Nederlandse consument blijft nuchter

Varkensboeren waren even bang dat de ‘varkensgriep’ zou leiden tot vraaguitval. Dat gebeurde niet. Maar milieudefensie zag wel haar kans schoon voor een aanval op de bio-industrie.

Alarmbellen gingen af in agrarisch Nederland toen twee weken geleden de eerste berichten de wereld inkwamen over een ‘varkensgriep’ in Mexico. Met een productie van ruim 22 miljoen varkens in 2008 is Nederland namelijk een grootmacht in varkensvlees.

Bevreesd voor paniek onder consumenten stuurde de Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO) onmiddellijk een persbericht rond dat de benaming van de griep verkeerd was, dat het geen ‘varkensgriep’ betrof maar een „geheel nieuw humaan griepvirus bestaande uit delen van varkens-, vogel- en humaan griepvirus”.

In Zuid-Europa reageerde de consument „emotioneel”, zegt woordvoerder Marc van der Lee van vleesgigant Vion, dat meer dan de helft van de varkensslachtingen in Nederland voor zijn rekening neemt en veel naar Zuid-Europa exporteert. Gelukkig bleef de Nederlandse consument „nuchter”, zegt Van der Lee.

Desondanks constateert termijnmarktmakelaar in varkens Jan Bakker een prijsdaling van varkensvlees veroorzaakt door de griep. De prijs is met 4 cent per kilo gedaald tot 1,37 euro – „en dat is al onder de kostprijs.” Handelaren en vleesverwerkers maken handig gebruik van een incident als deze griep, stelt Wyno Zwanenburg, voorzitter van de Nederlandse Vakbond Varkenshouders. „Er is geen vraaguitval in Nederland, maar het komt inkopers en slachterijen goed uit om onze prijzen omlaag te praten.”

Ook uit andere hoek noopt de griep tot een aanval op de varkenssector. Milieudefensie heropende gisteren zijn offensief op de intensieve veehouderij met de start van een petitie (‘stop veefabrieken’) op internet waarin de regering wordt opgeroepen megastallen tegen te houden. De organisatie baseert zich, zegt medewerker Rene Houkema, op een mededeling van de Amerikaanse hoogleraar Raul Rabadan, verbonden aan Columbia University in New York, op een forum voor specialisten op het gebied van infectieziekten. Gevraagd om verduidelijking liet Rabadan gisteren per e-mail weten dat „virussen die het nauwst verwant zijn aan het nieuwe virus te vinden zijn in varkens”. Alle segmenten van het nieuwe virus zijn al lang geleden aangetroffen in varkens in de VS en Eurazië, stelt Rabadan, en naderhand gemuteerd.

Houkema van Milieudefensie wijst in dat verband op de rol die grote stallen spelen als ‘reactievat’ in de ontwikkeling van nieuwe virussen. Onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) naar de gezondheidsrisico’s van megastallen met varkens of kippen wijst ook op deze risico’s. Het RIVM concludeerde vorig jaar dat de kans op het ontstaan van nieuwe griepvirussen die de mens kunnen bedreigen, groter is als er meer dieren in een stal aanwezig zijn en/of als veel stallen dicht bij elkaar staan.

Smithfield Foods, de grootste varkensvleesproducent in de VS met vestigingen in Mexico, is al twee weken bezig zich te verweren tegen verdenkingen die zijn gebaseerd op de gedachte dat de intensieve veehouderij voor dit soort problemen verantwoordelijk moet zijn. Het bedrijf heeft onder meer een grote varkensboerderij in dat deel van Mexico waar het virus voor het eerst opdook. „Er is geen bewijs dat de varkens in Veracruz, of op enige andere plek, besmet zijn met het H1N1 virus”, aldus een persbericht van 1 mei. Twee dagen later voegde Smithfield hier aan toe dat ook geen enkele werknemer van het bedrijf is besmet.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) bevestigt onmiddellijk dat er geen bewijs is dat Smithfield een rol zou spelen. De oorsprong van het virus ziet de WHO in een combinatie van een vogel-, varkens- en menselijk griepvirus met „een hoop mutaties in de tussentijd”, zegt een woordvoerder per telefoon vanuit Genève. „De laatste versie lijkt op een virus dat bij varkens voorkomt, maar er is geen bewijs dat iemand besmet is geraakt door een varken.”