'Je maakt een film over iets wat onzichtbaar is'

Michiel van Erp volgde een jaar lang zes mensen met een sociale fobie of een andere angststoornis. Om hun wanhoop en paniek in beeld te brengen, liet hij hen ook zichzelf filmen.

Sylvia (33) slaapt soms weken niet. Ze kan niet tegen het donker. De gedachte dat ze aangevallen wordt, maakt haar zo angstig dat ze vecht tegen de slaap. Daardoor raakt ze oververmoeid en verward. Overdag doet ze ontspanningsoefeningen. ’s Nachts schuifelt ze, lange dunne benen, door de huiskamer rond. Haar jas trekt ze niet uit. Sylvia: „Iemand heeft me de tip gegeven om een bekertje water op de deurkruk te zetten. Als de deurkruk dan naar beneden gaat, hoor je ‘klets’.”

In de bioscoopdocumentaire Angst portretteert documentairemaker Michiel van Erp mensen met een angststoornis. Een van zijn vaste researchers, René van ’t Erve, legde hem twee jaar geleden het plan voor. Een documentaire die helemaal van nu is, meent Van Erp. „De laatste jaren zijn in alle grote steden speciale angstpoli opgericht. Dat geeft wel aan hoe actueel dat onderwerp is.”

Een jaar lang volgde Van Erp zes mensen, onder wie de slapeloze Sylvia. „We hebben eindeloos gesproken over wie we wilden volgen”, vertelt Van Erp in het pand in Amsterdam Oost waar zijn bedrijf De Familie gevestigd is. „René van ’t Erve heeft wel twintig mensen opgespoord. Uiteindelijk zijn er zes overgebleven.”

Stuk voor stuk komen ze uit Amsterdam. „We wilden dat de film in de moderne tijd zou staan. Want naast het feit dat de film over angst gaat, gaat het ook over de vraag of je wel mee kunt doen aan het jachtige bestaan, of je mee kunt draaien in het grootstedelijke Amsterdam.”

Bovendien wilde Van Erp herkenbare angstgevoelens vastleggen. „Ik ben nooit van plan geweest om iemand met een spinnenfobie te volgen. Zo’n angst zegt niks over de maatschappij. Terwijl het bij iemand met een sociale fobie, zoals Nienke, heel erg gaat over de ratrace van het leven. Dat zegt mij en de kijker meer.”

Nienke (45) duikt in de film op terwijl ze boven een boek hangt. De tranen rollen over haar wangen. Ze is al dagen in de war. Dat komt door haar nieuwe zelfhulpboek. Ze herkent zoveel. Ze weet het zeker, wat zij heeft, is een sociale fobie. Ze leest: „Mensen met sociale fobie zijn bang om te falen. Ze gaan dingen vermijden. Door bijvoorbeeld van een opleiding af te zien, geen examens te doen, of ze kiezen een opleiding die eigenlijk te makkelijk voor ze is.”

Van Erp noemt Nienke „supergemotiveerd”. Waar sommige hoofdpersonen vluchten voor therapie, bezoekt Nienke de ene na de andere therapeut, op zoek naar hulp, en soms ook erkenning. Dan weer zit ze bij Bram Bakker, een psycholoog die ze bewondert. Om even later met een coach door het park te joggen; haar nieuwe hardlooptherapie. „Ik denk dat het voor Nienke af en toe ook fijn was om haar hart bij ons te luchten.” Een gevoel, dat hij trouwens wel vaker heeft als hij filmt. „We kunnen een heel prettige afleiding zijn voor mensen die iets moeilijks moeten doen”, legt hij uit. „In moeilijke tijden ben je nu eenmaal liever niet alleen.”

Maar die angst, hoe breng je zoiets nu in beeld? Dat is de twijfel waarmee Van Erp het afgelopen jaar voortdurend worstelde, geeft hij toe. „In feite maak je een film over iets dat onzichtbaar is. Angst zie je meestal niet.” Heel soms vang je er een glimp van op. Zoals bij John (56), die bang is voor bruggen. Voor alles dat hoog is eigenlijk. Aan het begin van de film staat John bibberend op de drempel van zijn balkon. ‘Ik tril als een riet’, piept hij tegen zijn therapeut. Van Erp: „Dat zijn momenten dat je de angst even ziet. Misschien zelfs kunt voelen. Maar de meeste aanvallen komen heel plotseling, en dan is de kans dat ik daarbij ben wel heel erg klein.”

Vandaar dat Van Erp zijn hoofdpersonen een camera meegaf. Een techniek die hij voor het eerst in zijn carrière toepaste. „Ik hoopte dat ze de camera zouden pakken tijdens een aanval.” Een van de aangrijpendste momenten van de documentaire filmde Nienke dan ook zelf. Terwijl ze ’s ochtends vroeg, met schokkende bewegingen haar huiskamer filmt, spreekt ze – voor de kijker onzichtbaar – haar angsten uit. „Vanacht had ik zo’n slechte nacht. Ik had echt het gevoel dat het niet meer hoefde. Dat het nooit en nooit meer uit mijn kop zal gaan. [...] Er is niet tegen te knokken. Dat ik niet goed ben. Niet goed voor Roos (haar dochter, red.).”

Naast de homevideo’s paste Michiel van Erp ook zijn filmstijl aan. Een stijl die hem de afgelopen jaren bekendheid verschafte. Zoals in Pretpark Nederland, over hoe Nederlanders hun vrije tijd doorbrengen. Of de Lang Leve ...- serie, waarin hij bijvoorbeeld leden uit het voormalig verzet portretteert. Films waarin de lach dichtbij is, en de hoofdpersonen aandoenlijk. Van Erp: „Ik heb me de laatste jaren toch wel heel erg gespecialiseerd in het Hollandse. Het gewone.”

Dit keer wilde hij niet leunen op de technieken die hij veel gebruikt. „De nadrukkelijke vragen die ik stel, en het heel erg observeren. Vaak draait het in mijn films niet om de dingen die iemand letterlijk zegt of doet, maar meer om de situatie of de achtergrond waarin dat gebeurt.”

Want maakt hij een documentaire over een Amsterdamse sekssauna, dan gaat die toch vooral over eenzaamheid. En bij een film over het overlijden van prins Claus richt hij zijn camera op de voorzitter van een plaatselijke Oranjevereniging die zich druk maakt om de kleur van zijn stropdas. Van Erp: „In Angst heb ik me nu eens wel puur gefocust op die zes hoofdpersonen.”

Zijn nieuwe film is dan ook onverwacht serieus. Maar dat wil niet zeggen dat het hem niet past, vindt hij. Eigenlijk gaan al zijn films over zoeken, vindt Van Erp. Of het nu de vrachtwagenchauffeur is die beautyconsulent wil worden, of mensen die hun angststoornis proberen te overwinnen, allemaal proberen ze de kwaliteit van hun leven te verbeteren. En hoewel dat in veel gevallen niet of maar half lukt, is dat streven iets dat in al zijn werk zit. Van Erp: „Angst als onderwerp klopt in die zin dus helemaal.”

Angst draait vanaf donderdag in bioscopen in Amsterdam, Utrecht, Nijmegen en Den Haag.

    • Lineke Nieber