Als Boonen zichzelf kwijtraakt

Er is een Tom Boonen die Tom Boonen niet meer is. Dat is de man die na maanden van fysiek en geestelijk vermoeiend wielersucces op een terras gaat zitten, te veel drinkt en cocaïne gebruikt.

De volgende dag weet Tom Boonen daar niets meer van. Tot er een man aan zijn deur verschijnt van een organisatie met de pretentieuze benaming ‘Vlaamse Gemeenschap’. Een dopingcontroleur die bij nacht en vooral ontij kan aanbellen. Of de topsporter even in zijn potje wil plassen.

De wielrenner Boonen heeft een sterk gestel, maar ook het vlees van de mens Boonen is soms zwak. Hij werd betrapt. Niet kort voor of na een wedstrijd. Ook niet op een middel waardoor je, anders dan met de oude of de nieuwe epo, de pedalen sneller rond trapt of een inspanning langer volhoudt.

Drugs kunnen meststof voor het brein zijn waaraan menig schilder, dichter of componist zijn meesterwerk mede te danken heeft. Niemand, van welke gemeenschap ook, die erover piekert bij de kunstenaar een buisje bloed af te tappen. Maar een wielrenner mag zijn neusgaten niet bepoederen. Dan raakt hij zichzelf kwijt, terwijl hij van iedereen is.

België treurt, is verbijsterd en moreel verontwaardigd. Boonen kijkt tegen een woud van opgeheven wijsvingertjes aan. Op tv bood hij iedereen zijn excuses aan.

Het is niet voor het eerst dat hij is gesnapt. Hij is onbetrouwbaar gebleken. Boonen en zijn alter ego zijn samen één recidivist. Dom, dom. Zijn ploeg heeft hem geschorst, de Belgische wielrijdersbond is boos en de Tour de France kan hij vermoedelijk op zijn buik schrijven. Maar waarom eigenlijk?

De maatschappij heeft bepaald dat cocaïne niet mag. De rechter zal hem veroordelen, tot een taakstraf, een boete, misschien moet Boonen naar de bajes. En laat het daarbij blijven.

John Kroon