Wie debatteerden er deze week en waarover?

Debat: Vrijheid en identiteit. Door Lokaal. Op het Bevrijdingsfestival bij de Erasmusbrug, Rotterdam, 5 mei, 2009.

Identiteit is tot last geworden

Is er verschil tussen het dragen van een hoofddoek en zonnen op een naaktstrand? Nee, vond de in Iran geboren filosofe Tina Rahimy (geen hoofddoek). Stel, je moeder gaat altijd naar een naaktstrand en als zestienjarig meisje besluit je om dat ook te gaan doen. Dat meisje heet dan „vrijgevochten”. Het is toch hetzelfde als het meisje dat op haar zestiende net als haar moeder een hoofddoek wil dragen? Maar dan gaat ze door voor „achterlijk”, zei Rahimy.

Ze kreeg geen bijval. Een roodharige vrouw uit het publiek meende dat er wel verschil was tussen naaktstrand en hoofddoek, al wist ze niet wat. Panellid en tv-columnist Francisco van Jole zag ook onderscheid. Hij was de laatste om hoofddoeken te verbieden, maar hij had er persoonlijk moeite mee dat vrouwen die moeten dragen om te voorkomen dat de man „lustgevoelens krijgt”.

Op mij heeft een hoofddoek het afwerende effect van een half neergelaten rolluik: ‘Wij gaan sluiten’. Toch is nudisme evengoed orthodox, met strakke regels en gedragingen om verkeerde blikken van mannen te ontlopen. Het naaktstrand staat in Nederland weliswaar niet ter discussie omdat geen terrorist misbruik van de ideologie van het nudisme heeft gemaakt. Blote borsten en nudisme horen wel tot de identiteitstoets voor nieuwkomers, als zacht, rood verveld uithangbord tegen de textielorthodoxie.

Het thema hoofddoek versus naaktstrand leverde het enige echte meningsverschil op in een serietje van drie debatten van een half uur onder een wigwamtent aan de rand van het festivalterrein. Meestal waren de panelleden en het publiek het wel eens over de gevaren. Het thema van Bevrijdingsdag, ‘vrijheid en identiteit’, werd minder zonnig ingevuld dan tien jaar geleden zou zijn gebeurd. Toen werd identiteit nog voorgesteld als uiting van vrijheid, een persoonlijke keuze uit een volle menukaart, met voor-, tussen- en nagerechten van een paradijselijk divers samenzijn. Maar onder de wigwam gold identiteit vooral als last.

De belangstelling hield niet over. Het publiek bestond uit enkele tientallen gelijkgestemden. De Bevrijdingsmuziek elders bonkte op de achtergrond. Om jongeren te lokken speelden tijdens de pauze ook in de tent muziekbands. Maar de meeste omstanders verdwenen zodra de panelleden weer op het podium zaten.

Misschien was Rotterdam moe van de massale confronterende islamdebatten van de afgelopen jaren. Maar ook degenen die nog geloven in multicultureel samenzijn, zijn illusies armer. Je bent niet vrij, want de mensen kijken je op van alles aan, ook op een achtergrond waar je niets aan kunt doen. „We zijn allemaal bange schijterds”, zei Rahimy. Mensen moeten ook kiezen met wie ze omgaan, zei Van Jole. Als ze zich dat maar bewust zijn.

Een blik in de afgrond van extreme verschillen kwam van panellid Arnela Dobric, die opgroeide in de oorlog van voormalig Joegoslavië. Haar ouders, met Bosnische, Kroatische en Servische wortels, waren naar Nederland gevlucht. Vroeger deden ze niets aan het geloof, maar sinds de burgeroorlog was haar vader „een grote moslim” en haar moeder „een grote christen” geworden. Door oorlog en angst versteend in extreme identiteiten die elkaar in hun voormalige vaderland niet meer konden verdragen.

Op het feestterrein kwamen later die avond groepen jonge mannen tegen elkaar en tegen de politie burgeroorlogje spelen.

Maarten Huygen