Vitale Lilienthal

Op 30 april, toen er in Nederland weinig aandacht was voor gebeurtenissen in het buitenland, liep een zwaarbewapende man het gebouw van de Nationale Academie voor Olie en Gas in Bakoe binnen, hij ging de trappen op tot de vijfde verdieping en schoot op iedereen die hij tegenkwam.

Er vielen twaalf doden en dertien gewonden. De dader kwam zelf ook om, door een eigen schot of door een schot van de politie, dat was niet meteen duidelijk. Hij voldeed, zo bleek later, aan het standaardsignalement: een wat eenzelvige, maar doodnormale man van wie je zoiets nooit zou verwachten.

Een van de doden die viel was de probleemcomponist Medzhnun Vagidov, die al dertig jaar op de Academie werkte. Of dat als schaker was, wat in het schaaklievende Azerbajdzjan heel goed mogelijk is, of als ingenieur, dat weet ik niet.

Schaakproblemen zijn niet mijn specialiteit en ik moet bekennen dat ik nog nooit van Vagidov had gehoord, maar in die wereld had hij een zekere vermaardheid en drie jaar geleden was er nog een internationale probleemwedstrijd ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag. De opgave aan het eind van deze rubriek is een tweezet die Vagidov in 1981 maakte samen met zijn landgenoot Rauf Aliovsadzade.

Er is ook goed nieuws, namelijk dat de Hongaarse grootmeester Andor Lilienthal op 5 mei in goede gezondheid zijn 98ste verjaardag heeft gevierd.

Die goede gezondheid schrijf ik over van internetpublicaties die ik er een beetje van verdenk dat ze zelf dingen overschreven uit een artikel van vier jaar geleden van iemand die op Lilienthals 94ste verjaardag was geweest en het met eigen ogen had kunnen zien.

Toen reed Lilienthal nog zelf met zijn auto door Boedapest, hij hield van cognac uit de Krim, rookte met mate en was nog steeds een mooie en stoere man. Ik hoop dat er weinig veranderd is.

In ieder geval schreef Susan Polgar, die al als peuter Lilienthal kende, ter gelegenheid van zijn laatste verjaardag dat zij hem kort geleden had gevraagd naar het geheim van zijn vitaliteit. Afwisselend warme en koude douches, had Lilienthal gezegd, en verder iets dat Polgar niet netjes vond om te publiceren en dat wel met seks van doen zal hebben.

Ik las nog eens in Lilienthals autobiografie Schach war mein Leben. In zijn lange loopbaan heeft hij van bijna alle wereldkampioenen tegen wie hij speelde wel eens gewonnen. Van Emanuel Lasker, die in 1894 wereldkampioen werd, tot Vasili Smyslov, die het in 1957 werd.

Toch vind ik de stukken over zijn jeugd, toen hij een straatarme zwerver was en zijn naam als schaker nog niet had gemaakt, het interessantst.

Hij trok eerst naar Wenen, waar hij meedeed aan een simultaan van Capablanca en zich verbaasde dat het grootste deel van het publiek uit vrouwen bestond, wat heel ongewoon was voor een schaakwedstrijd.

In Café König in Berlijn trof hij Lasker – die daar geen schaak speelde maar go – Aljechin, Bogoljubow en Nimzowitsch. In Café de la Régence in Parijs zag hij Prokoviev, Duchamp, Tartakower, Znosko-Borovsky en weer Aljechin, die het inleggeld van een snelschaaktoernooi voor hem betaalde.

Lilienthal won dat toernooi en wilde Aljechin het geld teruggeven, maar die zei dat hij dat later maar moest doen, als hij een meester was geworden. Dat zou niet lang meer duren.

Hier is een partij uit die tijd. Lilienthal was 18 jaar, wat toen erg jong was voor een sterke schaker.

Andor Lilienthal - Savielly Tartakower, match Parijs 1930

1. e4 c5 2. Pf3 Pf6 3. Pc3 d5 4. exd5 Pxd5 5. d4 Hij speelt de opening bescheiden. De ambitieuze zetten zijn 5. Pe5 en 5. Lb5+. 5...e6 6. dxc5 Pxc3 Lilienthal schrijft dat na 6...Lxc5 7. Pe4 Le7 8. c3 Pc6 9. Ld3 wits meerderheid op de damevleugel vroeg of laat tot winst moet leiden. Dit is een opmerking uit een ver verleden. Is zwarts meerderheid in het centrum dan niets waard? De bijgelovige eerbied voor de meerderheid op de damevleugel bestaat tegenwoordig niet meer. 7. Dxd8+ Kxd8 8. bxc3 Lxc5 9. Lf4 Pc6 10. Td1+ Ke7 11. Lb5 f6 12. 0-0 e5 13. Tfe1 Kf7 Tartakower schreef dat dit een grove fout was en dat 13...Td8 noodzakelijk was geweest. In de eerste plaats valt het wel mee met die fout en verder geeft Lilienthal terecht aan dat wit na 13...Td8 met 14. Pxe5 zou winnen. 14. Lc4+ Kf8 Na 14...Le6 komt 15. Td7+, maar dat zou na 15...Pe7 16. Lxe6+ Kxe6 17. Txb7 Tab8 nog geen ramp voor zwart zijn. 15. Lxe5 Een aardig offer, maar het had niet tot winst hoeven te leiden. 15...fxe5 16. Pxe5

16...Lf5 Na 16...Pxe5 wint wit met 17. Td8+, maar Lilienthal verzuimt te melden dat zwart zich met 16...Le7 nog heel goed kon verdedigen. 17. Td5 Nu wint wit zijn stuk terug, waarna hij in groot voordeel is. 17...Le7 18. Pxc6 bxc6 19. Txf5+ Lf6 20. g4 Te8 21. Txe8+ Kxe8 22. Ta5 Ke7 23. Txa7+ Kd6 24. Tf7 Lxc3 25. Ld3 Ook al kan zwart nog hard tegenstand bieden, twee pionnen meer moeten genoeg zijn voor de winst. 25...Ta8 26. Lxh7 Txa2 27. Kg2 Ta4 28. f3 g5 29. Le4 Le5 30. Tf5 Td4 31. Ld3 Lf4 32. h3 c5 33. Tf6+ Kd5 34. h4 Beslissende opmars. Na 34...gxh4 wint wit met 35. Le4+ en na 34...Le5 met 35. c4+. 34...c4 35. Le4+ Kc5 36. hxg5 Td2+ 37. Kf1 Lh2 38. g6 Kd4 Hij probeert nog spel te krijgen tegen wits koning, maar dat komt net te laat. 39. g7 Ke3 40. g8D Tf2+ 41. Ke1 Tg2 Nu heeft wit slechts één zet die niet verliest, maar dat is genoeg. 42. Dg5+ Zwart gaf op.

Hans Ree

Opgave schaken

Oplossing: 1. f5 en zwart gaat mat op de volgende zet.