Twijfel je rijk

Hoe dom is de bankdirecteur die wel de winsten ziet, maar niet de risico’s? Hoe dwaas de pensioenbeheerder die tientallen miljarden euro’s op andermans beleggingen verliest? Hoe beperkt de tussenpersoon die zijn klanten een top-woeker-beleggingshypotheek verkoopt? Of hoe sukkelig de vermogensbeheerder die slechter presteert dan de beursindex die hij probeert te verslaan?

Een beetje dom, in elk geval. Want dat zijn we allemaal. Noem het optimisme, noem het levenslust, maar de doorsneemens overschat zijn kennis en mogelijkheden chronisch. Exemplarisch is een studie uit 1981 onder Zweedse automobilisten: 90 procent noemde zichzelf een bovengemiddeld goede chauffeur. Dat was 40 procentpunt te veel.

Zelfoverschatting treft ongeletterden en dwazen even hard als intellectuelen, managers en deskundigen. Een Amerikaanse studie toonde dat 68 procent van de advocaten heilig gelooft gelijk te krijgen in een civiel proces. Toch moet er altijd één verliezen.

Ook in geldzaken heerst alom de hoogmoed. In 2005 vonden, volgens het Nibud, negen van de tien volwassenen hun geldgedrag goed of ‘goed noch slecht’. Toch hebben we 6,5 miljoen woekerpolissen afgesloten. En toch dreigen betalingsproblemen voor één op de twintig huiseigenaren.

Vrijwel elke actieve belegger verwart bekendheid met kennis. Hij ziet of leest dat een biermerk is uitverkocht, concludeert dat het een verkoopsucces is en koopt aandelen in de brouwerij. En dan blijkt de logistiek van het bierbedrijf een ramp te zijn, waardoor de koers zakt als een baksteen.

Kan zo’n misrekening u overkomen? Waarschijnlijk antwoordt u ‘nee’. Ons eeuwige optimisme belet ons te leren van fouten. U kunt hooguit op uw hoede zijn. Wees bedacht op zelfoverschatting als u: een grote uitgave of belegging gaat doen (met beperkte informatie), de oorzaak van falen buiten uzelf zoekt, uzelf een slimme belegger vindt, veel online in aandelen handelt, of niet exact weet wat het afgelopen jaar uw beleggingsresultaat minus de kosten was. Aarzel eens wat meer. De volgende twijfeltips helpen.

1. Beleg op papier

Noteer een half jaar lang welke aandelen u heel graag had willen kopen en hoeveel. Bereken daarna wat het zou hebben opgebracht.

2. Denk zelf

Niet alleen u, maar ook de beheerder van uw beleggingsfonds is minder pienter dan hij denkt. De meeste fondsbeheerders leveren daarom niet op wat ze kosten (bijvoorbeeld 2 procent per jaar). Een oplossing is indexbeleggen (zolang nog niet iedereen dat doet). U belegt dan in een indexfonds tegen bijvoorbeeld 0,3 tot 0,5 procent kosten (google op ‘indexbeleggen+wikipedia’). Lage kosten garanderen geen winst, maar de kans erop stijgt beslist.

3. Beleg als een vrouw

Vrouwelijke beleggers halen jaarlijks 1 tot 1,5 procent meer winst dan mannen, bewees een beroemde studie van de Amerikaanse hoogleraren Terrance Odean en Brad Barber. Hun geheim schuilt in passiviteit. Beleg maandelijks automatisch een vast bedrag (bijvoorbeeld 200 euro) van uw salarisrekening in een efficiënt beleggingsfonds (zie 2). U koopt dan bij hoge koersen vanzelf minder aandelen dan bij lage. Dat is slim.

4. Vraag raad

Toets een besluit aan een betrouwbare persoon. Vraag deze niet wat hij zou doen, want ook hij is dommer dan hij denkt. Vraag uw manier van beslissen te beoordelen. Dat zet u aan het denken.

Lees meer van Erica Verdegaal op nrc.nl/erica