Schone energie onontkoombaar

De wereldeconomie moet een revolutie ondergaan om zich in te stellen op het gebruik van schone energie, zegt oud-premier Tony Blair. „Maar dat hoeft geen pijn te doen.”

WFA12T:TONY BLAIR:DEN HAAG;08MAY2009-Voormalige Britse premier Tony Blair spreekt tijdens een Klimaat conferentie in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.WFA/pc/str.Pierre Crom Crom, Pierre / WFA

Zijn machtspositie heeft hij niet meer, maar zijn zendingsdrang nog wel. En zijn optimisme ook. „De economische crisis”, zegt Tony Blair, „is een uitgelezen kans om de opwarming van de planeet aan te pakken. We zijn nu tóch gedwongen om onze economie anders in te richten. Laten we dan ook zorgen dat het een economie wordt die gebaseerd is op schone energie.”

Twee jaar nadat hij het Britse premierschap overdroeg aan Gordon Brown, leidt Blair een aanzienlijk minder zichtbaar bestaan dan voorheen aan de randen van het wereldtoneel. Zo is hij gezant voor het Kwartet dat vrede tracht te realiseren in het Midden-Oosten. En ook is hij nu verbonden aan de Climate Group, een organisatie van grote bedrijven en politici die oplossingen zoekt voor de klimaatverandering.

In die laatste rol was Blair gisteren in Den Haag, op een conferentie over praktische oplossingen om de uitstoot van CO2 te verminderen. De bijeenkomst was georganiseerd door de Postcodeloterij, een sponsor van de groep van Blair.

„Landen gaan nu veel geld uitgeven om hun economie te stimuleren met grote publieke werken. Waar kan je dan beter in investeren dan ontwikkeling van nieuwe technologie voor schone energie?

„Als de economie straks weer gaat groeien en we doen niets, dan blijven we afhankelijk van een hele onzekere en grillige toevoer van brandstof. Vergeet niet dat een vat olie nog maar kort geleden meer dan honderd dollar kostte. Dus zowel om het klimaat te beschermen als voor onze energieveiligheid, moeten we alternatieve, schone energiebronnen ontwikkelen.”

Moet de westerse wereld zijn huidige manier van leven opgeven om de uitstoot van CO2 te verminderen?

„Het antwoord op het klimaatprobleem zal komen van de ontwikkeling van nieuwe technologie, van elektrische auto’s, van zonne- en windenergie, van doelmatiger gebruik van energie.

„Maar de overgang naar een nieuw soort economie vereist een revolutie die even ingrijpend is als de industriële revolutie. We zullen ons consumptiepatroon moeten aanpassen. Maar dat hoeft geen pijn te doen.

„Als we de mensen zouden vragen terug te gaan naar een niveau van leven en consumeren van vroeger tijden, zullen ze dat toch niet doen. Op die manier winnen we het debat niet, hier in het Westen niet, en ook zeker niet in India en China, waar een massale industrialisatie aan de gang is. Daar accepteren ze het heus niet als wij zeggen dat ze arm moeten blijven. Ze zullen alleen op een andere manier rijk moeten worden.”

Is er voldoende politieke wil in de wereld om afspraken te maken over terugdringing van CO2-uitstoot?

„Door de economische crisis heeft het minder prioriteit. Maar het is erg belangrijk dat de nieuwe Amerikaanse regering vastbesloten is op de conferentie eind van het jaar in Kopenhagen een akkoord te sluiten.

„Niet alleen heeft president Obama steeds gezegd dat dit hoog op zijn agenda staat, hij hecht er ook aan om in het algemeen te laten zien dat Amerika weer een goede internationale partner is. Voor ons komt het er op aan om te laten zien dat wij daarvoor open staan.”

Hoe erg is het als de wereld in Kopenhagen geen akkoord bereikt?

„Dat zou heel ernstig zijn. Niet alleen zou het een zware tegenslag zijn voor het klimaat, het zou ook een breder onvermogen laten zien om internationale oplossingen te vinden voor grote internationale problemen. Maar ik ben optimistisch.”

Hoe kan het Westen China en India overtuigen maatregelen te nemen?

„Als er een technologische doorbraak komt in de ontwikkeling van schone energie, moeten we die kennis delen. We moeten voorkomen dat zo’n doorbraak een middel wordt om economisch beter met ze te concurreren. Want als Europa en Amerika hun CO2-doelstellingen keurig halen maar China niet, dan schieten we nog niets op.”