Maarten 't Harts onkruid groeit het hardst

Schrijver en bioloog Maarten ’t Hart beschrijft maandelijks hoe zijn moestuin erbij staat. ‘Het ongedierte maakt overuren.’

Maarten 't Hart in zijn tuin Foto: Hilko Visser (let op beeld is BEWERKT!) Hilko Visser NRC Handelsblad

Tot maart stond alles stil. In april is alles tegelijk uitgebot en in bloei geraakt zodat we nu een van de mooiste voorjaren meemaken sinds mensenheugenis. Maar vergis u niet, alles heeft een prijs. ‘Geeft april veel mooie dagen, de mei zal dan de lasten dragen’, luidt een oude weerspreuk. Zoveel is intussen wel zeker: hoe snel je gewassen ook groeien (en mijn tuinbonen staan al in bloei!), het onkruid groeit harder en het ongedierte maakt overuren.

Tegen slakken zet ik mijn krielkippen in, maar tegen de houtduiven heb ik weinig verweer. In de Bijbel is de duif het symbool van vrede en zachtmoedigheid, maar die verheven, bijbelse status van de duif is een akelige misvatting. De duif is de rat van de lucht. Niets is veilig, overal nestelt hij, en alles valt ten prooi aan zijn onverzadigbare eetlust. Op mijn hectare moet ik opkomende tuinboontjes, uitbottende erwtjes, ontluikende kapucijners, te voorschijn komende stok- en stambonen met allerlei vernuftige afrasteringen beschermen tegen duiven.

Onaangedaan trekken ze pas uitgekomen tuinboontjes de grond uit en peuzelen ze op. Erwtjes idem. Kapucijners idem. Sperziebonen idem. Zelfs als je je opkomende gewassen met gazen tunnels overkluist om te zorgen dat de duiven er niet bijkomen, zijn ze vaak nog in staat, door het gaas heen, je prille aanplant te verwoesten.

Sinds kort heb ik echter een bondgenoot: de sperwer. Of liever gezegd: twee sperwers. Het is een paartje. Het vrouwtje is zowat anderhalf keer zo groot als het mannetje, maar beide zijn uiterst bedreven in het vangen van de logge houtduiven. Als een Joint Strike Fighter scheert zo’n sperwer in een merkwaardig schuin omlaag gerichte vrije val vanuit de hemel naar een troepje duiven. Je kunt vaak zien op welke duif de aanval gericht is. Maar het deert de sperwer niet als hij mist. Dan grijpt hij eenvoudig de duif ernaast. Ondertussen hoor je, als de sperwer aldus op jacht is, je zangvogels als gekken tekeer gaan. Die knijpen hem vreselijk voor de sperwer. Het merkwaardige is: komt de buizerd langs, dan hoor je je zangvogels amper. Kennelijk kunnen ze in één oogopslag zien of ze met de totaal ongevaarlijke buizerd dan wel met de bloeddorstige sperwer te maken hebben. Mij verbaast dat, want de verschillen zijn klein, en kijk je een beetje tegen de zon in dan zie je al helemaal geen verschil.

Met zijn prooi tussen zijn poten verheft de sperwer zich in de lucht om zijn vangst meestal wat verderop, in een bollenveld waar nooit mensen komen, deskundig te plukken en te verorberen. De laatste tijd heeft de sperwer zich echter aangewend om de houtduiven al in mijn boomgaard te villen. Je ziet soms opeens ’s morgens vroeg een fontein van blauwe veertjes opspuiten. Dan is de sperwer aan zijn ontbijt bezig. Sinds een paar dagen mis ik het vrouwtje. Ik denk dat ze ergens zit te broeden, en door het alsmaar jagende mannetje van voedsel wordt voorzien. Op Koninginnedag greep de sperwer echter mijn krielhaan in plaats van een houtduif. Midden in een langgerekte kraai werd hij onverhoeds van de grond getild. Terwijl hij de wolken tegemoet ging, als een christen op de dag van de wederkomst, kukelde hij nog door. Blijkbaar vond hij dat hij zijn laatste kraai helemaal af moest maken. Redden kon ik hem niet meer, en met pijn in mijn hart hoorde ik hoe hij luidkeels protesteerde toen de sperwer zijn staartveren verwijderde. Zo kwaad was ik op die sperwer dat ik hem die dag spontaan Karst gedoopt heb.

Nu denk ik echter: de sperwer heeft mij willen waarschuwen. Hij heeft mij gezegd: ik kan jouw krielkipjes die vrij door jouw tuin lopen een voor een verschalken en dan heb jij geen eitjes meer. Om jou erop attent te maken dat een vos, de katten van je buren, een loslopende hond, of mijn echtgenote jouw kipjes zouden kunnen grijpen heb ik jou willen waarschuwen dat jij jouw kipjes niet optimaal beveiligd hebt.

Ik vermoed dat Karst T. precies dezelfde intentie heeft gehad. Als beveiligingsman heeft hij ons met zijn daad willen zeggen: pas op, de koningin wordt op zo’n dag onvoldoende beveiligd, proefondervindelijk zal ik aantonen dat je met een simpele Suzuki vlak bij de koninklijke bus kunt komen. Van mij had de koningin niets te vrezen, maar zo zou ook een auto vol explosieven vlak bij die bus kunnen komen, ertegenaan kunnen knallen, en dan is in één klap het hele Nederlandse koningshuis verleden tijd.

Mij dunkt: laten wij die waarschuwing van Karst T. ter harte nemen. Nu al hoor je allerlei voorzitters van Oranjeverenigingen zeggen dat Koninginnedag moet blijven zoals het was. Krijgen zij hun zin dan zijn, vrees ik, de dagen van ons koningshuis geteld.

    • Maarten ’t Hart