'Het enige wat ik vraag is vergeving'

Ivan Basso (31) maakt na een schorsing van twee jaar weer deel uit van het peloton. Hij begint vandaag in Venetië als favoriet aan de Ronde van Italië.

Italian cyclist Ivan Basso attends a press conference in Baveno, Lake Maggiore, Italy, Friday, Oct. 17, 2008. After serving a two-year suspension for doping, 2006 Giro d'Italia winner Ivan Basso said he has paid his penalty and is ready again to challenge the world's top riders including Lance Armstrong. (AP Photo/Antonio Calanni) Associated Press

Ivan Basso is terug in de sport die hij drie jaar geleden bedrogen heeft. In juni 2006 bekende de Italiaanse wielrenner na diverse ontkenningen dat ook hij in contact stond met Eufemiano Fuentes, de Spaanse dopingarts die het middelpunt was van de Spaanse justitiële actie Operación Puerto, en dat hij doping wilde gebruiken. Toen zijn tweejarige schorsing er op zat, keerde Basso oktober vorig jaar terug in het peloton, bij Liquigas. Hij is nog even bemind, nog even sterk, zegt hij, maar de vraag is vooral: moeten we hem nog serieus nemen? Een vraaggesprek met de topfavoriet voor de eindzege in de honderdjarige Giro, die vandaag met een ploegentijdrit in Venetië begint.

U liet uzelf aan een kruis fotograferen voor het blad Procycling. Wat wilde u met die foto zeggen?

„Dat ik geleden heb voor mijn zonden. Ik ben zowel als mens als atleet door een loodzware periode gegaan de afgelopen twee jaar. Je moet je voorstellen: ik lag in bed, staarde de hele nacht naar het plafond en dacht: Ivan, wat heb je jezelf aangedaan? Die gedachte nam ik de hele dag mee. Telkens als ik m’n dochter naar de kleuterschool bracht, vroeg ik mezelf af: hoe zal zij zich voelen tussen al die andere kinderen? Ik heb geprobeerd mijn hoofd omhoog te houden, maar makkelijk was dat niet.”

U spreekt over een nieuw mens, een nieuwe Ivan Basso. Hoe ziet die er uit?

„Ik heb al mijn kracht gestopt in m’n wederopstanding. Ik ben terug met nieuwe motivatie, waarbij ik open zal zijn tegenover iedereen. Als je de computer aanzet, dan kun je zien wat ik doe, waar ik ben en hoe ik train. Je kunt al mijn waarden zien op internet [http://www.mapeisport.it/IvanBasso/]. Voor mij zal winnen alleen niet genoeg zijn. Ik moet laten zien hoe ik win. De enige manier om dat te doen, is om volledig transparant te zijn.”

Waarom is die transparantie noodzakelijk?

„Om te laten zien dat ik een goed persoon ben. Ik heb het gevoel dat de mensen mij weer accepteren. Ze waarderen het werk dat ik verricht om terug te komen. Bij het begin van Operación Puerto dachten veel mensen precies te weten wat er aan de hand was. Maar in werkelijkheid begreep niemand er iets van. Ik had het idee dat Operación Puerto juist een synoniem was voor het Basso-schandaal, of het Jan Ullrich-schandaal.”

Even voor de duidelijkheid: wie is er precies verantwoordelijk voor het tumult rond uw persoon?

„Ikzelf, natuurlijk. Het is voor honderd procent mijn fout geweest, maar de mensen – zij die de krant openslaan, televisie kijken – denken dat het een klein schandaal is geweest, terwijl er ruim tweehonderd sporters op die lijst hebben gestaan. Dat is de opinie.”

U heeft veel mensen teleurgesteld. Hoe heeft u dat ervaren?

„Pfuh… dat was zwaar, ja. Ik heb ze bedrogen; mezelf, mijn vrouw, mijn kinderen, vrienden, journalisten. Iedereen. Je hebt levenskracht nodig om dat te doorstaan. Ik had twee opties: mezelf van het leven beroven, of terugkomen in het wielrennen.”

Weleens gedacht aan de eerste optie?

„Nee. Ik heb altijd controle gehad over mezelf. Bovendien heb ik een te groot verantwoordelijkheidsgevoel richting mijn familie om zoiets te doen. Ik weet dat ik ze teleurgesteld heb, maar deze mensen weten ook dat ik vijfentwintig jaar gepassioneerd met deze sport bezig ben geweest. Een comeback was de enige optie.”

Hoe reageerden collega’s op uw terugkeer?

„Positief. Ik heb met bijna alle renners een goede relatie. Natuurlijk niet met iedereen.”

Uw collega Gilberto Simoni zegt: ‘Basso bestaat voor mij niet. Niet als mens, niet als wielrenner.’ Doet zoiets pijn?

„Ik heb hem mijn excuses aangeboden, maar hij accepteert ze niet. Ik had geen enkele controle in mijn hoofd tijdens de Giro van 2006. Het schandaal kwam naar buiten, mijn vrouw lag in het ziekenhuis met complicaties rond haar zwangerschap en we hadden een zware bergetappe. Simoni en ik kwamen voorop, [toenmalig ploegleider] Riis schreeuwde in mijn oortje: ‘Go Ivan, you have to win this stage’, terwijl ik Simoni had beloofd dat hij de etappe zou winnen. Dat liep dus anders. Ik vind dat ik fout zit in dit geval. Op dat moment was ik mezelf niet.”

Hoe is uw relatie nu met Riis?

„Euh… collega’s. Noem ons collega’s.”

Riis liet u opzichtig vallen in 2006.

„Ach man, waarom doe je dit? Waarom stel je deze vraag? Dit is iets van drie jaar geleden. Operación Puerto is zelfs al gesloten in Spanje. Eerlijk gezegd: ik vind dit niet interessant.”

Laten we het dan hebben over uw voorbereiding op de Giro. U heeft alle ritten minimaal één keer verkend. Vrij maniakaal.

„Klopt, bij die aanpak heb ik me altijd prettig gevoeld. Daarnaast was het belangrijk om kilometers te maken. Ik heb drie etappekoersen gereden; zes dagen Argentinië, vijf in Tirreno-Adriatico en in de Ronde van Californië moest ik opgeven wegens een val. Verder heb ik in april keihard getraind op Tenerife. Het signaal dat mijn lichaam geeft, is goed. Ik denk dat ik klaar ben voor de Giro.”

Kunt u terugkeren op topniveau?

„Natuurlijk. Ik wil laten zien dat ik ook schoon op topniveau kan fietsen. Als het me niet lukt om de Giro te winnen, dan ga ik in september voor de Vuelta. Maar begrijp me goed: winnen is niet belangrijk voor me. Het enige wat ik vraag is vergeving. Accepteer me weer. Ik wil geen gouden medaille, wel een klein bekertje met de opdruk ‘we geloven weer in Ivan Basso’. Dat zou leuk zijn. Ik begrijp dat ik een favoriet ben, maar vergeet niet dat ik drie jaar geen wedstrijd heb gereden van 21 dagen. Het is moeilijk omgaan met de hoge verwachtingen. Ik ben namelijk geen robot.”

Heeft u tijdens uw schorsing altijd gedacht als wielrenner?

„Ja, voor honderd procent. Elke dag, elk moment stond voor mij in het teken van de fiets. Natuurlijk was het soms moeilijk. Maar mijn instelling wordt gewaardeerd door het volk.”

Heeft u angst gehad dat het de andere kant op zou gaan? Dat ze zouden denken: Ivan, jij bent voor altijd een leugenaar.

„Nee, waarom zou ik dat denken? Mensen houden van mij, houden van de sport. Kijk naar Juventus. Denk je dat dit club minder populair is geworden na Calciopoli [omkoopschandaal in Italiaanse profvoetbal]? Mensen moedigen mij aan als nooit tevoren. Soms denk ik: journalisten willen een polemiek creëren. Het proces is gesloten, ik heb mijn straf uitgezeten. De mensen willen niets liever dan dat ik straks ga vlammen in de Giro. Dat moet kunnen, vinden ze. Omdat ik alweer acht maanden aan het fietsen ben, en in acht maanden kan er ook een baby geboren worden.”

Uw populariteit is nog altijd ongekend in Italië. Kinderen willen een handtekening, met u op de foto. Begrijpt u dat?

„Natuurlijk, diezelfde kinderen zijn de gebeurtenissen van twee jaar geleden allang vergeten. Bovendien volgt een kind altijd de renner die zijn vader aanmoedigt. Ik heb elke dag achttienduizend unieke bezoekers op mijn website, tienduizend mensen volgen mij via Twitter, elfduizend hebben mij als vriend op Facebook.”

Betekent dat ook niet dat u kunt flikken wat u wilt. De mensen zullen toch altijd van u houden.

„Ik heb echt schoon genoeg van je vragen. Als je die kant op wilt, dan stop ik ermee. Er is een aantal journalisten dat bewust een polemiek wil creëren. Jij probeert dat nu ook. Maar luister: de mensen kunnen van 30 juni 2006, de dag dat ik uit het wielrennen ging, tot nu, een heel boek schrijven over wat er is gebeurd in het wielrennen. Ik ben een stukje van dat boek, en geen extra lang hoofdstuk.”

Misschien willen de mensen u nu wel geloven, maar we zullen de geschiedenis nooit kunnen wissen.

„Dat ben ik met je eens. Het is als een boek. Stel je voor dat je een boek tot de helft leest, het weglegt, en vervolgens vanaf het einde terug gaat lezen? Vanaf 25 oktober ben ik aan het tweede deel van mijn boek begonnen. Als mijn carrière erop zit, dan is het boek gesloten. Maar er zal altijd een slecht hoofdstuk in blijven zitten.”

U werkt samen met trainer Aldo Sassi, iemand die erg anti-doping is. Was dat een reden om met hem samen te werken?

„Nee, ik noem dat een prettige bijkomstigheid. Hij is anti-doping, volgt me, omdat hij denkt dat ik nog progressie kan maken. Hij heeft de tests gezien, de vooruitgang. Hij heeft gezegd dat ik minstens even sterk terug kan komen. Schoon. Ik heb tegen hem gezegd: ‘Je speelt met je gezicht door met mij in zee te gaan, Aldo’. Maar hij wilde me per se helpen.”

Klopt het dat oud-renner Giovanni Lombardi uw manager is?

„Ja, hij is een goede vriend.”

Lombardi heeft de schijn wel tegen. Hij was sprinter en begon toen ineens te klimmen.

(haalt schouders op) „Pfuh… ik heb nooit met Lombardi gereden. En wat hij gedaan heeft, is niet mijn probleem. Hij is mijn manager. Verder kan ik niets met dit soort aantijgingen.”

Wie zijn uw concurrenten in de Giro?

„Simoni, Di Luca, Cunego, Pellizotti, Sastre, Mentsjov, en natuurlijk Lance Armstrong.”

Hoe is uw relatie met Armstrong?

Basso pakt zijn blackberry. „Lance schreef me nog een bericht. ‘Hi man’, schreef hij. De inhoud gaat je niets aan, maar hij schreef in ieder geval dat hij vindt dat ik goed bezig ben. Onze relatie is dus goed.”

Is het mogelijk hem te verslaan?

„Als hij tachtig procent is niet. Als hij minder is, dan kan ’t. Maar dan moet ik honderd procent zijn.”

Stel dat u de Giro wint. Wat moeten we dan denken?

„Dan heb ik het minste gedaan wat ik kon. Tegenover mijn team, mijn vrouw, mijn kinderen, iedereen. Ja, dat zal de mooiste zege uit mijn carrière zijn.”

    • Jan Cees Butter