Schaterlachende Afghaanse bergmannen

Afghanen zijn te huur, maar niet te koop. Zo dachten de Russen over Afghanistan. Ook de Britten zouden op dezelfde manier hebben gedacht over Afghanen. Dit zijn percepties van verslagen bezetters. Volgens Britse bronnen vocht „the army in India [...] campaigns in Afghanistan between 1838-1842 and 1878-1880”. De Afghanen denken daar anders over: tot twee keer toe werden de Britten verslagen gedurende Anglo-Afghaanse oorlogen.

Er bestaat een bekend geintje onder de Afghanen over vluchtende Britten. Zij zouden hun koning hebben verteld dat de Afghanen stenen eten en dat ze daarom onverslaanbaar zijn. In werkelijkheid gaat het om gedroogde moerbeien die in de vorm van een baksteen worden samengeperst. Ontzettend geestig zijn de Afghanen! Ze jagen hun vijanden angst aan door zich opzettelijk barbaars voor te doen. Wie zijn de Afghanen wier oord een angstaanjagende plek was voor oude Perzische koningen, Grieken en ook Arabische overheersers?

In 1857 schreef Friedrich Engels een buitengewoon objectieve analyse over Afghanistan: „De geografische ligging van Afghanistan en het bijzondere karakter van zijn volk maken dat het land een politiek gewicht heeft dat, in de Centraal-Aziatische context, nauwelijks overschat kan worden. Uit bestuurlijk oogpunt vormt het land een monarchie, maar het gezag van de koning over zijn onrustige en heftige onderdanen is veeleer persoonlijk van aard, en onzeker. Het koninkrijk is verdeeld in provinciën, beheerd door een koninklijke commissaris die de belastingen int en ze aan de hoofdstad overmaakt.”

Waarom konden de Britten niet van dit anarchistische volk winnen? „De Afghanen zijn een moedig, onverzettelijk en onafhankelijk volk. De meesten van hen verbouwen landbouwgewassen en hoeden vee. Men laat zich niet in met de handel: die wordt, niet zonder minachting, aan de hindoes en andere bevolkingsgroepen in de steden overgelaten. De Afghanen vinden in de oorlog een vorm van extase die hen uit de monotonie van het naarstige werken tilt.” Aldus Engels.

Waarom zijn de Afghanen moedig? Welk belang, welke eeuwige waarden willen ze verdedigen? Engels weet het antwoord perfect te verwoorden: „De bevolking valt uiteen in clans, elk geleid door een chef die een nogal feodale vorm van heerschappij uitoefent. Alleen hun onbedwingbare haat tegenover elk gezag en hun liefde voor individuele zelfstandigheid verhindert dat de Afghanen tot een machtige natie uitgroeien. Maar juist die richtingloosheid en onvoorspelbaarheid van hun optreden maakt hen tot een vervaarlijke nabuur die gemakkelijk door de luim van het ogenblik wordt opgezweept, of door het verloop van een intrige meegesleept.”

Hier is slechts één conclusie mogelijk: het Westen zal de oorlog in Afghanistan nooit en te nimmer kunnen winnen. Dat zal alleen de Afghanen lukken. Hoe? Ze moeten beschikken over een goed getraind leger. De vorming van het Afghaanse leger wordt momenteel zo misplaatst uitgevoerd dat er geen sprake is van een leger, maar van een politiemacht. Alleen al hun uniform is een lachwekkende verschijning. Welke militair in de wereld loopt rond in een grote hangende broek? De waardigheid voor een Afghaan in zijn eigen Afghanistan is belangrijk dan water, brood en school.

In de afgelopen acht jaren had het Westen een Afghaans leger moeten opbouwen met uitstraling en waardigheid. Maar zoiets bouw je niet alleen op in Afghanistan. Als het Westen in elk NAVO-land, of tenminste in twintig landen, vierduizend jonge Afghanen tot officieren had opgeleid, dan beschikte Afghanistan nu over tachtigduizend goed getrainde militairen.

Daarnaast had men ook in Afghanistan soldaten moeten gaan opleiden. Waarom buiten Afghanistan?

De militairen moeten een persoonlijke band krijgen met de NAVO-landen. Daarbij moet de nadruk liggen op alle vormen van kunde die een leger nodig heeft: controle over pantservoertuigen, commandoacties, het vergaren van inlichtingen, de ontwikkeling van een luchtmacht, tankeenheden, raketeenheden et cetera. We praten pas over een leger wanneer het zich met waardigheid aan zijn volk kan presenteren. Bovendien zouden de nieuwe officieren, gelet op hun verdiensten in Afghanistan, tot generaals kunnen worden bevorderd. Dit laatste is erg belangrijk. Want het huidige generaalscorpus bestaat uit krijgsheren met een bedenkelijk verleden.

Als ik dit kan bedenken, waarom hebben de knappe koppen in het Pentagon of in Brussel deze plannen niet bedacht en uitgevoerd? Ik vrees dat men zowel in het Pentagon als in Brussel Afghanistan slechts als een westerse oorlogsarena zag. En daarvoor dachten ze de Afghanen als voetvolk, zielig volk, ontwikkelingsverslaafd volk, en vooral als soldaat en verklikker nodig te hebben. Dit werkt en werkte niet in Afghanistan.

Afghanen die ik spreek zijn van mening dat er niet echt gewerkt wordt aan de opbouw van een effectief leger. Dit wordt nog dramatischer wanneer president Obama ook nog een exitstrategie voor Afghanistan heeft aangekondigd. Dan vind je nauwelijks anderhalve Afghaan die bereid is mee te werken met buitenlandse machten die hun vertrek al hebben aangekondigd. De Afghanen moeten ervan verzekerd worden dat de NAVO de Afghaanse provincies niet zal verlaten totdat ze door het Afghaanse leger worden overgenomen.

Veel tijd is verloren gegaan in Afghanistan door wanbeleid in Washington en Brussel. Ook op andere gebieden wordt een koloniaal, negentiende-eeuws beleid gevoerd. Terwijl we over de rechten van de mens spreken, heb ik tot nu toe geen Afghaanse student gezien aan onze rechtenfaculteit. We kunnen hier een masteropleiding beginnen voor Afghaanse juristen in hun eigen taal, Dari. Daarbij kunnen ze onder andere leren wat de rechten van een verdachte zijn. Of hoe de rechten van de mens werken binnen een rechtsorde. Hadden we zo’n project gestart, dan hadden we in de afgelopen jaren tientallen en misschien honderden juristen in Afghanistan gezien die weten wat in onze tijd recht en mensenrechten inhouden.

Het Westen verprutst een unieke kans bij een welwillend moslimvolk in het Oosten. Het wordt nog triester wanneer we zien dat de VS het Nederlandse beleid, dat niet heeft gewerkt, als de definitieve verlossing ziet uit het Afghaanse drama. Ik heb goede oren en hoor in de verte de schaterlach van de bergmannen.

Reageren kan op nrc.nl/ellian