Raapzaad, merelverdriet

Karel Knip

Het is overwegend raapzaad wat er in de Hollandse bermen bloeit. Ráápzaad. Geen koolzaad. Koolzaad staat op de akker, raapzaad staat ernaast. In de berm, tussen het fluitekruid. Maar verder net zo pront en geel als koolzaad.

Vorige week is de lezer in verwarring achtergelaten. De Leidse botanici Sheila Luijten en Tom de Jong hadden een nieuwe determinatiesleutel uitgebracht waarmee eens en voor altijd het verschil tussen raapzaad en koolzaad kon worden bepaald en van AW-wege is spelenderwijs gesuggereerd dat de sleutel niet deugt. Zoals de oude sleutel uit Heukels’ Flora van Nederland niet deugde.

De nieuwe is te vinden onder www.floron.nl/koolzaad. Zolang de twee als twee druppels water op elkaar lijkende planten geen rijpe vruchten (‘hauwen’) hebben, komt het beslissend onderscheid van de stugge haren op de lage bladeren en van de meer of minder stengelomvattendheid van de bladvoet van de hogere bladeren. Het blad van koolzaad omvat de stengel voor nog geen 50 procent, raapzaad doet het juist 75 procent of helemaal. Alsof de duvel ermee speelde, bleken er in het westelijk havengebied van Amsterdam koolzaadachtige planten te groeien met zo’n 70 procent stengelomvatting. Pijnlijker was dat biologen van de universiteit van Leuven foto’s van koolzaad op hun site hadden gezet die totale stengelomvatting lieten zien. Ze staan er nog steeds.

Wat nu? Tom de Jong uit Leiden heeft contact gezocht met de Leuvenaren en het raadsel is opgelost. De Belgen hadden de foto’s van raapzaad en koolzaad door elkaar gehaald. Het was raapzaad geweest met die stengelomvatting. Opnieuw is bewezen dat ook beroepsbotanici het verschil vaak niet zien.

Dat er uitsluitend raapzaad in de berm staat, is overigens niet waarschijnlijk. Op 2 mei arriveerde een vreemde e-mail van een lezer uit Hoogezand die zei dat hij twintig jaar geleden veel met een vriend in de auto onderweg was in noordelijk Nederland. Deze vriend had altijd een zak koolzaadzaad bij zich en van tijd tot tijd wierp hij daarvan een handje uit het raam. Stukje burgerlijke floravervalsing, maar met welk doel?

Nu verder snel terug naar de AW-aflevering over de bedenkelijke statistiek van de hulporganisatie Oxfam die in Nederland Oxfam Novib heet. Oxfam verwacht de komende decennia almaar meer hulp te moeten verlenen, omdat steeds meer mensen getroffen zullen worden door klimaatgerelateerde rampen. Overstromingen, zware stormen, droogte, enzovoort. Oxfam had er een kleurrijk rapport over uitgebracht. Binnen zes jaar zou het aantal klimaatrampgetroffenen met 54 procent toenemen tot 375 miljoen mensen, vatte een persbericht de brochure samen. Achteraf werd duidelijk dat men bedoelde: met 54 procent ten opzichte van 2000.

Het kost geen moeite om aan te tonen dat het een voorspelling van likmevestje is en in de AW-aflevering van 25 april is dat gedaan. De definitie van ‘getroffenen’ (affected people) is onhanteerbaar vaag, is er geschreven, en je voelt op je klompen aan dat de databank waaraan de gegevens voor de statistische exercitie zijn ontleend onbruikbaar is.

Oxfam heeft protest aangetekend. U kunt niet bewijzen dat de gebeurtenissen die de databank beschrijft onjuist zijn gerapporteerd, schrijft een humanitaire beleidsadviseur. Dat het aantal getroffenen in de komende jaren met de helft zal toenemen, is helaas geen onzin.

De gegevens die Oxfam gebruikte komen uit Leuven – weer Leuven. Het Centre for Research on the Epidemiology of Disaster (CRED) verzamelt daar al sinds 1900 gegevens over rampen, maar deed dat tot aan 1980 ‘minder betrouwbaar’. In 1980 ging het roer om en sindsdien hebben ook anderen er wat aan.

Hoe betrouwbaar ze inmiddels zijn, wordt snel duidelijk als men het rijtje opgaven eens langs loopt (zie www.cred.be onder EM-DAT en dan verder onder ‘database’). Het is een raar allegaartje met heldere tekenen van uiterste nonchalance en volstrekt ongeloofwaardige nauwkeurigheid. Nu eens is het aantal getroffenen bij een ramp precies 500.000, dan weer is het 210.232.227. Hoe precies is het aantal ‘getroffenen’ bij een ramp eigenlijk te schatten? En let ook eens op de totalen: in 2002 werden in India 300.000.000 Indiërs door droogte getroffen, dat is precies een kwart van de totale Indiase bevolking. Allemaal Oxfam-hulp nodig?

Verspilde moeite is het om dit rommeltje aan gegevens glad te willen trekken met ‘double exponential smoothing’, een methode die zich overigens kenmerkt door willekeur. Op welke wijze de methode is toegepast, en waarom precies zó, maakt Oxfam overigens niet bekend.

Het valt niet mee om vandaag een vrolijke toon aan te slaan. Op 11 april is nagedacht over de vraag of je aan een vogel kunt zien of hij in een goed humeur is. Bij sommige vogels kán dat, was de conclusie, maar een vergissing is gauw gemaakt. Zo is het lieve roodborstje met zijn murmelende liedje, bij voorbeeld, een kwaadaardig kreng. Dat stond hier op grond van de klassieke waarneming dat een opgezet roodborstje in de tuin van een nog niet opgezet roodborstje binnen de kortste keren aan flarden is gereten. Een lezer in Amsterdam, de enige lezer die het voor de roodborst opnam, noemt dit ‘een pittige afgrenzing van het territorium’. Overigens ziet hij in de roodborst vooral innigheid en toewijding. Het zijn Engelse biologen die de roodborst in diskrediet hebben gebracht, denkt hij.

Ja, de merel heeft soms duidelijk een goed humeur, stond hier op 11 april. Dat een merel ook verdriet kan hebben, toont de foto van een lezer uit Rotterdam. Men ziet er een vrouwtjesmerel kijken naar het overschot van het mannetje waarmee zij drie jaar lief en leed gedeeld had. Vijf of zes nesten samen uitgebroed en opgevoed. Opeens lag hij daar dood op het tuinpad. Het vrouwtje heeft er een uur lang in elkaar gedoken stokstijf naast gezeten, toen is zij weggevlogen. Een paar keer is ze nog terug geweest, daarna is zij nooit meer gezien.

    • Karel Knip