Tijd voor een time-out voor de dolle dwaze verkoop Essent

Zal er genoeg energie zijn tegen een redelijke prijs? Zal die stroom duurzaam zijn? Met wie werken onze leveranciers samen? Wie investeert in Nederlands energietoekomst? Dat lijken vragen van enig nationaal belang. Nu de werkelijkheid.

Over de toekomstige energievoorziening van Nederland wordt in een paar provinciehuizen druk gedelibereerd. Nuon wil graag door het Deense Vattenfall worden overgenomen. Grootaandeelhouder Gelderland is akkoord. Essent is bijna verkocht aan het Duitse RWE. Volgende week hakken de Gedeputeerden van Noord-Brabant de knoop door. Den Haag is op vakantie of stuurt sms’jes.

In Overijssel trokken de PvdA-Statenleden zich deze week niets aan van de adviezen van de PvdA-top (RWE is een vuil bedrijf, niet verkopen!) en stemden op twee na vóór verkopen. Overijssel is met 18,7 procent de tweede aandeelhouder Essent. Groningen (6 procent) en Limburg (16 procent) kozen eerder al voor verkoop.

Met provinciale autonomie is niets mis. De verwachte miljardenopbrengst vertroebelt alleen de blik. In sommige provincie- en gemeentehuizen en bij de directie van Essent heerst een Dolle-dwaze-dagenkolder. Alles moet weg, pak dat voordeel. Dat is niet verstandig. Het moment om een koele doek op het voorhoofd te leggen is nu. Een parlementaire enquête kan altijd nog.

Een begin van terugkeer naar de rede was zichtbaar in de Provinciale Staten van Noord-Brabant twee weken geleden. De Staten wezen het verkoopplan met 28 tegen 26 stemmen af. Brabant heeft met 30,8 procent van de aandelen de sleutel in handen: RWE doet zijn bod van 9,3 miljard euro gestand als ten minste 80 procent van de aandelen wordt aangeboden. Volgens de Provinciewet mogen GS hun wil doordrukken. De Zeeuws-Brabantse werkgevers roepen GS van Brabant op dinsdag niet tot verkoop te besluiten.

In de Brabantse Staten werd een serieus debat gevoerd. De verkooplogica is als volgt. Zeker na de door politiek Den Haag opgelegde splitsing van netwerken en productie/leveringsbedrijven is Essent te klein om zelfstandig verder te kunnen. De aandelen zijn te risicovol voor een provincie. In Europa delen grote spelers de lakens uit. RWE is zo’n grote partner en de Duitsers zijn dol op onze groene plannen.

Wat ertegen pleit is dat Nederlandse burgers en bedrijven hebben geïnvesteerd in hun gemeentelijke en provinciale energiebedrijven als vitaal onderdeel van hun verlangen naar bestaanszekerheid. Dat element van zelfbeschikking wordt zonder afdoend bewijs uit handen gegeven. Essent praat alsof het een fijne partner heeft gevonden, maar de beslissingen worden voortaan in Essen genomen – een cruciaal verschil van één T.

Na de afwijzing van de Brabantse Staten heeft Essent hard gewaarschuwd. Er is geen andere partner in Europa, banen zullen verdwijnen, het dividend gaat omlaag en geld voor groene investeringen ontbreekt. Essent-directeur Rinse de Jong was zelfs zo brutaal de Provinciale Staten met hun vragen over RWE (groot in bruinkool en kernenergie) te verwijten ‘over hun graf te willen regeren’.

Intussen proberen RWE en Essent toch nog een groene geloofsbelijdenis in elkaar te flansen. Er is vast wel een advocaat die dat juridisch klinkend wil opschrijven. Zoals er ook gerenommeerde advocaten waren die de vorige duurzaamheidsprevelementen, waar gedeputeerden in Groningen en Limburg mee zwaaiden, als boterzacht ontmaskerden.

De bangmakerij van Essent is daarom zo verrassend omdat de directie eind 2007, na het afketsen van de fusie met Nuon, een ‘strategienotitie 2008-2012’ schreef waarin een andere blik op de toekomst werd gegund. Daarin staat dat verkoop aan een groot buitenlands/Europees bedrijf „de publieke en regionale bevlangen van de huidige Essent-aandeelhouders slechts zeer beperkt en tijdelijk [zal] dienen”. Lees even mee.

Aandeelhouders moeten (na overname) rekening houden „met een nadelig effect op de beschikbaarheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de energievoorziening in Nederland. De kopende partij zal namelijk de overnamepremie op de acquisitie van Essent (naar schatting enkele miljarden euro’s) snel willen terugverdienen”. Te verwachten is verder: een koude sanering van het hoofdkantoor (verlies van ca. 4.000 banen), de Nederlandse duurzaamheidsambities niet gerealiseerd, een (groot) deel van de investeringen onmogelijk, met alle gevolgen voor de voorzieningszekerheid, de eindverbruikers zijn duurder uit.

Kortom, deze interne strategienotitie van Essent zag meer in een zelfstandige toekomst. Wat is er veranderd in minder dan een jaar? Toen werd de aandeelhouders meer dan de huidige 50 procent van het resultaat als jaarlijks dividend en een eenmalig superdividend van 1 à 2 miljard euro in het vooruitzicht gesteld. En nu leidt níet-verkopen tot een dividendval.

Voor de goede orde: Essent en de andere energiebedrijven wilden geen splitsing. Het idee op Economische Zaken was dat de netwerken nationaal geborgd moesten worden en de handel vrij zou zijn. Maar het Europese ‘gelijke speelveld’ is er niet gekomen. Frankrijk en Duitsland hebben de verplichte splitsing van energiebedrijven tegengehouden.

Sommigen hebben mij de laatste maanden verweten te pleiten voor zoiets verwerpelijks als een nationale energiekampioen. Gezien de omvang van de buitenlandse energiereuzen lijkt me dat inderdaad te overwegen. Het feit dat een paar heren bij Nuon en Essent het niet eens konden worden, is nationaal gezien een voetnoot. Misschien is het verstandig die Splitsingswet te heroverwegen.

In ieder geval moet dringend worden nagedacht over wat publieke en nationale belangen zijn. De automatische marktpiloot is gecrasht. Bij de presentatie van Menno Tamminga’s De Uitverkoop van Nederland zei de grootste pensioendirecteur van Nederland, Dick Sluimers, dat ABP/APG tegen een redelijk dividend best lange termijn wil investeren in energie en infrastructuur. De provincies kunnen hun aandelen ook verantwoord kwijt.

Wilt u reageren? Schrijf de auteur: opklaringen@nrc.nl of neem online deel aan de discussie op www.nrc.nl/opklaringen

    • Marc Chavannes