Metamorfose per rol

Behang met grote, gedurfde patronen en fotoprints is populair. ‘Lekker knallen met een feature wall.’

Digitaal fotobehang, rollen met een gezeefdrukt kunstenaarsdessin, of toch liever de klassieke patronen van Buckingham Palace? Nog nooit was het aanbod aan behangsoorten zo groot en divers.

Decoratie is in, en van die trend profiteert behang. Ook trendy meubelzaken hebben tegenwoordig aparte afdelingen met stalenboeken. En in moderne cafés, restaurants en winkels worden muren behangen met soms zeer opvallende prints.

„We zijn de witte muren van Jan des Bouvrie voorbij”, zegt Lotte Menkman, conservator van CODA, het in papier gespecialiseerde museum voor geschiedenis en hedendaagse kunst, waar vorig jaar de tentoonstelling ‘Behang, van plint tot plafond’ te zien was. „Nederland is nooit een echt behangland geweest, zoals België of Frankrijk”, zegt Menkman, „maar een paar jaar geleden zag ik de decoratietrend opkomen. Behang werd weer populair en dat verbaast me niets. Met één rolletje kan je een ruimte een metamorfose laten ondergaan. Behangen is toveren met flinterdun papier.”

Maar anders dan vroeger, worden nu niet meer hele kamers met één dessin behangen, zegt Hanneke Holwerda, ontwerpster bij behangfabrikant Eijffinger uit Zoetermeer. Diverse dessins combineren of één muur met een groot, gedurfd patroon of een fotoprint, dat zijn de trends. Of, zoals Holwerda het formuleert: „Lekker knallen met een feature wall.”

Wilhelmine van Aerssen heeft in haar huis geen knallende fotowand, maar wel combineerde zij dertien soorten behang. Als je patronen en kleuren goed op elkaar afstemt, kan dat heel goed, zegt Van Aerssen, die al ruim een kwart eeuw vertegenwoordiger is van een aantal grote en luxueuze Britse en Amerikaanse stoffen- en behangmerken, zoals Designers Guild en Ralph Lauren. De laatste jaren, zegt Van Aerssen, is de vraag naar behang enorm gegroeid. „Niet alleen voor in huis, maar ook voor grote, institutionele projecten.”

Regelmatig ontvangt Van Aerssen in haar kantoor in Amsterdam architecten die haar om advies vragen. Zo kwam afgelopen week Cees Dam langs, die bezig is met de verbouwing van Hotel de l’Europe in Amsterdam. Samen kozen ze behangstalen uit voor het nieuwe interieur van het vijfsterrenhotel. Nee, geen dessins met Franse lelies, zegt Van Aerssen. „Dat is veel te klassiek. Je moet tradities vertalen naar onze tijd. Moderne bloemenprints en dessins met vogels, dat was mijn advies.”

Behang is de afgelopen jaren technisch enorm verbeterd, zegt interieurontwerper Wim Hoopman. Ondanks de huidige populariteit is behang volgens hem nog steeds „een onderschat product”. Hoopman: „Het effect van behang is mega. Met eenvoudige middelen kan je sfeer, stijl en niveau scheppen, of juist positieve verwarring zaaien.”

De interieurontwerper gebruikt behang in al zijn projecten. Zo koos hij voor bodega Keyzer, naast het Concertgebouw in Amsterdam, behang dat lijkt op damast. „Het is hypermodern, maar het ademt de rijkdom van oude tijden”, zegt Hoopman. En voor de Oger Stores, de modezaken van Oger Lusink, selecteerde hij drie soorten rood en blauw behang van Ralph Lauren. Wandbekleding met uitstraling, zegt Hoopman. „Onbewust doet het iets met klanten. Ze voelen zich lekkerder en kopen daardoor meer.”

Omdat behang kwalitatief verbeterd is, kan het eenvoudiger worden aangebracht en verwijderd. En kan het gebruikt worden op plekken waar dat vroeger niet kon. Zo laat Hoopman bijvoorbeeld ook toiletten behangen. Bij restaurant Sophia in Amsterdam een streepjesdessin bij de heren en bloemen bij de dames. „Aflakken en je kan de muren gewoon afsoppen”, zegt de ontwerper.

Klassieke verfijnde patronen, bijvoorbeeld van oud porselein, grote fotografische elementen en bijzondere reliëfs, zoals gevlokt, fluwelig ogend behang. Dat zijn de trends van dit jaar, zegt Cok de Rooy, eigenaar van The Frozen Fountain in Amsterdam. De volgens velen beste designwinkel van Nederland heeft een afdeling met stalenboeken van hippe behangmerken als Élitis, Tres Tintas en Timorous Beasties. Inderdaad, allemaal buitenlandse merken. Op Eijffinger na zijn er geen grote Nederlandse behangfabrikanten meer. Het legendarische Rath en Doodeheefver sloot tien jaar geleden de fabriek in Helmond.

Sommige vooraanstaande Nederlandse ontwerpers, zoals Studio Job en Marcel Wanders, tekenden recentelijk wel behangdessins. Maar van een traditie is geen sprake, zegt Lotte Menkman op teleurgestelde toon. De conservator van museum CODA hoopte vorig jaar met haar behangexpositie belangstelling te kweken onder jonge ontwerpers. „Maar dat is niet echt gelukt”, stelt ze vast. „We hebben geen industrie meer die dat oppakt.”

    • Arjen Ribbens