'We wilden lekker de boel op stang jagen'

Van punkband De Rondos, die een kort, heftig bestaan leidde, is nu een box uit. „Je kunt niet blijven shockeren. Snoeiharde muziek wordt gewoon achtergrondruis.”

Wim Ter Weele, drummer © Eric de Mildt - all rights reserved EDM

„Maarten had een politiepak gestolen. Stel je voor: in een stampvolle punktent loopt van achter uit de zaal een agent naar het podium, dwars door het publiek. Die werd natuurlijk helemaal verrot gescholden en kreeg het ene na het andere bierglas in zijn nek gesmeten. Dan klom hij doodleuk het podium op, pakte een gitaar en begon het Wilhelmus te spelen.”

Zo begonnen dertig jaar geleden de optredens van De Rondos, Rotterdams beruchtste punkband. „Lekker de boel op stang jagen”, glundert voormalig drummer Wim ter Weele (1951). Het begon toen zielsverwanten op de kunstacademie zich verenigden in ‘Kunstkollectief Dubio’. Ze bluften een band te zijn, studeerden wat punknummers in, en bliezen die er op een feestje meerdere malen doorheen. Ter Weele: „Er werd weken schande van gesproken. Dat smaakte naar meer.”

De Rondos, vernoemd naar de koffiekoeken uit de kantine, waren geboren. Ze vestigden zich in een verwaarloosd pand, Huize Schoonderloo. De nieuwe commune was punkband, kunstenaarscollectief en uitgeverij ineen. De bomvrije kelder diende als oefenruimte en studio. In de drukkerij rolde het linkse actieblad Raket van de persen en werden posters gestencild. Het pand groeide uit tot bedevaartsoord voor de punkbeweging. Naar verluidt riepen trambestuurders de dichtstbijzijnde halte om als ‘Halte Raketbasis’. Na twee jaar, drie singles, één elpee en vijftig optredens was het mooi geweest.

‘Voor jongeren van toen en nu’ is een box verschenen met daarin het volledige oeuvre: twee cd’s, de verzamelde teksten, bandgeschiedenis, fotoboek en twee nieuwe afleveringen van de socialistische strip Red Rat, waarin het linkse knaagdier het als vanouds opneemt tegen kapitalistische vette varkens. Twee jaar terug kwamen ze op het idee, na elkaar zevenentwintig jaar niet te hebben gezien. Ter Weele is de enig overgebleven fulltime muzikant, als drummer van De Kift. De andere Rondos zijn tegenwoordig kunstenaar, werken in de zorg, runnen een scheepsinterieurbedrijf, geven voetreflexzonetherapie of doceren in runen, Germaanse mythologie en esoterisch Christendom.

Stenen gooien, zoals bij de kroningsrellen van 1980 („Je moest wel”) is er niet meer bij, maar Ter Weele woont nog wel in een kraakpand. Al is dat ook niet meer zoals vroeger. „Onlangs ging ik bij de gemeente langs om te praten over wat ze met dit pand wilden. Bleken ze niet eens te weten dat dit huis hun eigendom was. Toen ben ik maar weer snel weggegaan.”

Luistert de veiligheidsdienst nog steeds mee?

(lacht) „Ik denk het wel.”

Dertig jaar geleden dachten jullie dat écht.

„Het kan bijna niet anders of we stonden toen onder toezicht van hogerhand. Zowel in persoon als via de telefoon. Het valt niet helemaal na te gaan, en we hebben ook nooit geprobeerd ons BVD-dossier te bemachtigen. Maar het zou me verbazen als het niet zo was.”

Waar bleek dat uit?

„Er belde bijvoorbeeld een blanke Zuid-Afrikaan aan die zei aanslagen te hebben gepleegd voor het ANC. Hij was op de vlucht en wilde illegaal doorreizen naar Zweden. Of wij hem daarbij konden helpen. Tijdens het zogeheten linkseboekhandeloverleg – dat bestond toen nog – hoorden we dat hij bij meer organisaties had aangeklopt. Kortom: een infiltrant die vluchtroutes probeerde bloot te leggen.

„Je had echt het gevoel dat je werd geobserveerd. We zaten ook middenin de periode van de Rote Armee Fraktion. Men vermoedde dat er contacten zouden zijn.”

Maar jullie sympathiseerden toch ook met de RAF?

„We hadden dezelfde oorsprong, ideeën en symboliek. De RAF begon met ludieke acties als het in brand steken van afdelingen met oorlogsspeelgoed. Voor dat soort dingen konden wij wel begrip opbrengen. Maar daarna liep het uit de hand met aanslagen en moordpartijen. Daarmee wilden we niks te maken hebben. Het moest wel menselijk blijven. Voor ons was punk puur een culturele uiting.”

Waar ging het jullie dan wel om?

„Die hele punktijd was een culturele opstand tegen de ingeslapen orde die was ontstaan. Neem muziek: de jaren zestig waren één gigantische explosie van creativiteit. Dat werd in de jaren zeventig allemaal ingekapseld, verpakt om verkocht te kunnen worden.

„Laatst las ik een interview met John Fogerty, de zanger van Creedence Clearwater Revival. Zo’n gozer heeft twintig miljoenenhits gehad, door hem zijn ik-weet-niet-hoeveel mensen miljonair geworden. Maar hij had geen rooie rotcent meer. Daarom had hij maar weer een cd gemaakt en moest hij op tour. Dat laat je toch niet gebeuren? Donder op!

„Punk veegde dat in één keer van tafel. We hebben niet eens geprobeerd om bij een platenmaatschappij binnen te komen. Alles zelf doen, niks uit handen geven, dat was het vertrekpunt. Overal 100 procent zeggenschap over hebben.”

Die ideologie is nog niet meteen terug te horen in de eerste single, King Kong’s Penis, met de tekst ‘He only wants to rape/ The fucking lady ape.’

„We wilden de slechtst mogelijke opname maken met een tekst waarvan de honden geen brood lustten. Dat kan heel goed: humor is een serieuze zaak. Dus ik heb mijn transistorradio in een hoek van de oefenruimte gelegd. Daar zat één microfoontje in dat door het lawaai constant werd dicht geblazen. Zo gebeurde er tenminste wat. Het is kenmerkend voor de punk: de boel wakker schudden. King Kong’s Penis werd wel een hit onder Rotterdamse scholieren. Die vonden het leuker dan de ingeslapen symfonische rock uit die tijd.

„Natuurlijk was het ook gewoon leuk. Maar als het dan groter en groter wordt, kun je twee kanten op. Of je blijft lol trappen en zuipen tot het schip zinkt. Of je gaat een stap verder en kiest een politieke richting. Dat was ook logisch. Iedereen had hart voor de zaak. Sommigen van ons hadden vanuit de Kommunistiese Eenheidsbeweging Nederland, een voorloper van de SP, poppenkastvoorstellingen gegeven voor kinderen, vanuit de socialistische gedachte. We hielden uitgebreide discussies over wat we wel en niet moesten doen als band. Achteraf kun je van sommige ideeën zeggen: dat was erg naïef. En dat vind ik nu zelf ook.”

Dus de Volksrepubliek China is als sociaal experiment toch niet zo geslaagd als jullie predikten?

„Daar denkt iedereen nu radicaal anders over. Dat wil niet zeggen dat we er spijt van hebben. Op dat moment vonden we dat oprecht. Maar niemand van ons is nu nog politiek actief. Ik geloof allang niet meer in die poppenkast.”

Begreep de buitenwereld jullie engagement ook?

„De vader van Johannes, onze zanger, werkte in de haven. Daar brak in 1979 een enorme staking uit. Wij organiseerden een benefietfestival om de stakingspot te spekken. Degenen die daar het meest verbaasd over waren, waren de havenarbeiders zelf. De stakers die tijdens het optreden de opbrengst, 895 gulden, kwamen ophalen, dachten dat ze op de maan waren geland.

„De splitsing in de punkbeweging leidde ook tot verwarring. De ene helft wilde zich tegen het voorgaande afzetten door er iets nieuws tegenover te stellen. Zo van: nu zijn wij aan de beurt, we gaan opnieuw beginnen, en goed ook. De andere helft wilde zelfs dat niet eens. Die wilde juist helemaal niets. Maar ondertussen streden beide groepen wel met dezelfde beeldtaal.”

Hoe zag het er bij jullie uit?

„Er hingen hamers en sikkels boven het podium en we droegen uniformen met rode KZ-driehoeken, het symbool waarmee in het concentratiekamp werd aangegeven wie de politieke gevangenen waren. Maar dat symbool kenden niet zo veel mensen. Met die communistische symbolen kreeg je ze sneller op de kast.”

Waarom leidde de band zo’n kort bestaan?

„Het was af. We waren moegestreden. We hadden iets bedacht wat ons onafhankelijk maakte. Maar toen we als het ware een leidersrol in de schoenen kregen geschoven, wilden we ons niet verantwoordelijk voelen voor alle anderen. Het ging erom dat wij hadden laten zien dat iedereen het zelf kon. Bovendien kun je ook niet blijven shockeren. Snoeiharde muziek wordt uiteindelijk ook gewoon achtergrondruis.”

Wat heeft het opgeleverd?

„Uiteindelijk was het belangrijkste engagement niet politiek, maar ging het om integer zijn. Wij waren een van de eerste bands die alles in eigen beheer deden. Dat gevoel van eigenwaarde was het ijkpunt. Ik vind het mooi om te zien dat veel bands dat nu normaal vinden.”

En nu: nog één keer op tour?

„Nee. Absoluut niet. Ik heb de Sex Pistols op Lowlands gezien en dat was een gênante vertoning. Je moet het laten rusten.”

Diaserie oude foto’s van de Rondos op nrc.nl/kunst

    • Frank Provoost