Voorbij het grote sterven

Ieder land maakt de overgang van hoge geboorte- en sterftecijfers naar lagere. Dan ontstaat democratie, maar ook een tijdlang chaos, zegt demograaf Tim Dyson. Dirk Vlasblom

We maken het mee, maar merken het nauwelijks. Het is te vergelijken met de opwarming van de aarde, maar het is al langer bezig. Tim Dyson, hoogleraar demografie aan de London School of Economics, noemt het “de belangrijkste gebeurtenis van de afgelopen 250 jaar”. Hij heeft het over de ‘demografische transitie’. Dat is de overgang die samenlevingen doormaken van hoge, ongeveer gelijke geboorte- en sterftecijfers naar lage, opnieuw ruwweg gelijke geboorte- en sterftecijfers. Het probleem is dat eerst de sterfte daalt en daarna pas het kindertal. In de tussentijd is er dan een bevolkingsexplosie. Of een piek in het aantal mensen.

De transitie begon halverwege de 18de eeuw in West-Europa en is daar intussen voltooid. In de rest van de wereld kwam zij later op gang en is zij nog volop bezig.

Dyson hield eind vorige maand de eerste van een serie lezingen over ‘Bevolkingsvraagstukken en ontwikkeling’ aan het Institute of Social Studies in Den Haag, georganiseerd door de Nederlandse afdeling van de Society for International Development (SID). Dyson behoort tot het handjevol specialisten dat zich bezighoudt met de mondiale demografische transitie. “Er bestaat welgeteld één boek over”, klaagt hij. Daags na de lezing praten we door in het Haagse Park Hotel.

“Niemand die nu in West-Europa leeft”, zegt Dyson, “heeft de omstandigheden van vóór de transitie meegemaakt. Het is dan ook lastig om je voor te stellen hoe die moeten zijn geweest. Zo’n 20 tot 30 procent van de kinderen stierf in het eerste levensjaar. Epidemieën en hongersnoden kwamen zo vaak voor dat volwassenen er nooit zeker van waren of zij het volgende jaar zouden halen. En vrouwen brachten in de loop van hun leven 5 tot 6 kinderen ter wereld. Kortom: vóór de transitie was het leven erg onzeker. Vrouwenlevens werden beheerst door het baren en zogen van kinderen. En doordat vrouwen veel kinderen kregen, was de bevolking jong.”

“In landen na de transitie, zoals Groot-Brittannië en Nederland, is het leven veel zekerder. Heel weinig mensen sterven vóór hun vijftigste en vrouwen brengen één of twee kinderen ter wereld. Het geboortecijfer is laag en de bevolking is relatief oud. Mensen hebben meer greep op hun leven en de voortplanting is veel efficiënter. Vóór de transitie baarden vrouwen 5 tot 6 keer en werden maar 2 kinderen volwassen. Na de transitie halen zij hetzelfde resultaat met twee keer baren, want beide kinderen blijven leven. Het netto geboortecijfer blijft dus gelijk.”

DALING STERFTECIJFER

Dat is mooi. Maar een ander kenmerk van de transitie is dat het sterftecijfer eerder daalt dan het geboortecijfer (zie grafiek). Dit betekent dat gedurende langere tijd het aantal geboorten het aantal sterfgevallen overtreft en de gezinsgrootte toeneemt, vooral omdat er minder kinderen sterven. Met als gevolg een lange periode – ten minste 200 jaar – van bevolkingsgroei.

Dyson: “De demografische transitie is de verklaring voor de ongekende groei van de wereldbevolking sinds 1750. Transities in ontwikkelingslanden begonnen later en gaan gepaard met een veel snellere bevolkingsgroei dan het geval was in Europa. In Nederland, Engeland en Spanje groeide de bevolking zelden meer dan 1,5 procent per jaar en dat duurde niet lang. Maar in Japan en Egypte leidde de transitie tot jaarlijkse groeicijfers van 2,5 procent of meer en die groei duurde tientallen jaren. In sommige gebieden van de wereld zijn groeicijfers van 3 procent of meer heel gewoon. De mondiale demografische transitie leidt er waarschijnlijk toe dat de wereldbevolking als geheel in de periode 1750-2050 negen keer zo groot zal worden. De groei bereikt rond 2080 zijn hoogste punt: de aarde heeft dan ongeveer 9,4 miljard bewoners.”

Deze megatrend, die het aanzien van de wereld heeft veranderd, begon rond 1750 in het noordwesten van Europa. Dyson: “Vóór de transitie fluctueerde het sterftecijfer onder invloed van epidemieën en hongersnoden. Het eerste teken van de transitie was dat het sterftecijfer aan het begin van de 18de eeuw minder op en neer ging. Staten verbeterden het transport van voedsel en dat bereikte vaker de plaatsen waar het nodig was. En er kwam meer energie beschikbaar. Met een enkele uitzondering, zoals Ierland, was er na 1800 geen grote hongersnood meer in Europa.”

In 1796 ontdekte een Engelse plattelandsdokter, Edward Jenner, een manier om mensen te vaccineren tegen pokken. Voor het eerst in de geschiedenis was er een goedkope en effectieve methode om een dodelijke ziekte te voorkomen. In de loop van de 19de eeuw maakte de medische wetenschap meer vorderingen. De Engelse chirurg John Snow ontdekte dat cholera wordt overgebracht via water en dat leidde tot verbeteringen in de drinkwatervoorziening. De Duitse arts Robert Koch isoleerde de micro-organismen die verantwoordelijk zijn voor antrax, tbc en cholera. Dit alles leidde tot een daling van het sterftecijfer in alle landen van Europa, en die ging door in de 20ste eeuw.

In de 19de eeuw daalde ook het geboortecijfer. Dyson: “In de meeste landen van Europa werden geboorten geregeld door veranderingen in het huwgedrag. In gunstige economische tijden trouwden meer mensen en was het geboortecijfer hoger. In slechte tijden viel het mannen en vrouwen moeilijker om een huishouden te beginnen. De Fransen waren de eersten die tijdens de Revolutie een vorm van geboorteregeling introduceerden binnen het huwelijk. Niemand weet precies hoe ze dat deden, want men was zich nog niet bewust van de ovulatiecyclus. Veel demografen denken dat geboorteregeling destijds neerkwam op coïtus interruptus. Ik heb mijn twijfels. Er zijn andere manieren dan geslachtsgemeenschap om je partner seksueel te bevredigen en dat is een effectievere vorm van geboorteregeling.”

Pogingen om het aantal geboorten te beperken, waren ingegeven door economische motieven. “Het zou nooit zijn gebeurd zonder een voorafgaande daling van het sterftecijfer. De meest overtuigende verklaring is dat er meer kinderen bleven leven. Al die monden moesten worden gevoed en het huis werd te klein. En kinderen werden duurder. Regeringen stelden school verplicht en kinderarbeid werd verboden.”

ALI PASHA

In Europa, en enkele andere landen, zoals Japan, is de transitie voltooid en is het geboortecijfer intussen gedaald onder het vervangingsniveau. Maar in de rest van de wereld gaat zij nog steeds door. “Men denkt vaak dat sterftecijfers in de niet-westerse wereld pas begonnen te dalen na de Tweede Wereldoorlog, maar dat is onzin. De Egyptische heerser Mohammed Ali Pasha (1769-1849) introduceerde al westerse preventieve geneeskunde in zijn land en dat drukte het sterftecijfer. In India en Latijns-Amerika gebeurde dit rond 1900.”

Bezorgdheid over ‘overbevolking’ in de Derde Wereld dateert niet van vandaag of gisteren, zegt Dyson. “In Groot-Brittannië leefde al aan het eind van de 19de eeuw de overtuiging dat er in India te veel mensen woonden. Het idee dat gezinsplanning goed was en moest worden gepropageerd, ontstond bij hoogopgeleide particulieren, vooral activisten voor vrouwenrechten, zoals de Amerikaanse Margaret Sanger en de Schotse schrijfster Marie Stopes. Zij reisden naar China en India en spraken daar met leden van de elite die eveneens van mening waren dat geboortebeperking noodzakelijk was. In de eerste plaats omdat het beter was voor vrouwen. En in de tweede plaats omdat dit de bevolkingsgroei zou remmen en zo de voedselsituatie zou verbeteren. Het was dus eerst particulier initiatief. Pas na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden Aziatische regeringen programma’s voor geboortebeperking.”

Of geboortebeperking nu een autonoom proces is, zoals in Europa en de Verenigde Staten, of het gevolg van overheidsprogramma’s, zij loopt altijd achter bij gezinsgroei. Dyson, de demograaf, hecht aan precisie: “Gezinsplanning die leidt tot een daling van het geboortecijfer binnen de demografische transitie, is een poging de gezinsgrootte te handhaven, niet om haar te verminderen.”

De uitkomsten van de transitie in verschillende delen van de wereld lopen sterk uiteen, weet Dyson. “In Frankrijk daalde het geboortecijfer vrij snel en is de bevolking nog niet verdubbeld tijdens de transitie. In andere Europese landen groeide de bevolking met een factor 2 tot 3. Engeland zat aan de hoge kant als gevolg van de industriële revolutie, waardoor het land een snellere economische groei beleefde dan andere landen van Europa. Dat stelde de daling van het geboortecijfer uit, want het was makkelijker voor mensen om én meer kinderen te hebben én een hogere levensstandaard. In China was de groeifactor 3 tot 4, omdat dit land een krachtige bevolkingspolitiek heeft gevoerd. En in India zou het 5 tot 6 kunnen zijn. Maar in transities elders variëren de groeifactoren van 5 tot 20 – soms hoger. VN-schattingen suggereren dat in de periode 1950-2050 de bevolking van Afrika zal zijn gegroeid met een factor 11.”

INVESTEREN

Dyson beschouwt de demografische transitie als een positieve wending van de geschiedenis. “Mensen leven langer en kunnen verder vooruitkijken. Daardoor wordt het zinvol te sparen en te investeren – bijvoorbeeld in de scholing van kinderen. Moderne economische groei had nooit kunnen ontstaan zonder een daling van het sterftecijfer.”

Ook het hoge niveau van verstedelijking is het gevolg van de demografische transitie, zegt Dyson. “Vóór de transitie varieerde het sterftecijfer rechtstreeks met de bevolkingsdichtheid. Steden waren dodelijke vallen. Daarom was er een bovengrens aan urbanisering. Die kon alleen omhoog na een afname van het hoge stedelijke sterftecijfer. Die maakte voor het eerst een natuurlijke bevolkingsaanwas in steden mogelijk. En de transitie van een rurale naar een overwegend stedelijke samenleving is iets goeds. Alle belangrijke ontwikkelingen vonden plaats in steden: bestuur, wetenschap, onderwijs, kunst. Steden zijn verbazend productief en innovatief. Sociale verandering begint daar, met steeds nieuwe ideeën.”

DEMOCRATISERING

Dyson legt ook een verband tussen de demografische transitie en democratisering: “In samenlevingen vóór de transitie is 45 procent van de bevolking jonger dan 15 jaar en leeft maar 10 procent in steden; de rest is verspreid over dorpen. Onder dergelijke omstandigheden kost het een autocraat weinig moeite een bevolking te controleren. Wie de stad beheerst, beheerst het land. Over de overige 90 procent hoeft een machthebber zich geen zorgen te maken. Na de transitie telt de bevolking veel meer volwassenen en leeft een groot percentage in steden. Mensen leven dicht op elkaar en zijn daardoor makkelijker te organiseren. De strijd voor democratie in 19de-eeuws Europa speelde zich niet voor niets af in steden.”

Volgens Dyson legt het transitieproces ook de basis voor een afname in seksedifferentiatie. “In een samenleving vóór de transitie is op ieder moment driekwart van alle vrouwen tussen de 15 en 49 zwanger of zoogt een kind. Naarmate de transitie vordert, gaan baren en zogen een veel kleiner deel van de, voortaan veel langere, vrouwenlevens in beslag nemen.”

Toch heeft de transitie ook problematische kanten. Dyson noemt in de eerste plaats de negatieve gevolgen van een snelle bevolkingstoename voor de economische groei in ontwikkelingslanden: “Een snelle daling van geboortecijfers blijkt een kwantitatief relevante bijdrage te leveren aan een vermindering van de armoede. Sommige landen in Afrika zien hun stedelijke bevolking groeien met 7 procent per jaar, een zeer hoog groeicijfer. Zo’n bevolking verdubbelt in tien jaar. Al die mensen moeten onderdak, water, stroom, wegen en scholen hebben en het wordt steeds moeilijker voor regeringen om daarvoor te zorgen. Daarom is een langzamer stedelijke groei zeer gewenst. Vreemd genoeg wordt gezinsplanning zelden beschouwd als middel tot vertraging van de stedelijke groei.”

Dyson maakt de balans op: “De demografische transitie is in menig opzicht een zegen geweest. Maar zij betekent ook een periode van destabilisering – en die is in sommige ontwikkelingslanden aanzienlijk. De voorziening in veilige, effectieve en betaalbare contraceptie is de belangrijkste manier om deze instabiliteit te verminderen. Contraceptie biedt mensen een keuze. En alle bewijsmateriaal laat zien dat mannen en vrouwen, als ze de kans krijgen om die keus te maken, haar uiteindelijk zullen grijpen, of ze nu naar school zijn geweest of niet.”

    • Dirk Vlasblom