Messias met een puberbrein 2

Piet Bergveld maakt zich boos over het paasverhaal van Marita Mathijsen over Jezus. Dat is, aldus Bergveld, een bespottelijk stukje proza dat geheel misstaat in de wetenschapsbijlage. Ik vind het helemaal niet bespottelijk. Ze beschrijft welke associaties in je kunnen opkomen wanneer je als normale lezer de verhalen over Jezus leest. Marita Mathijsen zoekt naar interpretaties en verborgen lagen. Die vindt ze niet. Maar ze zijn er wel. Zelfs goed gefundeerd. Ik zal een voorbeeld geven.De Duitse geleerde Wendland beschrijft in zijn artikel `Die Dornenkrönung Christi` (1906) de rituele moord van de `Saturnaliakoning`, aan de hand van een zekere Karabas in Alexandrië. Deze wordt door Romeinse soldaten tot koning uitgeroepen. Ze bekleden hem met een zogenaamde koninklijke mantel, geven hem een riet als scepter in de hand en zetten een papyruskroon op zijn hoofd. Daarna bespotten zij hem en slaan hem met het riet, en kruisigen hem. De Saturnalia zijn het Romeinse carnaval dat in Rome in december rond kersttijd en elders in het Romeinse Rijk in het voorjaar, dus rond Pasen gevierd werd. De overeenkomst met de bespotting van Jezus is onmiskenbaar. Ook de Nederlandse bijbelgeleerde Martin Beek van de Leidse universiteit schrijft dat we bij de interpretatie van het lijden en sterven van Christus niet om Wendland heen kunnen. Maar Beek verzuimt een heel belangrijke factor in het verhaal van Wendland te noemen. De figuur die gekruisigd wordt is een `mimus` ofwel een clown. Beek zal gedacht hebben: Jezus een clown? Dat kan ik niet maken.”In de Pauly Wissowa, dé encyclopedie van de klassieke oudheid, trof ik ook een bijzondere mededeling aan: in de eerste eeuw van onze jaartelling is een mimus gekruisigd die in Rome een nieuwe godsdienst had gesticht en daarmee een groep aanhangers om zich heen had verzameld die nog geruime tijd na zijn dood zich heeft gehandhaafd. Deze gekruisigde mimus werpt een nieuw licht op `de ezel van Anexamenos`. Dat is een graffito uit de eerste eeuw in Rome, die een gekruisigde figuur met een ezelskop toont met daarnaast een jongen die ernaar wijst. Het opschrift erbij luidt `Anexamenos aanbidt zijn god`. Dat is altijd beschouwd als een spotprent en niet als de eerste afbeelding van de gekruisigde Jezus. Maar als we weten dat de mimus maar twee maskers mocht dragen, dat van het varken en dat van de ezel, dan zou deze graffito inderdaad op Jezus kunnen duiden. Of een andere mimus natuurlijk, want kennelijk gebeurde het vaker dat een godsdienststichter die een mimus was, gekruisigd werd.Met dit voorbeeld wil ik maar zeggen dat ik het artikel van Marita Mathijsen eigenlijk heel inspirerend en adequaat vond. Ik bedank haar bij deze van harte.

    • Auteur van `Publieke Religie`
    • Gerard de Haas Theoloog