Barstje in Splitsingswet energiebedrijven

De eens zo onaantastbare Splitsingswet begint barstjes te vertonen. Zelfs binnen het CDA, dat met minister Van der Hoeven (economische zaken) tot nu toe pal stond voor de verkoop van energiebedrijven door de huidige eigenaren (provincies en gemeenten) aan de hoogste bieder.

De verkoop van energiebedrijven als Essent en Nuon is een direct gevolg van de zgn. Splitsingswet. Die schrijft voor dat energiebedrijven worden gesplitst in een netwerkbedrijf (kabels en buizen) en een ‘productie- en leveringsbedrijf’.

Volgens een bericht in het Brabants Dagblad wil CDA Statenlid Eric van Oord wel samen met de SP bij minister Van der Hoeven aandringen op terugdraaien van de Splitsingswet:

“Als dat gebeurt, ontstaat voor de CDA-statenfractie een nieuwe situatie. Want ook wij hebben de afsplitsing van de netwerken (kabels, leidingen en hoogspanningsmasten) nooit gewild.”

Van der Hoeven krijgt vandaag het verzoek van SP-leider Agnes Kant om deze week nog in de Tweede Kamer te komen praten over de verkoop van Essent. Zij schreef eerder al niet gecharmeerd te zijn van een juridische constructie om Borssele voor de helft naar Essent-koper RWE te laten gaan, hoewel de statuten van Borssele publiek Nederlands eigendom voorschrijven.

Het wordt interessant of minister Ter Horst (binnenlandse zaken) meekomt en zo ja van haar te horen hoe zij de deze eeuw op dit punt twee keer gewijzigde Provinciewet uitlegt. Gedeputeerden van Brabant lezen artikel 158,1e als een absolute bevoegdheid alles te verkopen wat provincie-eigendom is.

Er is ook veel voor te zeggen dat de strekking  van artikel 167 lid 4 (de mening van Provinciale Staten vragen in ingrijpende kwesties) in een zo belangrijke kwestie als de miljarden-verkoop van de aandelen Essent niet vrijblijvend kan zijn. Deze wettelijke bepaling is zeer nieuw. De minister van binnenlandse zaken mag een mening hebben over de uitleg van een bepaling die cruciaal blijkt te zijn voor de democratische verhoudingen.

    • Marc Chavannes