Mooi beeld van luxueus hofleven

Zicht in de tentoonstelling "Karel de Stoute" (Groeningemuseum)

Tentoonstelling Karel de Stoute; pracht en praal in Bourgondië. T/m 21 juli in het Groeningemuseum, Brugge. Cat: (uitg. Mercatorfonds): 382 blz., € 39. Inl.: www.museabrugge.be, www.kareldestoute.be*****

‘De Stoute’ is de mooiste, maar al in zijn eigen tijd stond de Bourgondische hertog Karel (1433-1477) ook onder andere bijnamen bekend. Duitsers bijvoorbeeld, benadrukten Karels dapperheid in hun benaming ‘Karl der Kühne’, net als de Engelsen, die spraken van ‘Charles the Bold’. Maar in Engeland heette hij ook ‘Charles the Rash’ (onbezonnen). Even negatief is de kwalificatie die doorklinkt in het Franse ‘Charles le Témeraire’, een naam die naar zijn stoutmoedigheid verwijst, maar ook naar zijn overmoed. Een bijnaam die verwijst naar Karels prachtlievendheid ontbreekt. Juist die eigenschap wordt het mooist van allemaal geïllustreerd in een schitterende tentoonstelling die het Groeningemuseum in Brugge wijdt aan de uiteenlopende aspecten van de persoon en de regering van de hertog.

Karel de Stoute was 33 jaar oud toen hij in 1467 zijn vader Filips de Goede opvolgde als hertog van Bourgondië, dat toen een onsamenhangend gebied vormde. Het strekte zich uit over grote gedeelten van het huidige Noord-Frankrijk, Vlaanderen en de Noordelijke Nederlanden. In zijn korte regeerperiode, van de troonsbestijging tot zijn dood nog geen tien jaar later, streefde Karel rusteloos naar meer territoriale en administratieve samenhang in zijn hertogdom. De droom van de hertog, als een van de aanzienlijkste vorsten van Europa, was het verwerven van het koningschap. Maar onderhandelingen daartoe met keizer Frederik III, waarbij Karel onder meer zijn dochter inzette als potentiële echtgenote voor de zoon van de keizer, leden schipbreuk.

Een deel van de machtspolitiek van de eerzuchtige Karel bestond uit het exposeren van uiterlijk vertoon. Onder zijn bewind ontwikkelde zich een ongekend luxueus hofleven dat werd gekenmerkt door verfijnd ceremonieel waarvan de hertog samen met zijn vrouw Margaretha van York het stralende middelpunt vormde. De indrukwekkendste voorwerpen in de tentoonstelling in Brugge komen voort uit deze sprookjesachtige vijftiende-eeuwse wereld. Zo zijn er kostbare verluchte handschriften en sieraden, Italiaanse pronkharnassen en uiterst zeldzame kledingstukken als een roodzijden mannengewaad. De getailleerde tuniek, die pofmouwen heeft en een rijgsluiting in een split op de rug, loopt uit in een rokje. Het is een mooi voorbeeld van de elegante kleding die, compleet met rinkelende sieraden, door zowel vrouwen als mannen werd gedragen.

De vorstelijke magnificientia – het ‘juiste’ en daarmee gerechtvaardigde tentoonspreiden van rijkdom – laat zich bij uitstek illustreren door een verbluffend gedetailleerd in goud, zilver en email uitgevoerd votiefbeeld dat Karel kort voor zijn dood bestelde bij zijn hofgoudsmid Gerard Loyet. De ruim een halve meter hoge sculptuur toont de geharnaste hertog knielend, met een reliekhouder in zijn handen. Achter hem staat zijn patroon, de ridderheilige Joris, die devoot zijn helm afneemt. De heilige is uitgerust met de gezichtstrekken van Karel zelf. Daarmee zingt het uiterst kostbare werk eerder de lof van de vroomheid dan van de persoon van de hertog.

Om in alle uithoeken van zijn uitgestrekte hertogdom zijn grootse staat te kunnen voeren, zeulde Karel op al zijn reizen en veldtochten een forse verzameling kostbaarheden met zich mee. De expositie toont een deel van deze reisschat, zoals die in 1476 na de nederlaag van Karels leger bij de stad Grandson door de Zwitserse tegenstanders werd buitgemaakt. Er waren kleding en sieraden bij, wapens, vaandels en Karels persoonlijke geheimzegel, en een schitterend geborduurd wandtapijt (1466) dat, zoals de naam ‘millefleur’ zegt, is bezaaid met uiterst verfijnd weergegeven plantjes en bloemen. Voor het eerst sinds de vijftiende eeuw zijn topstukken uit die Burgunderbeute – die nu grotendeels in Bern wordt bewaard – terug in Vlaanderen.

Nog geen jaar na de nederlaag tegen de Zwitsers, viel het doek definitief en ontluisterend. In januari 1477 sneuvelde Karel de Stoute in een veldslag tegen de hertog van Lotharingen bij Nancy. Pas na twee dagen werd zijn lichaam teruggevonden. Een ooggetuige beschrijft hoe het lichaam van de hertog was vastgevroren, zijn schedel doorkliefd ‘van boven de oren tot de tanden’ en zijn gezicht door de wolven aangevreten. Hij kon nog slechts worden geïdentificeerd aan de hand van littekens die hij had overgehouden aan eerdere gevechten en – laatste overblijfsel van zijn oude elegante verschijning – zijn lange nagels.

    • Bram de Klerck