Knopen in de pijpleiding

De honger naar olie en gas drijft de hele wereld naar de Kaspische Zee. Europeanen, Amerikanen en Chinezen vechten daar om de bodemschatten. De landen in de regio ruiken hun kans. De great game is in volle gang en Baku in Azerbajdzjan is de toegangspoort.

Een Kazach in krijtstreep glimlacht stoïcijns. Hij kijkt de kat uit de boom. Hij zit apart en praat met niemand. Zijn oliebedrijf is voor de helft in Chinese handen. Hij komt zijn licht opsteken in Baku, meer wil hij niet kwijt. Een Turkmeen kijkt om zich heen, bezweert dat ik hem niet met zijn naam mag noemen en zegt dan zachtjes dat Turkmenistan, gashofleverancier van Rusland, klaar is om met Europa in zee te gaan. Volgens een Oekraïner heeft de gasoorlog tussen zijn land en Rusland afgelopen januari laten zien dat Nabucco, Europa’s masterplan voor een gaspijpleiding buiten Rusland om, nu harder nodig is dan ooit. Een Pool zegt cynisch dat Europa beter op kan schieten, omdat het anders naar het Kaspische gas kan fluiten. Een Griek heeft 51 procent van de aandelen van zijn kleine oliepijpleidingproject aan het Russische gasbedrijf Gazprom gegund omdat hij het wachten op Europa beu was. Een Noor van het Noorse staatsgasbedrijf Statoil staat te trappelen om met Azerbajdzjan het veelbelovende gasveld Shah Deniz II in de Kaspische zee te gaan exploiteren, maar de Turken liggen dwars. En de Azerbajdzjaanse minister van energie zegt zuchtend dat de Azeri niet aan álle tegenstrijdige verlangens tegemoet kunnen komen. Er moeten eindelijk knopen worden doorgehakt.

Dit bonte internationale gezelschap trof ik vorige week aan op een olie- en gasconferentie in het Hyatt Regency-hotel in Baku, de hoofdstad van de Kaukasische republiek Azerbajdzjan. De conferentie was georganiseerd door een consultancyfirma met de veelbelovende naam Confidence Energy, gevestigd in Londen maar geleid door Russen en Oekraïners. Als op de bijeenkomst één ding duidelijk werd, is het dat vertrouwen ver te zoeken is en energie en politiek nog steeds hand in hand gaan. Terwijl de voorraden slinken, neemt de concurrentie toe. De great game rond de bodemschatten in en om de Kaspische zee is in volle gang.

Het Westen denkt bij de Kaukasus meestal aan Georgië, waar de spanningen met Rusland deze week opnieuw zijn opgelopen na een muiterij en NAVO-oefeningen. Vergeten wordt dat het naburige Azerbajdzjan niet alleen drie keer zoveel inwoners telt (bijna 9 miljoen), maar ook aanzienlijke bodemschatten heeft. Bovendien is het de toegangspoort tot een achterland dat olie- en gasbedrijven doet watertanden: Kazachstan, Turkmenistan, Oezbekistan. Baku heeft een sleutelpositie.

De vraag naar energie zal tot 2030 in de hele wereld met 45 procent toenemen, grotendeels omdat China en India zo onstuimig groeien, zegt het International Energy Agency in Parijs. De uitstoot van CO2 houdt daarmee gelijke tred. Maar ondanks de dringende noodzaak om milieuvriendelijke alternatieven te ontwikkelen (als we in dit tempo doorgaan met het produceren van broeikasgassen wordt de aarde op termijn 6 graden warmer), zullen olie en gas nog jarenlang de belangrijkste energiebron blijven, denkt het agentschap.

De oliereserves van de Kaspische regio worden geschat op 20 tot 50 miljard vaten (ter vergelijking: Saoedi-Arabië op 261 miljard vaten). Hoewel qua omvang dus geen Midden-Oosten, zijn de olievoorraden vergelijkbaar met die van de Verenigde Staten of de Noordzee. Kazachstan en Azerbajdzjan zijn met 52 miljoen ton olie en 22 miljoen ton olie per jaar de grootste exporteurs uit de regio en hopen hun productie in 2015 te hebben verdubbeld.

Vroeger was het leven eenvoudig: vier van de vijf landen om de Kaspische Zee maakten deel uit van de Sovjet-Unie. Het Westen had daarmee één reusachtige, doorgaans betrouwbare energieleverancier. Maar met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 is daaraan een einde gekomen. De 15 nieuwe natiestaten voeren ieder hun eigen energiepolitiek, die bepaald wordt door eigenbelang en openstaande historische rekeningen. Een van de gevolgen van die versplintering is dat ook hier internationale energiebedrijven in rap tempo terrein verliezen aan nationaal opererende staatsbedrijven. Volgens de IEA nemen zij al 80 procent van alle olie- en gasproductie voor hun rekening. Energiebronnen zouden daarmee weleens steeds moeilijker bereikbaar kunnen worden.

Eigenlijk zit Europa met de resten van de Sovjet-Unie in haar maag, zegt John Roberts van het in energie gespecialiseerde persbureau Platts. In alle voormalige Sovjetrepublieken is de energiesector in staatshanden. „Gazprom, maar ook het Azerbajdzjaanse oliebedrijf SOCAR zijn de ‘arm’ van de regering. Zij dienen het nationaal belang.” In Europa zijn er veel te veel verschillende partijen om snel en handig zaken te kunnen doen.

Rusland is en blijft de machtigste speler in het voormalige koloniale rijk. Maar het heeft krassen opgelopen. De gasoorlog tussen Oekraïne en Rusland, die begin januari Bulgaren, Grieken en Slowaken in de kou liet staan, confronteerde Europa opnieuw met de afhankelijkheid van Gazprom. Een kwart van het Europese gas komt uit Rusland, tachtig procent daarvan stroomt door het instabiele Oekraïne. Opeens bleek de doorvoer naar Europa niet meer gegarandeerd. Geld, macht en historische wrevel speelden Moskou en Kiev parten en voor het eerst in de geschiedenis werd de gaskraan twee weken lang dichtgedraaid. Europa wist niks beters te doen dan waarnemers naar de meetstations aan de Russisch-Oekraïense grens te sturen die inderdaad concludeerden dat de gasmeters op nul bleven staan.

De Russen stopten de gastoevoer omdat de Oekraïeners de rekening niet hadden betaald. De partijen konden het niet eens worden over een nieuw gascontract. Dat was een erfenis van het communisme: de vroegere sovjet-republieken, die voor hun energievoorziening totaal van elkaar afhankelijk waren, hanteerden onderling vriendenprijzen voor gas en olie. Maar toen Oekraïne zich losmaakte uit de Russische invloedssfeer, vond Gazprom dat het voortaan het volle pond moest gaan betalen.

Beide kemphanen dreven het conflict op de spits en leden forse imagoschade. Europa moest dringend op zoek naar alternatieve bronnen. Dus werd het Nabucco-project weer afgestoft. Dit is Europa’s eigen poging tot gezamenlijke energiepolitiek. Volgens plan gaat een consortium een gaspijpleiding aanleggen van Baku via Turkije naar Oostenrijk om Europa minder afhankelijk te maken van Russisch gas. Maar het blijkt niet eenvoudig de 27 EU-landen plus Turkije en Azerbajdzjan op één lijn te krijgen. En de tijd begint te dringen. Niet alleen Europa is naarstig op zoek naar energie. Terwijl Rusland uit alle macht probeert zoveel mogelijk voorraden weg te kopen bij zijn voormalige vazalstaten, werkt China in alle stilte aan zijn eigen pijpleidingensysteem uit Kazachstan en Turkmenistan. Is er straks wel gas genoeg om Nabucco te vullen?

Het grote struikelblok voor Nabucco is transitland Turkije, dat boos is over het vastlopen van de onderhandelingen over toetreding tot de Europese Unie. Bovendien wil Turkije zelf de doorvoer van het gas kunnen uitbaten. De situatie is vergelijkbaar met die van Oekraïne: Turkije koopt nu goedkoop gas in van Azerbajdzjan en verkoopt dat met winst door naar Europa. Met Nabucco kan dat niet meer: alle transit fees moeten voor de hele pijpleiding hetzelfde zijn. „Het is één gelijkgeschakeld regime van start tot finish”, zegt John Roberts van persbureau Platts. Ook maakt Turkije zich net als Oekraïne zorgen over de eigen gastoevoer. Doorvoer van Azerbajdzjaans gas naar Europa is prima, maar er moet wel een garantie zijn dat de Turkse binnenlandse markt genoeg gas overhoudt. „Het Oekraïense gasconflict is ook voor ons een les geweest”, zegt een Turk die bij het Brusselse Energy Charter werkt.

Mijn laatste bezoek aan Baku was in 1990, in de nadagen van het communisme. Het was de tijd van de massademonstraties voor onafhankelijkheid, anti-Armeense pogroms in het treurige chemiestadje Soemgait, oorlog om de Armeense enclave Nagorny Karabach, Azerbajdzjaanse vluchtelingen uit Karabach en Armeniërs die de multiculturele stad Baku ontvluchtten. De stad bood een aan lager wal geraakte aanblik. Nu, bijna twintig jaar later, is het een boom town aan de Kaspische Zee. Dankzij gas en olie kent Baku zijn tweede bloeiperiode in een eeuw tijd.

Aan het eind van de negentiende eeuw verdienden de Zweedse gebroeders Nobel hier kapitalen aan de oliewinning. De Nobelboulevard herinnert nog aan hun gloriedagen. De oliepijpleiding is een van hun vele uitvindingen. Hun honderd jaar oude jaknikkers in Balachany werken nog steeds (zie kader). De Nobels concurreerden met de Rockefellers en de Rothschilds. Na de oktoberrevolutie van 1917 werd hun Nobel Oil Producing Company genaast. Azerbajdzjan werd een Sovjetrepubliek en Baku verpieterde. Hier bleef het slechts bekend dankzij de cultroman Ali en Nino van de mysterieuze joodse schrijver Kurban Said, een Romeo-en-Julia-verhaal in middenoosterse setting.

Na het einde van de Sovjet-Unie in 1991 sloeg ook in Baku een harde economische crisis toe. Maar onder ex-politbureau en president Heydar Alijev begon de opbloei. Na zijn dood in 2003 werd hij opgevolgd door zijn zoon Ilham, voorheen topman van staatsoliebedrijf SOCAR. Azerbajdzjan kende jarenlang een economische groei van 20 procent, grotendeels dankzij de olie-export. Dat is te zien in Baku: het centrum van de stad is opgeknapt. Het is een bekend beeld: peperdure merkenwinkels met veel personeel maar nauwelijks klanten. Overal verrijzen prestigieuze nieuwbouwprojecten, maar de helft van de bevolking leeft nog steeds onder het bestaansminimum. Het gemiddelde maandsalaris is 300 manaat (ongeveer 300 euro). Door de ineenstorting van de olieprijzen zal de groei in 2009 naar verwachting dalen tot 2,5 procent.

Azerbajdzjan, zegt politicoloog Rasim Moesabajev in accentloos Russisch, dat is „kapitalisme met een autoritaire overheid, enorme corruptie plus een oosterse mentaliteit”. Handel en politiek zijn nauw met elkaar verknoopt. Een typische petrostaat. De macht berust bij een kleine clan rondom president en regering. Maar het land heeft ook, met dank aan het communisme, een hoogopgeleide bevolking. En het is de meest seculiere moslimstaat van de regio – in Baku zie je nauwelijks hoofddoekjes op straat. Nergens klinkt de oproep tot gebed van de minaretten.

De verhouding met buurland Georgië is goed, maar toch reisde de slimme president Ilham afgelopen zomer na de augustus-oorlog niet naar Tbilisi om met de Balten, Polen en Oekraïners luidruchtig zijn steun aan Saakasjvili te betuigen. De economische betrekkingen met Rusland zijn te belangrijk om je nek uit te steken. Of Nabucco er nu wel komt of niet, Azerbajdzjan doet ook volop zaken met Gazprom. „Wij zijn geen lid van de NAVO”, zegt politicoloog Moesabajev, „wie zal de Kaspische regio tegen de Russen beschermen?”

Ieder land hier in de regio heeft zijn eigen verhouding met het Sovjetmoederland. Gas en olie spelen daarbij steeds een cruciale rol. En diversificatie van energiebronnen is heus niet alleen in Europa het toverwoord voor energieveiligheid. De meest opmerkelijke ontwikkeling in het schaakspel rond de Kaspische Zee is de verkoeling tussen Turkmenistan en Rusland. Turkmenistan was een full fledged dictatuur, die werd geleid door de zonnekoning Nijazov, alias Turkmenbasji (Vader der Turkmenen). De persoonsverheerlijking rond Turkmenbasji had Noordkoreaanse trekjes. Na zijn dood in 2006 is hij opgevolgd door zijn tandarts en minister van Volksgezondheid Berdimoechamedov. Het land begint een beetje te ontdooien.

En dus wil de Turkmeen in het Hyatt Regency-hotel in Baku anoniem toch nog wel een paar dingen aan me kwijt: „Turkmenistan wil best deelnemen aan Nabucco. Zonder Turkmeens gas kunnen jullie geen kant op. Rusland is een monopolist. Het is niet juist dat één man, Poetin, voor miljoenen Europeanen beslissingen kan nemen. Wij willen met iedereen zaken doen. Europa, dat is civilisatie!” En weg is de Turkmeen. Ik heb hem niet meer teruggezien.

Turkmenistan is een van Ruslands trouwste gasleveranciers. Maar drie weken geleden deed zich een merkwaardig incident voor aan de Turkmeens-Russische grens: een gaspijpleiding explodeerde en blokkeerde de gastoevoer. Op de conferentie in Baku had de Russische energie-expert Michail Kroetichin uit Moskou de volgende originele verklaring: de economische crisis raakt Gazprom hard. Net zoals Rusland sinds januari van Oekraïne wereldmarktprijzen voor gas eist in plaats van de vroegere vriendenprijs, heeft ook Turkmenistan de gasprijs voor Rusland fors verhoogd. Maar sinds de economische crisis is het gasverbruik in Europa flink afgenomen. Het Westen neemt dus tijdelijk minder gas van Rusland af, ook al omdat het liever wacht tot de prijs gezakt is. De gas prijs volgt immers met enige vertraging de (dalende) olieprijs. Rusland zit dus met dat dure Turkmeense gas in zijn maag en heeft daarvoor, aldus Kroetichin, een oude KGB-truc uit de kast gehaald. Een pijpleiding explodeerde en de Turkmenen beschuldigen Gazprom van sabotage.Intussen zijn de verhoudingen tussen Turkmenistan en Azerbajdzjan juist aan het verbeteren. De landen ruziën over hun territoriale wateren, maar vorig jaar is er na 7 jaar weer een Turkmeense ambassade geopend in Baku. Een pijpleiding over de Kaspische zeebodem hoeft maar 250 km lang te zijn. Voorlopig kunnen Rusland en Iran hier roet in het eten gooien, omdat beslissingen over de territoriale wateren in de Kaspische Zee eenstemmig genomen moeten worden.

Voor Nabucco zou het Turkmeense gas op termijn uitkomst kunnen bieden. Azerbajdzjan kan namelijk in zijn eentje de 31 miljard kubieke meter gas per jaar, waar Europa om vraagt, voorlopig niet leveren. De ondernemende Duitsers en Oostenrijkers zijn vast vooruitgesneld: liever dan wachten tot de 27 EU-landen het eindelijk ergens over eens zijn geworden (en het dwarsliggende transitland Turkije hebben omgepraat), hebben het Duitse electriciteitsbedrijf RWE en het Oostenrijkse olie- en gasbedrijf OMV hun voelhorens al uitgestoken in de Turkmeense hoofdstad Asjgabat. In december vorig jaar richtten zij daar de Caspian Energy Company op, die op de zeebodem een pijpleiding van Turkmenië naar Baku moet aanleggen. Duitsland, dat zeer nauwe banden heeft met Rusland en Gazprom, ziet meer in stille diplomatie dan in politiek tromgeroffel. Ook eurocommissaris voor energie Andris Piebalgs en de voorzitter van de Europese Commissie Barroso hebben hun opwachting al gemaakt in Asjgabat.

Maar ook Rusland heeft niet stilgezeten. Eerst bedacht het Nord Stream, een Russisch-Duits-Nederlands consortium dat een gasleiding over de bodem van de Oostzee moet trekken. Daarmee konden politiek onbetrouwbare staten als Polen en Oekraïne worden omzeild. Daarna besloot Gazprom het gas voor concurrent Nabucco af te vangen met een eigen zuidelijke route: South Stream, van de Russische Zwarte Zeekust over de zeebodem naar Bulgarije en uiteindelijk naar het bevriende Italië (premier Poetin heeft niet alleen met ex-bondskanselier Gerhard Schröder maar ook met Silvio Berlusconi een Männer-freundschaft). De Russische gasexpert Michail Kroetichin laat op de conferentie in Baku niet veel van de Russische initiatieven heel: „De gasproductie in Rusland daalt dramatisch, maar ze plannen steeds maar nieuwe leidingen: Blue Stream, South Stream, Nord Stream, Dalny Vostok. Ze hebben helemaal geen gas voor al die pijpleidingen. Als Rusland minder afhankelijk wil worden van transitlanden, kan dat veel goedkoper.” Ook Europa maakt zich inderdaad zorgen over de achterblijvende ontginning van Ruslands olie- en gasvelden. Het land heeft grondstoffen genoeg, maar een bedrijf als Gazprom investeert veel te weinig in exploratie en Rusland laat steeds minder makkelijk buitenlandse olie- en gasmaatschappijen toe op zijn grondgebied.

In de Kaspische regio heeft Rusland volgens Kroetichin maar één doel: de concurrentie uitschakelen. Toch gelooft hij niet dat Rusland politiek bedrijft met pijpleidingen. Het is veel simpeler: „De Russische buitenlandse politiek is bedoeld om commerciële doelen te bereiken op de binnenlandse markt. Rusland kent geen vrienden of vijanden, het kent alleen markten. Het sluit voortdurend deals die alleen voordelig zijn voor concrete bedrijven en personen. Van alle contracten blijft 30 procent aan iemands strijkstok hangen.” Maar Ruslands macht is tanende, waarschuwt hij. „De Russen hebben haast geen invloed meer. Ze kunnen alleen nog maar hysterisch schreeuwen.” Zijn krasse uitspraken leiden op de conferentie in Baku tot instemming bij Georgiërs, Oekraïeners en Azeri, maar tot overduidelijke irritatie bij de Russen.

Het verschil tussen de Russische plannen in de Kaspische regio en Nabucco, zegt John Roberts van persbureau Platts, is dat Nabucco nieuw gas naar Europa moet brengen, terwijl South Stream niets anders doet dan bestaande gasvoorraden via steeds andere routes naar Europa vervoeren.

Aan het eind van de conferentie worden wij vergast op een copieus diner in restaurant Karavanserai in de oude vestingstad van Baku, waar tapijtverkopers de aandacht van de schaarse toeristen proberen te trekken. Een voluptueuze buikdanseres laat haar blote buik deinen als de golven van de Kaspische Zee. Lijkt het maar zo of verstrikt zij uitsluitend de Europese mannen aan tafel in haar sluier?

Onder het eten gaat het lobbyen door. Een medewerker van Nabucco weet te melden dat de investeerders in de rij staan en dat de problemen met Turkije vóór de zomer zullen worden opgelost. Nabucco komt er zeker, zegt de een stellig. Nabucco komt er nooit, weet een ander. Een Franse manager van Total wil nog een belangrijk inzicht meegeven. Er is maar één oplossing voor de afhankelijkheid van Rusland: Iran opengooien. Het is een grof schandaal dat Europa zich nog steeds gedraagt als het schoothondje van Amerika. Hier zou Europa een voortrekkersrol kunnen spelen. En de Iraanse president Ahmadinejad, waarschuwt hij, heeft niet het eeuwige leven.

Wat is, vraag ik tot slot aan de Azerbajdzjaanse energiejournalist Ilham Shaban, nu eigenlijk de politiek van Azerbajdzjan? „Geen enkele”, zegt hij. „Wij beseffen pas sinds kort hoe goed het is om vrij te zijn. Wij kunnen nu veel geld verdienen. Azerbajdzjan heeft vele minnaressen.”