Woestijn vol spiegels 2

Dr. Evert du Marchie van Voorthuysen bepleit toepassing van de `Duitse methode` voor het bevorderen van (nog) niet rendabele nieuwe technologieën voor het winnen van duurzame energie. In Duitsland zijn netwerkbedrijven verplicht `groene stroom` onbeperkt toe te laten. Boven-dien moeten ze daarvoor de wettelijk vastgelegde vergoedingen per kWh betalen. Voor `windstroom` moet bijvoorbeeld 9 eurocent per kWh worden betaald en voor `zonnestroom` 40 eurocent. Du Marchie vindt dit veel effectiever dan subsidiëren uit de staatskas, getuige het Duitse succes. Vanuit het gezichtspunt van adepten en exploitanten van `groene stroom` is dit ongetwijfeld juist. Maar maatschappelijk gezien is het systeem rampzalig, onhoudbaar en een grote blunder van de Duitse wetgever. Wat zijn de bezwaren?Er is geen sturing mogelijk wat betreft productielocaties, capaciteitsgroei en aard van de `groene` installaties, anders dan wellicht nog door plaatselijke autoriteiten op het gebied van ruimtelijke ordening die echter geen verstand hebben van stroomvoorziening. De kans is groot dat de minst kosteneffectieve opties, PV bijvoorbeeld [zonnepanelen], gaan domineren, als die toevallig ergens een hoger financieel rendement per kWh beloven. De kosten zijn per definitie onbeheersbaar, nemen voortdurend sterk toe en worden afgewenteld op de gebruikers van elektriciteit. Dat zijn voor 20 procent huishoudens en voor 80 procent ondernemingen en overheden. Ondernemingen zijn verreweg de grootste contribuanten. Het systeem benadeelt dus de internationale concurrentiepositie van landen die het toepassen en verdrijft werkgelegenheid, meer dan wanneer de kosten uit de staatskas worden betaald. (De huishoudens brengen meer belasting op dan de ondernemingen). Mettertijd ontstaan er meer kansen op ernstige stroomstoringen, vooral op tijden dat de stroomvraag relatief laag is, bijvoorbeeld in zonnige zomerweekeinden. Het onbeheerst uitdijende PV-park bijvoorbeeld, zal dan op een gegeven moment meer stroom leveren dan het plaatselijke net kan verwerken. `Export` - naar andere regio`s of het buitenland - is dan aangewezen, maar loopt ooit vast op een tekort aan interconnectiecapaciteit, tenzij het hoogspanningsnet aanzienlijk wordt verzwaard en uitgebreid, ook weer op kosten van de belastingbetaler. De Duitsers hebben dit probleem - toen met wind - al eens op een ongelegen moment naar Nederland proberen te `exporteren`. Het ging nog net goed.

    • Arie de Goederen