structureel erbij kan het Mondriaan tot in lengte van jaren als zelfstandige school de menselijke maat hanteren. Dan kan de fusietoets achterwege blijven.

Dat moet de minister deugd doen.

Jan Willem Lackamp is rector van het Mondriaan College te Oss.

    • Jan Willem Lackamp