Je ziel aan China verkopen in ruil voor veel geld

China staat op het punt het ergste te overkomen: gezichtsverlies. De miljarden voor Rio Tinto in ruil voor invloed op de mijngigant, zullen misschien nooit betaald hoeven worden.

Heeft Rio Tinto zijn ziel aan de duivel verkocht? Dat wil zeggen aan China? Zo onomwonden werd de vraag niet gesteld op de jaarvergadering van het op één na grootste mijnbouwconcern ter wereld, afgelopen maand in Londen. Maar ze brandde wel op de lippen van vele aanwezigen. Alsof er een geur van zwavel hing in de zaal.

„You’re selling part of the family silver”, zei John Farmer, een grijsharige aandeelhouder in keurig maatpak. „Dit bedrijf verpandt zijn beste onderdelen: waarom?”, vroeg hij zich verontrust af. Instemmend handgeklap onder het publiek. Een aandeelhouder die zei dat hij al sinds 1962 spaarcenten in de Brits-Australische mijnbouwer had geïnvesteerd, riep het bestuur met trillende stem tot de orde: „Schrap het dividend en herfinancier de onderneming.”

Sinds Rio Tinto in februari een naar eigen zeggen „baanbrekend” beginselakkoord tekende met het Chinese staatsbedrijf Chinalco, een van de grootste aluminiumproducenten ter wereld, komen aandeelhouders in verzet. Zij moeten de deal, die neerkomt op cash voor Rio Tinto en ertsen voor China, formeel goedkeuren voordat ze in werking kan treden. En dat is lang niet zeker.

Het ertshongerige China wil invloed op de prijs en de aanvoer van erts veiligstellen. Chinalco betaalt 12,3 miljard dollar (9,2 miljard euro) aan de Brits-Australische mijngigant voor een minderheidsbelang in mijnen in Australië en Chili waar ijzererts, koper en bauxiet wordt gedolven. Chinalco betaalt ook 7,2 miljard dollar (5,4 miljard euro) aan Rio Tinto voor in aandelen omwisselbare obligaties, waarmee het Chinese bedrijf zijn belang in de mijnbouwer, dat nu al 9,3 procent bedraagt, kan uitbreiden tot 18 procent.

Aandeelhouders van Rio Tinto voelen zich gepasseerd. Zij betreuren het dat enkel Chinalco op de obligaties kan intekenen en verzetten zich tegen de verwatering van hun aandelenpakket. Een groep grote internationale investeerders, waaronder Barclays, Legal & General en Axa, die ruim 13 procent van de in Londen genoteerde aandelen in Rio Tinto bezitten, protesteerde bij het bestuur van Rio Tinto. „We geven de voorkeur aan een gewone kapitaalemissie, waaraan alle aandeelhouders kunnen deelnemen”, zegt een woordvoerder van de groep.

De deal heeft iets weg van een faustiaans verbond: je ziel aan China verkopen in ruil voor veel geld. Voor bestuursvoorzitter Tom Albanese van Rio Tinto zijn de miljarden van Chinalco een manier om de ingestorte grondstoffenprijzen op de wereldmarkt te compenseren. „Er is heel wat onzekerheid”, zei hij in februari tijdens de presentatie van de jaarcijfers. „Het is mogelijk dat we nog twee jaar op ruwe zee zullen varen.”

Alles draait om de prijs van ijzererts. Dit erts, dat de basisgrondstof is voor staal dat verwerkt wordt in wegen, bruggen, tunnels, industriële complexen, huizen en kantoren, was afgelopen jaar goed voor 58 procent van de groepswinst van Rio Tinto. Een fractie van het mondiale aanbod aan ijzererts wordt vrij op de spotmarkt (op dagbasis) verhandeld. Daar was de prijsdaling vorig voorjaar al begonnen. Het grootste deel, circa 80 tot 90 procent, verkopen de mijnbouwers via jaarlijks te onderhandelen termijncontracten. Albanese beseft dat ook deze prijzen, en daarmee de inkomsten voor Rio Tinto, dit en volgend jaar fors zullen dalen.

Het concern torst bovendien een zware bankschuld van 38 miljard dollar, veroorzaakt door de overname voor een zelfde bedrag van het Canadese aluminiumbedrijf Alcan twee jaar geleden, toen de bomen nog tot in de hemel groeiden. De helft van die schuld moet Rio Tinto de komende twee jaar afbetalen.

China wil met zijn deal met Rio Tinto invloed krijgen op de onderhandelingen over de prijs van ijzererts. Zeker als de Chinese economie weer aantrekt, zal dat een waardevolle troefkaart zijn. Chinalco, dat één van de grootste klanten van Rio Tinto is, streeft naar zo laag mogelijke prijzen voor zijn grondstoffen. De aandeelhouders van Rio Tinto huiveren bij een dergelijk belangenconflict. Rio en zijn aandeelhouders zijn voorstander van zo hoog mogelijke winstmarges.

De deal stuit behalve op het verzet van aandeelhouders ook op politieke weerstand. In Australië is een debat begonnen over de invloed van door China gecontroleerde bedrijven die „strategische grondstoffen” in het land opkopen. Stephen Mayne, een activistische belegger die ook jaarvergaderingen van Rio Tinto bijwoont, rekende uit dat er sinds 2007 door China 15,2 dollar (11,3 miljard euro) in Australische mijnen is geïnvesteerd (waarvan 11,8 miljard dollar voor de 9,3 procent van Rio Tinto) . Dat is het equivalent van 1,9 procent van het bruto binnenlands product. Hij spreekt van een door de Chinese staat „gecoördineerd plan”. Mayne, veel gevraagd op de Australische radio en televisie, vindt het allerminst vanzelfsprekend dat de Australische Foreign Investment Review Board de samenwerking tussen Rio Tinto en Chinalco zal goedkeuren.

Een van de politieke bezwaren die in Australië sterk leeft is dat Chinalco van de Chinese staat is. Een onderneming met noteringen in New York, Hongkong and Shanghai, maar een staatsbedrijf. De pro-Chinese regering van premier Kevin Rudd – een van de weinige westerse toppolitici die Mandarijn spreekt – is door de oppositie met de slagzin „beware for a red under your bed” onder druk gezet om de Chinese invloed op Rio Tinto in te dammen.

In China zelf bestaat er eveneens grote scepsis. „Ik hoop van harte dat deze deal niet doorgaat”, zegt professor Zha Daojiong, hoogleraar economie aan de Universiteit van Peking, onomwonden. „Het is gewoon dom van China om hiermee door te gaan.”

Volgens Zha is een oogmerk van China inderdaad: invloed verwerven op het vaststellen van de wereldprijzen van grondstoffen, voor ijzer, koper en bauxiet. „Maar dat kan ook op een andere, veel slimmere manier dan grote mijnbedrijven op te kopen”, zegt hij. „Waarom beginnen we niet eerst met onze eigen industrieën efficiënter te maken.” Volgens Zha verbruikt China veel te veel steenkool, ijzererts en andere grondstoffen. „Waarom snijden we niet eerst die overtollige vraag weg. Dan dalen de wereldprijzen ook”, doceert de hoogleraar.

Hij is een van de weinigen in China die ópenlijk kritiek uitoefenen op de herhaalde pogingen van Chinalco om zijn belangen in Rio Tinto drastisch uit te breiden. „Ik stel met enige tevredenheid vast dat deze onzalige deal in ernstige moeilijkheden verkeert”, zegt Zha.

Het aandeel van Rio Tinto bereikte deze week op de Londense beurs 30 pond (33,45 euro). Dat is de drempel waarbij Chinalco een eerst tranche van zijn obligaties in aandelen kan omruilen, als de deal tenminste al was goedgekeurd. Dat zal het verzet van de aandeelhouders verder aanwakkeren. Helen Wang, mineralenanalist van DBS Vickers in Shanghai, denkt daarom dat de deal „vrijwel zeker gewijzigd” zal worden. „Grondstoffen worden weer duurder, mijnbedrijven stijgen op de beurs. Als deze heropleving de voorbode is van een werkelijke verbetering van de economie, dan krijgen de aandeelhouders die vinden dat Rio Tinto ook zonder Chinalco verder kan steeds meer gelijk. „En dan móet Rio Tinto de afspraken wijzigen”, aldus Wang. „Ook Chinalco kan de belangen van de aandeelhouders niet negeren. Maar als Rio Tinto te veel vraagt van Chinese zijde dan zal China zich terug trekken”, voorspelt ze.

Als het schaakspel zo zou eindigen, eindigt het in het nadeel van China. En dat zou gezichtsverlies voor Peking betekenen. Want het waren de hoogste economische autoriteiten, de Nationale Ontwikkelings- en Hervormingscommissie, die Chinalco al in 2007 uitkozen om een belang van 9,3 procent in Rio Tinto te kopen. Aanleiding was een vijandig overnamebod door BHP Billiton, de grootste mijngroep ter wereld, op Rio Tinto. China was er als de dood voor dat zich daaruit een moloch zou vormen die in staat was de ijzerertsprijs te dicteren. Aankoop van aandelen Rio Tinto, zo besloten de strategen in Peking, was de beste weg om de overname tegen te houden. Of dat voldoende is geweest om – het eveneens Brits-Australische – BHP Billiton tegen te houden? Feit is dat BHP vorig jaar het vijandige bod introk.

Helen Wang: „Die eerste aanschaf door Chinalco van aandelen in Rio Tinto verliep probleemloos. Niemand verzette zich daartegen. Daarom is er bij de deal van dit jaar ook geen rekening gehouden met zo veel protest van aandeelhouders en Australische politici. Als China die tegenstand had voorzien, dan was het wel voorzichtiger te werk gegaan.”

Hogere Chinese partijkringen hebben nog steeds een zekere koudwatervrees voor buitenlandse avonturen. De mislukte investering van de Chinese verzekeraar Ping An in de ontmantelde bank en verzekeraar Fortis zorgt daar voor veel chagrijn. Ook de mislukte poging in 2005 van het Chinese oliebedrijf CNOOC om het Amerikaanse Unacol over te nemen, ligt nog vers in het geheugen. Die laatste deal sneuvelde omdat het Amerikaanse Congres niet wilde dat een eigen olieconcern in handen zou komen van een Chinees staatsbedrijf. Professor Zha Daojiong: „Er is niets geleerd van de CNOOC-Unacol-affaire. Chinalco is veel te open geweest. Ze hebben zelfs geprobeerd een charmeoffensief te voeren met behulp van buitenlandse public relations-bureaus. Chinalco heeft persconferenties gegeven. Dat heeft zich allemaal tegen hen gekeerd.”

Zonder veel ophef te veroorzaken kochten Chinese bedrijven, gesteund door de supergezonde Chinese banken, afgelopen jaar voor 52 miljard dollar aan buitenlandse energiebedrijven op. En in de eerste vier maanden van dit jaar zijn er in Latijns-Amerika, het Midden-Oosten, Afrika en de voormalige Sovjet-Unie al 65 deals gesloten ter waarde van 24 miljard dollar. Professor Zha, die deze cijfers verstrekt, wil daarmee zeggen dat het ook geruisloos kan.

Maar die kans lijkt verkeken voor Chinalco. De paranoïa voor de greep van China naar de Australische grondstoffen is met name aangezwengeld door conservatieve politici uit de oppositie, zoals Malcom Turnbull. Net als premier Rudd is hij een sinofiel, maar anders dan de socialist Rudd is hij gekant tegen de uitverkoop van „nationale belangen” aan een Chinees staatsbedrijf. Volgens hem is het onmogelijk om als Australiër een mijn te kopen in China. Rio Tinto mag zelfs de kleinste mijn in China niet kopen. Omgekeerd krijgt de Chinese staat via Chinalco toegang tot alle informatie over een van de grootste mijnbedrijven ter wereld. Tijdens een lezing vorige week, verwoordde hij het zo: „Deze deal is een typisch geval van tong chuang yi meng, slapen in hetzelfde bed en verschillend dromen.”

    • Piet Depuydt
    • Oscar Garschagen